‘Geen nieuwe politiek, dan maar een nieuwe koers’ zal Boris Dittrich gedacht hebben. “Anno 2005 vindt Boris Dittrich dat er van de beloofde bestuurlijke vernieuwing niets terecht is gekomen. Het D66 van Van Mierlo is volgens Dittrich niet meer van deze tijd. Hij vindt het tijd voor een koersverandering.” Voortvarend is die nieuwe koers op papier gezet en zie hier het pamflet: ‘Op weg naar nieuwe solidariteitâââ?šÃ¢â??¢. Een discussiestuk voor het najaarscongres van D’66.

Het stuk staat vol prachtige woorden. Boris Dittrich wenst een “vrijzinnige, toekomstgerichte politiek. Die uitgaat van de vrijheid en verantwoordelijkheid van mensen zélf.” In Netwerk geeft hij aan niet meer links van het midden te willen zitten, maar in het midden. Precies in het midden.

In mijn ogen is D’66 een partij verworden met een koers die uitgezet wordt aan de hand van mislukkingen. Werd er al verschrikkelijk ingeleverd om na een verkiezingsnederlaag en wat schijnheilig protest dit kabinet in te stappen, het kroonjuweel Bestuurlijke Vernieuwing is telkenmale tot onbelangrijk bestempeld op het moment dat er sprake was van mislukking. Langs de weg mag er dan best geofferd worden. Dat de Graaf moest aftreden omdat de gekozen burgermeester er niet kwam betreurd Boris, maar tegelijkertijd noemt hij het een ‘blessing in disguise’ en vertelt hij van een nood een deugd gemaakt te hebben. Mislukking is fijn, de koerswijziging mag er zijn? Waar Pechthold momenteel staat weet niemand, door zijn eigen partij in een pamflet tot overbodig bestempeld.

Hoe kan de kiezer nog vertrouwen in een partij zonder eigen ideologie? Geloven in een partijleider die de koers uitstippelt aan de hand van mislukkingen, over de rug van de eigen ministers. Letterlijk zegt hij “ik ben niet de partijpolitiek ingestapt om de partijlijn te volgen, maar om mijn eigen idealen te verwezenlijken.” En de val van de Graaf gaf blijkbaar de mogelijkheid een nieuwe partij binnen de oude te starten.

Mij lijkt het de doodsteek ooit nog een geloofwaardige partij te worden.