Ik leerde Dolly kennen in het kattenasiel waar ik werkte en zij geboren was en was binnen een seconde verliefd. Samen met broertje weggegaan omdat rood en grijs zo leuk pasten bij het wit in huis. Na een week teruggebracht vanwege afbreken van de boedel. Rode broertje werd ziek en zo kwam het dat ook zij een half jaar in het asiel verbleef. Dat is een hard gelach voor zo’n klein poepie, zeker als het om het gevecht rond eten gaat. Tussen keiharde straatkatten is het voor een lieffie van enkele maandjes niet makkelijk. Regelmatig moesten we haar stiekem bijvoeren en voedsel is ook altijd haar obsessie gebleven. En verder was ze lief en naief. Ik vetelde haar alles, zij luisterde aandachtig. Zolang ik haar maar overlaadde met knuffels en aaien.

Een half jaar oud waren broer en zus elkaar allang uit het oog verloren en mocht er een baasje gezocht worden. Ondergetekende wist niet hoe snel ze Dolly moest claimen en na een te vroege sterillisatie en honderd gulden armer (de dank voor zestig uur vrijwilligerwerk in de week), kon ze mee naar huis. Binnen een week kreeg ze ernstig niesziekte maar ik was er snel bij en de dierenarts gooide alles in de strijd. Ze overleefde het en kwam eindelijk aan gezelligheid toe.

Snel ontwikkelde ze zich als voedsel-jatter eerste klas. Geen verpakking kon gesloten blijven, geen tas was veilig en de eeste jaren durfde ze gerust het brood uit mijn handen en het vlees onder mijn neus van het aanrecht af te grissen. Dan maar een lel, als ze het voedsel maar te pakken kreeg. We lulden meer als ooit tevoren en zingen en dansen bleek eveneens een leuke hobby. Ze bleek meer gehecht aan mens dan aan huis en na een klein jaar luisterde ze zo goed als een middelmatig luisterende hond. En hee, dat is voor een kat behoorlijk uitzonderlijk! Ze vertrouwde me door dik en dun, zelfs een douche liet ze gelaten over zich heen komen. Als er iets aan de hand was kwam ze het laten zien, had ze de boel afgebroken vertelde ze het in geuren en kleuren. En ze voelde me waanzinnig goed aan. Had ik lol, kwam ze spelen. Had ik verdriet, kwam ze me uitgebreid troosten. Had ik sex, kwam ze ‘gezellig’ knuffelen ..

Na verloop van tijd kreeg ze huisgenoten erbij. Eerst Bor die ze zes weken lang alle kanten op sloeg. Net toen we besloten dat Bor toch maar weg moest, besloot Dolly dat hij toch wel lief was en sliepen ze tegen elkaar aan op de bank. Veel later kwam Stefan in haar leven en daar was ze al snel dol op. Goed voor een knuffel en een kletspraatje en niet onaardig, hij gaf meer eten dan bazinnetje en was altijd over te halen voor iets extra’s. Yay! Wat ze bij mij niet voor elkaar kreeg, ging ze bij Stefan halen. Toen kwam er een hond bij en dat was even wennen, zo’n bakbeest in huis. Uiteindelijk accepteerde ze het wel maar de hondenbak was leuker om in te pikken. Als laatste verscheen Knoepie in haar leven. Die ze alle streken heeft geleerd en waar ze menig verpakking voor gesloopt heeft.

Maar qua gezondheid heeft Dolly het nooit getroffen. Heel wat keren heeft ze iets ernstigs gemankeerd en moest ze aan de pillen, druppels, injecties en zelfs onder de douche. Makkelijk als ze was mocht het allemaal. Maar de auto-immuunziekte die ze uiteindelijk kreeg en de herseninfarct die er overheen kwam hebben haar de das om gedaan. De laatste maanden was ze niet meer zo gelukkig. De laatste weken wilde ze niet meer intens verzorgd worden. Om de dag pillen, om de dag kammen, om de zoveel tijd douchen en om de zoveel tijd naar de dierenarts. Dat wilde ze niet meer. Altijd verwachte ze dat ik het in orde zou maken, altijd deed ik dat ook. Maar deze keer lukte het niet …

Ook al weten we dat we dit moesten doen en weten we zij het nu beter heeft, we zijn er totaal kapot van.

Dolly
16 september 1992 ~ 21 januari 2006

Dag lieve Dolly, ik zal je voor eeuwig missen ….