Heb zowel hier als in mijn mail zoveel leuke en lieve reacties gekregen naar aanleiding van mijn gezondheids perikelen, dat ik de helft van de tijd blozend achter mijn computer zit de laatste dagen. Blozend van verlegenheid vooral. Maar misschien ook wel een beetje omdat ik het gevoel heb credit te krijgen voor zaken die ik echt niet altijd waarmaak.

Toegegeven, ME hebben is niet prettig. Je kan het denk ik vergelijken met een voortdurende griep met wat kleine complicaties erbij. Naast het ziekte gevoel zijn er dan de beperkingen in arbeid, sociaal leven en huishouden waar rekening mee gehouden moet worden. Een gezond mens kan zich daar waarschijnlijk weinig bij voorstellen. Wel hoe ik me op zo’n moment voel, niet hoe dat dag in dag uit is. Wees gerust, ik heb allang geen clue meer hoe een gezond mens zich voelt :). Laat staan hoe het is om veertig uur per week te werken en daarnaast nog allerlei zaken bij te houden.

Veel lezers vertellen me dat ze me zo sterk vinden, dat ze zelf hopeloos depressief zouden geraken en niet bestand zouden zijn tegen zo’n ziekte. Natuurlijk vind ik dat complimenteus om te horen, stiekem kikker ik daar best van op. Maar helemaal eerlijk is het misschien niet. Want ook ik ben jaren gefrustreerd en depressief geweest. Enkele jaren geleden kreeg ik zelfs – door een combinatie van terugslag en de ziekte van mijn moeder – een periode met sterke zelfmoordneigingen. Ik kon mijn studie niet afmaken, mijn werk nog niet part-time bolwerken, mijn relatie was beroerd uitgepakt en mijn moeder had een zeer unfaire ziekte gekregen. De koek was op, de rek eruit en ik had er geen zin meer in. Anti-depressiva hielp me over de eerste misere gevoelens heen, mijn huidige vriend deed helemaal wonderen.

Zelfmoordplannen heb ik sindsdien niet meer gehad en zal ik niet snel meer krijgen denk ik. Maar periodes van depressie ongetwijfeld nog wel. Ondertussen loop ik al twaalf jaar rond met deze ziekte en nog altijd kan ik het maar moeilijk accepteren, hou ik me nog niet genoeg aan mijn grenzen en heb ik me vorige week aangemeld bij maatschappelijk werk om hulp te krijgen bij het verwerken. Hebben we het nog niet over de woedeaanvallen die me regelmatig overvallen en waarbij heel wat spullen het hebben moeten ontgelden. Of de alles verterende jaloezie die heel soms de kop kan op steken als ik het allemaal even helemaal niet zo goed trek. De huilbuien omdat ik iets wil wat niet kan of gewoon omdat ik emotioneel onstabiel raak van een lichamelijke terugval. Dat laatste is uitgevonden toen ik Psychatrische Intensieve Thuiszorg kreeg. Zal ik ook nog opbiechten dat ik een onnoemelijk zwarte kijk op de mensheid en de wereld heb 🙂

U ziet, ook ik ben wat dat aangaat helemaal niet altijd zo sterk. Daarnaast is er gewoon weinig keus. Ik heb het er maar mee te doen. Het enige andere alternatief is er toch tussen uit te knijpen, en dat vind ik ook weer zonde. Ik wil het per se nog leuk hebben en dat gevoel keert na elke depressie gelukkig nog terug. Dat mag ook wel. Ik heb een onnoemelijk lieve vriend, een kanjer van een vader, schatten van huisdieren en een stel hele lieve vrienden. Het kan allemaal veel slechter en ernstiger, ik kan tenslotte nog webloggen, mijn hond uitlaten en genieten van kleinere dingen in het leven. Maar om nu te zeggen dat het makkelijk gaat of dat ik een enorme optimist ben … niet echt hoor. En sterk … tja … het leven gaat gewoon door. Met of zonder mij, of ik nu wel of niet gefrustreerd ben. Dat zou voor u ook zo zijn vermoed ik.

Eigenlijk ben ik een ontzettende zwartgallige, pessimistische basket-case zelfs 😉