Er loopt hier behoorlijk vaak een poesje buiten rond waarvan wij vermoeden dat het een zusje van Knoepie is (de laatste kneus die we half dood van de straat geplukt hebben). Gisteren liep ze alweer in d’r uppie buiten te struinen om vervolgens pijlsnel met Stefan mee het trappenhuis in te glippen. Daar zagen we dat ze er eigenlijk niet best meer uit ziet. De achterkant is van staart tot tenen helemaal kaal en kapot en ook een paar plekjes op haar lichaam zijn kapot. Verder wilde aandacht, aandacht, aandacht!! En wat doe je dan he ..

Naar binnen halen was geen optie. Voor hetzelfde geld is ze ziek en we hebben al een poes met auto-immuunziekte in huis. Dat durfde ik toch niet aan. Dus op zoek naar de dierenambulance die je via de politie blijkt te kunnen inschakelen. Al snel stond er een mijnheer voor de deur die met gemak de poes ving, in een kattenmand deed en er als een haas vandoor wilde gaan. Dat wij vroegen wat er verder met haar ging gebeuren vond hij duidelijk onnoemelijk abnormaal en ook dat ik aangaf nog te willen bellen hoe het met haar gesteld is vond hij schijnbaar merkwaardig. Maar goed, het mocht.

Vandaag heb ik gebeld. Het beestje bleek gechipt en is dus meteen verderop in de straat afgeleverd. Voor die man een eind goed al goed, waarbij hij glashard beweerde dat het poesje in uitstekende staat was. “Niets bijzonders aan te zien hoor”. Welja, en ik heb een baard zeker. Enfin, blij ben ik er niet mee. Zo’n poesje blijft eeuwig terugkeren bij rottig baasje die zijn huisdier kapot en al meer buiten laat staan dan wat anders. Stiekem naar de dierenarts smokkelen is meteen uitgesloten, ook dan komt baasje onmiddelijk bovendrijven ..

Dat is dan de keerzijde van de kattenchip …