[[image:img.jpg::right:0]]Via via kwam ik een uitzending van ‘De ochtenden’ tegen. Een oudje. Maar het sluit zo aan bij mijn onderbuikgevoel over extreem posivisme wat tegenwoordig schijnt te ‘moeten’, dat ik het de moeite van het vermelden waard vond. “Drie Amerikaanse psychologen vertellen over doorgeslagen optimisme en de tyrannie van het positieve denken in de Verenigde Staten. In de satirische roman â?ËœHappinessâ?â„¢ beschrijft Will Ferguson een Amerika dat ten onder dreigt te gaan aan een overdosis geluk. Half Amerika loopt glimlachend rond, terwijl de economie instort. Er is slechts één tegengif om de Amerikanen van hun blijdschap te genezen: het zelfhulp-boek â?ËœHow To Be Miserableâ?â„¢.

Science Fiction? Niet helemaal. Drie Amerikaanse psychologen publiceren artikelen over de gevaren van optimisme, de voordelen van pessimisme en de functie van depressie. Èn ze schrijven zelfhulpboeken waarin zij de lezers aanmoedigen om hun negatieve emoties te koesteren, met opwekkende titels als ‘Stop Smiling, Start Kvetching’ en ‘The Positive Power of Negative Thinking’.”. Bron

Dit al is een reactie op een zeer invloedrijke stroming in de Amerikaanse psychologie: de Positive Psychology Movement. Nu hebben we in Nederland niet zo’n uitgelezen organisatie op gebied van liefde en geluk, maar toch is het concept van positieve psychologie ook hier zeer bekend. Positief denken wat er ook gebeurd is onnoemelijk hip, met ‘relativering’ als oppergod. Zit je financieel totaal aan de grond dan ‘zal je de kleine dingen in het leven waarderen’, ben je ziek zijn er altijd ergere ziektes te bedenken, gebeurd er iets negatiefs dan heeft het zo moeten zijn omdat er iets beters op je pad zal komen. Stapelt de ellende zich op dan hebben we nog de beste relativering van al, er is altijd wel een plek op de wereld te vinden waar het veel slechter gaat. Wie durft nog te klagen over huursubsidie als er een verwoestende tsunami is geweest om je aan op te trekken (waar zelfs een hongersnood bij verbleekt, wie kan daar nog tegenop). In mijn ogen treuren we vaak helemaal niet over de ander maar trekken ons er aan op. Overigens, klagen over algemeenheden mag weer wel zolang het maar niet te persoonlijk is.

Dat hoeft nog niet eens zo slecht te zijn allemaal (geez, ik ben zelf ook vergiftigd), ware het niet dat sommigen (opnieuw relativering!) er een extreme sport van maken. Als iemand vraagt hoe het gaat brul je ‘goed!’ en met problemen ga je naar een wildvreemde: de psycholoog. Mocht die toevallig opduiken in een gesprek dan is ook dat zeer positief natuurlijk, de psycholoog biedt tenslotte hulp en daarmee komt het ooit weer goed en dat is uitstekend! Ondertussen vragen we ons wel af hoe het komt dat de maatschappij verhard, vriendschappen verwateren en sociaal gevoel verdwijnt. Waar ‘wij’ geen last van hebben, dat zou al te negatief zijn zeg.

Jammer, jammer, jammer. Want wat werkt nu beter dan alle ellende uit je systeem gooien om vervolgens opgefrist en verkwikt te zijn? Niet voor niets willen mensen zich graag begrepen en gesteund voelen, dat zal echter alleen gaan als de negativiteit voor de positiviteit uitgaat. ‘How to be miserable’ lijkt mij dus een echte aanrader!

PS: aangezien onlangs een vriendin ietwat gepikeerd leek toen ik schreef dat ‘men’ wel eens om mocht kijken naar anderen, bij voorbaat even de vereiste (en in dit topic passende) relativering. Natuurlijk bedoel ik – ondanks de generalisatie in de woorden ‘wij’ en ‘men’ – ook hier niet klakkeloos iedereen mee. Wellicht bent u een zeer gebalanceerd prachtmens. Misschien zelfs wel stiekem een steun en toeverlaat achter de schermen van dit weblog. Zou ik echter continue alles relativeren en nuanceren kwam er van loggen weinig meer terecht. Dat begrijpt u vast wel …