Negen februari, vier uur ‘s middags. Ik sta met jouw adresboekje in mijn hand. Buiten voor de draaideur. Binnen mag niet mobiel gebeld worden. Wie bel ik het eerst? Wat moet ik zeggen? â?Å“Je moet nu komen. Ze gaat doodâ? Ik vraag me af of ik het wel goed begrepen heb. Niemand nam het woord dood in de mond. Maar toch weten we het. Ook ik. Geloof ik.

Hopen mensen lopen langs me heen. Alsof er niets aan de hand is. Het regent. En ik huil mee. Als ik bel, dan is het echt. Het eerste telefoonnummer gevonden. Er is geen weg terug. Wat moet ik zeggen? �Je moet nu komen. Ze gaat dood�

Tien februari 2002 ben je overleden. Mijn moeder. Nora. Altijd Nora. Mam als er iets aan de hand was. We missen je mam. We missen je verschrikkelijk.