Half ontkleed, liggend op een soort tafel in een donkere kamer terwijl ijskoude gel over me uitgegoten wordt, hoor ik onverwachts: ‘en, wat is de klacht?’ Euh ja, ik heb mijn A4tje niet bij me. Dus zeg ik maar “ik heb een scala aan klachten, er is ME en Fibromyalgie gesteld”. Dat was natuurlijk een misser. Er wordt besloten dat ik ‘dus’ wat vermoeid ben en enig spierpijn heb en ik mis de geestelijke flexibiliteit om er iets van te zeggen. Tevreden over haar samenvatting gaat ze aan de slag met de echo apparatuur.

In een cafe zit ik gezellig te ouwehoeren met een vreemdeling en het gesprek voert ons langs allerlei beleidslijnen naar de WAO. Zodra de ander merkt dat ik eveneens in de WAO zit is het zonneklaar voor hem, ik kan natuurlijk best werken. Tenslotte zit ik al een uur te kletsen en dat uur had ik ook aan arbeid kunnen besteden. ‘Nu nog even een werkgever vinden die me af en toe een uurtje wil hebben, alleen als het mij uitkomt’ denk ik en ik ga omslachtig uitleggen hoe een en ander in zijn werking gaat. Hij ziet wel in dat het niet zo makkelijk is als hij het deed klinken, maar begrijpen is anders lees ik op zijn voorhoofd.

Ze belt op en vraagt hoe het gaat. Ik heb de beleefde woorden ‘goed hoor’ nog niet uitgesproken of ik word al meegevraagd op een gezonde toer. Leg ik uit dat dat toch niet gaat lukken vandaag vraagt ze zich verbaasd af hoe dat toch komt, ik zei toch dat het goed ging ..

Het is een bewijzen van een bak negativiteit die je tegelijkertijd moet negeren. Je moet denken aan wat je nog kan maar uitleggen wat niet gaat. Je niet richten op ziekte maar wel vertellen wat je mankeert. Zien hoe de maatschappij je buiten spel zet maar wel blijven meedoen. Hulp vragen maar je niet afhankelijk opstellen. Het een na het ander opgeven in het leven maar niet depressief worden. Ondertussen een ziekte verdigend die de politiek al heeft afgeschaft.

Wat uit goede bedoelingen vergoeilijkt wordt, kan ik soms maar moeilijk mee leven …