Ik las net een prachtige vergelijking in verband met de huidige WAO perikelen. Het ging om het argument dat fraude opgespoord dient te worden maar dat men daarvoor de goeden onder de kwaden aanpakt, zoals momenteel in de WAO lijkt te gebeuren. Te illustratie bracht iemand dit fictieve voorbeeld naar voren:

“Stel dat de regering de neringdoende is. Dan zou het ongeveer als volgt gaan:
Neringdoende: “Dag mevrouw, ik zie dat u zich een kilo suiker wilt verschaffen. Suiker is lekker, maar geen noodzakelijk levensmiddel. Wilt u me uitleggen waar u die suiker voor nodig hebt? Aha, voor in de koffie. Dat lijkt me redelijk. Ik lust ook geen koffie zonder suiker. Weet u overigens dat thee aanmerkelijk goedkoper is? Ik zie dat u nogal sjofele kleren draagt… Ik vraag me daarom af waarom u én koffie én suiker koopt. Uw financiële positie lijkt me er geen aanleiding toe te geven.
Mevrouwtje, het spijt me te moeten zeggen dat uw gedrag enigzins verdacht voorkomt. We hebben nogal last van winkeldiefstal, met name door mensen die aan uw profiel voldoen. Ik wil daarmee niet zeggen dat u van plan was de suiker te stelen maar we hebben besloten, uit voorzorg, om bij mensen als u de suikerprijs met 200% te verhogen. Nogmaals mevrouwtje, het ligt niet aan u maar mijn economische situatie noopt me er toe.”