Vandaag was zo’n dag. Dat je zomaar een beetje voor je uit zit te mijmeren en ineens slaat het nogmaals in als een bom. Ik ga haar helemaal nooit meer spreken. Nooit meer zien, nooit meer vasthouden, nooit meer zoenen. Nooit, nooit, nooit meer.

Tien februari 2002 overleed Nora. Mijn moeder. Met zevenenveertig jaar veel te jong, door kanker onnoemelijk rot. Menigeen denkt dat het inmiddels ‘lang geleden is’. En na drie en half jaar durfen sommigen dat best te zeggen. Bijna achteloos. “Dat is toch al heel lang …” Alsof mijn verdriet ter beoordeling ligt aan een willekeurige vreemde. “Wanneer? Ow nee, u mag nu niet meer huilen hoor…”

Tijd is niet de meetlat, verdriet kent geen protocol. En ik jank vannacht de ogen uit mijn kop. Omdat ik haar verschrikkelijk, verschrikkelijk mis. En me realiseer hoe erg ik haar nog missen zal. Altijd.