Een vriend en muzikant zei ooit tegen mij “als ik jouw beperkingen had, zou ik mezelf van kant maken”. Dit omdat ik hem uit moest leggen dat mijn lichaam niet wenst dat ik ga drummen of gitaar leer spelen. Nog geen vijf minuten later vond hij echter dat ik er ‘niet zo mee moest zitten’ en dat ik ‘de beperkingen gewoon moest accepteren’. Welliswaar om mij een hart onder de riem te steken, maar toch ..

Deze tegenstelling klinkt wellicht erg merkwaardig, maar kom je her en der in de maatschappij tegen. Zojuist nog werd mijn complimenteus veronderstelde intelligentie aangegrepen als reden dat ik ‘natuurlijk’ zou kunnen werken, waarmee ik in dezelfde zin alweer gedegradeerd werd tot parasiet. Onnoemelijk vaak is het virtueel al genoeg dat ik een uurtje op een commentaar kan schrijven om mij in een leuke baan te zien. Het valt niet onder de normen en waarden in Nederland om je afhankelijk op te stellen maar “je moet wel hulp accepteren hoor”. Denken aan je ziekte of aandoening is taboe maar men verwacht wel een continue ‘beterschapsgedrag’ (artsen bezoeken en therapieen blijven volgen). Vriendinnen vinden dat ik vooral lekker naar gelegenheid A en evenement B moet gaan, val ik met mijn gezicht op de straatstenen had ik plots natuurlijk thuis moeten blijven en ben ik eigenwijs dat ik toch weg ben gegaan.

Zo zijn er boekwerken vol te schrijven van tegenstellingen waar ik zeker wekelijks mee in aanraking kom. Altijd zijn beide kanten goed bedoeld. Maar hoe deze tegenstrijdigheden in een brein passen is mij echt een raadsel …