Vier jaar geleden bestond het nog gewoon: ministeriële verantwoordelijkheid. Tot die tijd kon die verantwoordelijkheid ook behoorlijk ver strekken. Zo trad Ed van Thijn binnen vijf maanden af vanwege de IRT affaire. Niet omdat hij er daadwerkelijk zoveel mee te maken had gehad maar simpelweg omdat hij minister van Binnenlandse zaken was en dus ministeriëel verantwoordelijk.

Maar Balkenende II trad aan en toen was het met de ministeriële verantwoordelijkheid blijkbaar ook heel snel gedaan. Met Donner als ultieme illustratie. Zaak na zaak wordt hij op het matje geriepen en telkenmale is de procedure in essentie dezelfde geweest: er komt een zaak boven water, Donner zoekt enkele zondenbokken uit, wordt op het matje geroepen, stelt dan maar wat maatregelen voor, de Tweede Kamer gelooft de boel maar half maar ja .. Er komt een motie van wantrouwen die het bij lange na niet haalt et voila, het vertrouwen is miraculeus dan toch maar wedergekeerd.

Alles voor het pluche, eerst het zoet voor de verkiezingen en dan de ministeriële verantwoordelijkheid blijkbaar. Als het er ooit nog van komt.