Alles is mis gegaan vanaf het moment dat mijn moeder kanker kreeg. Na een afschuwelijke periode van chemokuren en operaties volgde het jaar waarin zij op zou knappen maar dat niet gebeurde. Een jaar waarbij mijn toenmalige partner en ik uit elkaar gingen, mijn huidige partner me uit het kamertje bij mijn ex viste, fibromyalgie werd gesteld en zowel vriend als ik na elkaar in een heftig arbeidsconflict terecht kwamen. Toen overleed 10 februari 2002 mijn moeder op 47-jarige leeftijd en werd de rest mist. Mijn vader trok het het eerste jaar niet, ik viel (niet zonder slag of stoot) in de WAO en werd een dag voor kerst geopereerd aan voorstadium baarmoederhalskanker. Het GGZ besluit dat ik al twaalf jaar ME heb door de stress van afgelopen tijd en 24 maanden geneuzel volgt, mijn voor de hand liggende hulpvraag blijkt pas aan het einde van de rit niet gehonoreerd kunnen worden. Gelukkig mankeer ik psychisch niets.

Toen we allemaal wat opgekrabbeld dachten te zijn ging mijn vader het ziekenhuis in voor een kleine routine operatie. Dat ging volledig mis en bijna had ik ook geen vader meer gehad. Begin 2003 nog niet geheel opgeknapt bleken er complicaties bij te komen, werd een zware operatie voorspelt en werd mijn vriend wegbezuinigd. De economie lag al in het slop en de werkeloosheid groeide, voor het eerst wist mijn vriend niet meteen een baan te vinden. In 2004 moest echter alles beter worden. Door financiele hulp van mijn vader komen we door die periode zonder op straat gezet te worden en uiteindelijk vindt mijn vriend een nieuwe baan. In september wordt mijn vader geopereerd en hier komt hij gelukkig heel goed doorheen. Opnieuw opkrabbelen kan beginnen, nu eens goed doen.

Inmiddels breekt 2005 bijna aan. Twee weken terug kregen we te horen dat mijn vriend opnieuw is wegbezuinigd per 1 januari (‘je komt toch nog wel op de eindejaarsborrel?’). Nu zijn echter alle vaste lasten flink de lucht in geschoten afgelopen jaar en per 1 januari komen er fiks wat verhogingen bij. Zeven procent van de beroepsbevolking is inmiddels werkeloos, mijn netto uitkering is 6 euro verlaagd. Enfin, u leest ook nieuws. Mijn vader knapt niet zo goed op als zou moeten en we zijn bang voor blijvende schade of een corrigerende operatie. ‘Volgend jaar wordt alles beter’, zal je mij niet meer horen zeggen. Hopelijk winnen we de staatsloterij.

U begrijpt wel dat achter deze opsomming een wervelstorm aan emoties en halve verwerking zit. Elk jaar werd er wat meer rek uitgetrokken, bij alle drie. Ik heb een constant nachtmerrie-achtig gevoel van totale, verpletterende stress en deja vu bij me. Constructief denken is me bijna volledig ontvallen, ‘hoe moet het nu?’ galmt er alleen nog door mijn hersenen. Liefst wil ik positief denken, mijn vriend is degene die erop uit moet en mijn vader kampt met de gezondheidsproblemen tenslotte. Maar het laatste beetje rek is foetsie, gejat door de tijd.

Morgen zal het me wel wat beter gaan en heb ik ongetwijfeld spijt van deze eerlijkheid. En weet u waarschijnlijk geen stom woord te zeggen hierop. Dat geeft niet. Vannacht liep ik simpelweg over…