Overmoedig denkend dat ik in redelijke staat was vandaag, ben ik met de bus richting stad gegaan om het noodzakelijke kattenvoer in te slaan. De laatste tijd vergis ik me toch zelden, maar vandaag liet mijn inschattingsvermogen het geheel afweten ineens. Voor de dierenwinkel moet ik vanaf de bus een straat door en die leek nu ki-lo-meters lang. Maar goed, je bent er al bijna en beestjes moeten eten dus wat doe je dan .. je loopt toch maar door. Ergens halverwege werd ik niet goed, gelukkig ter hoogte van een bakker waar ik even kon neerploffen tot de wereld weer rechtop stond. De bakster vond me maar een griezelig mens geloof ik, over aandacht in de vorm van stiekeme blikken niets te klagen.

In de dierenwinkel raakte ik het pad een beetje kwijt en het trapje wilde ook niet helemaal goed lukken. De verkoopster staarde me aan alsof ter plekke de scheuren in mijn huid trokken ofzo. Waarschijnlijk kwam ik ook wel erg wazig over. Wazig is niet eens zo slecht, dan bedenk ik me tenminste nog niet dat ik ook weer naar huis moet zien te komen.

De weg terug werd er niet beter op, dezelfde hoeveelheid meters die leken op kilometers, en nu met een zak kattenvoer van drie kilo. Het lijkt niet veel maar woog als minstens zes zakken aardappelen. Elke stop om even mijn tas neer te zetten leverde hoofden met vraagtekens op. Ik begin nu wel aardig zin te krijgen iemand op zijn muil te slaan maar waarschijnlijk sla ik niet eens erg hard. De buschauffeur reageerde even anders, die sperde eerst zijn ogen en keek me vervolgens overduidelijk niet meer aan. Wellicht omdat ik drie pogingen nodig had de bus in te komen maar wel lastig als je je strippenkaart wil laten zien. Gelukkig kon ik hem niet zien toen ik de bus weer mooi uitviel.

De cassiere van de supermarkt zag me al van verre aankomen en haar blik sprak boekdelen. “Meisje toch, wat loop je nou weer stom te slepen. Waar is je vriend? Moest je weer eens zonodig zelf gaan zeulen?” Of iets in die strekking (en erger: ze heeft gelijk, ik moest weer zonodig zelf ..). Inmiddels kan ik wel door de grond zakken zowel letterlijk als figuurlijk, dus ik zwaai schaapachtig en probeer te doen alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Ik bel mijn vriend of hij me asjeblieft kan komen halen en haar blik verzacht meteen. Ik glip (yeah right!) naar een andere kassa omdat ik haar woorden wel weet en niet wil horen.

Toch is zij de enige die me gewoon op de man af zegt dat ik er beroerd uitzie (en bedankt) of vraagt of het wel gaat. Dat verbaast me nog altijd. De enorme hoeveelheid mensen die wel kijken maar geen woord over de lippen kunnen krijgen… Soms zelfs bevriezen en niet eens meer helpen je tas in te pakken (iets wat ze wel doen als ik ietsje gezonder binnen waggel). Blijft een raar fenomeen, vind u ook niet?