Oei oei. Ik merk het in mijn omgeving. Stefan heeft een leuke baan gevonden en dus moet ik nu stikgelukkig door het leven zweven. En ze zien het, dat dat miracel zich nog niet voltrokken heeft in mijn brein. Het levert enkele gefronsde wenkbrouwen en de ‘het gaat toch goed?’ vraag op. Hoe kan ik nu niet waanzinnig vol geluk zitten? Je zou er nog paranoia van worden.

Wees gerust, natuurlijk ben ik hardstikke blij. Vanwege het feit dat hij leuker werk tegemoet kan zien tot het idee dat het financieel ook nog wel eens goed kan komen hier. Maar het spijt me verschrikkelijk, ik ben niet van de een op de andere dag dolgelukkig geworden. De stress is niet in een klap het raam uit gewaaid en ik loop niet zomaar de hele dag hysterisch te lachen. Er zijn wel meer momenten van blijdschap maar verder voel ik me wat surreëel worden op het moment. Ik kan het ook niet helpen.

Wellicht komt dat gewoonweg omdat zes jaar aanmodderen op allerlei gebieden niet in de koude kleren gaat zitten. Mijn psyche toch nog niet helemaal top was. De overige zaken waar ik me druk om maak, van mijn vader tot mezelf, niet in rook zijn opgegaan. Er financieel twee rotmaanden aankomen (u kent het vast, van uitzendbetalingen naar een vast inkomen = een maand zien te overbruggen) voor we kunnen gaan puinruimen. Piekeren en stressen een hardnekkige gewoonte raakt, die niet even tussen neus en lippen door is af te leren. Dat ik nu al ruim drie maanden snotter en hoest, hees ben, koortsaanvallen heb en zojuist mijn oren zijn dichtgeklapt werkt waarschijnlijk ook niet mee aan een ultiem geluksgevoel. En de stuipen in mijn benen zijn gewoonweg totaal gekmakend.

Anyhoe, lijkt me eigenlijk dus heel logisch dat het allemaal even tijd nodig heeft. Ik kan er niet mee zitten. Tenminste, zolang vrienden en kennissen er maar niet continue nadruk op gaan leggen dat ik niet ‘gelukkig’ genoeg zou zijn.

En zeg nu zelf, wat is geluk nu helemaal …