Weg vrijheid van meningsuiting (2)

Vrijheid van meningsuiting is de vrijheid van burgers om hun overtuigingen kenbaar te maken, zonder voor vervolging door de staat te hoeven vrezen.

Vrijheid van meningsuiting wordt vaak beschouwd als een integraal concept in democratieën. De vrijheid om zonder angst voor vervolging je mening te kunnen uiten staat expliciet vermeld in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

De discussie over de arrestatie van Gregorius Nekschot is er een over Vrijheid van Meningsuiting. Immers precies die vrijheid zag Gergorius als sneeuw voor de zon verdwijnen toen hij als een of andere terrorist werd opgepakt en vastgezet. Werd hem duidelijk gemaakt dat hij wel dégelijk vervolging door de staat moet vrezen. Sterker, het OM plaatste zichzelf gelijk maar op de stoel van de rechter en verbood vast acht cartoons die zij als strafbaar discriminerend beoordelen. Intimidatie tot zelfcensuur, zonder rechtspraak. Met een tikkeltje belangenverstrengeling kado.

Toch neemt menig gevoerde discussie een andere wending. Geheel subjectief beoordeeld menigeen zelf de cartoon door de ogen van een ieder die beledigd zou kúnnen zijn. En wordt het gevoel van beledigd zijn de grens die vrijheden inperkt en intimidatie goedpraat. Niet alleen de burger voert die discussie, de politiek voert hem al langer. Blijkbaar zeer effectief.

Maar luidt het spreekwoord niet ‘wie zoekt, zal vinden’? En bij satire of zelfs maar het uiten van een mening, zal vanzelfsprekend altijd een beledigde partij te vinden zijn. Ergo, elke mening is potentieel beledigend en vrijheid van meningsuiting bestaat daarmee niet…

En zo snijdt menig nederlander zichzelf maar al te graag in de vingers. Waarschijnlijk met het idee dat Gregorius een ware klootzak is en zijzelf heilig. Zij zich veilig wanen in de veronderstelling dat zij wél beschermd worden door de wet op vrije meningsuiting die ze zelf in de discussie al vakkundig om zeep hebben gebracht. Dat zij hoogstens op normale wijze voor de rechter gedaagd zullen worden in plaats van door tien man van het bed gelicht.

Maar ik ben overtuigd: als er nu niets wezenlijks gebeurd, lopen we allemaal hetzelfde risico als Gregorius Nekschot.

Comments (10)



Previous

Weg vrijheid van meningsuiting

Next

Solidair met Nekschot

9 Comments

  1. Helaas bevind de discussie zich binnen een kleine groep mensen, inclusief weblogland. Helaas heeft het grotendeels van de bevolking niet eens in de gaten waar het echt over gaat. Gemakzuchtig, murw gebeukt door de politiek in het verleden, en nog vele andere redenen waarom men niet in de gaten heeft wat er daadwerkelijk gebeurd. Men wordt pas wakker als het de portemonnee raakt of als het heel dicht bij huis gebeurd, maar dan is het dus te laat.

  2. Je zou de discussie ook van een andere kant kunnen benaderen: ”vrijheid van burgers om hun overtuigingen kenbaar te maken”.

    Zou er een verschil kunnen zijn tussen “je overtuiging kenbaar maken” en “aanzetten tot haat?” En zoja, hoe definiëren we dat verschil dan?

  3. christinA

    En zoja, hoe definiëren we dat verschil dan?

    we hoeven niets te definieren.
    Het gerecht doet dat.
    Maar aangezien Nederland blijkbaar alles dienaangaande, vanaf opsporen tot veroordelen in één hand heeft gestopt, de hand der LECD , wordt de rechtsgang onmogelijk gemaakt.

  4. christinA, het gerecht definieert helemaal niks, dat doet de wetgever, oftewel de volksvertegenwoordiging. De rechtelijke macht (een gerecht éét je) toetst praktijkgevallen aan de wet, het OM -in dit geval ondersteund door het LECD, niet meer dan een specialistische tak van het OM, dus hoezo belangenverstrengeling)- vervolgt. Van een veroordeling door de LECD heb ik werkelijk nog nóóit gehoord.

    Edoch, daar ging mijn reactie niet over. Mijn vraag was of iedere openbare uiting automatisch valt onder het kenbaar maken van een mening of overtuiging en wie bepaalt waar de grens ligt naar een strafbare vorm van belediging, smaad, laster, bedreing of discriminatie. Steeds meer heb ik namelijk het idee dat mensen het wel prima zouden vinden als deze strafbare feiten door de vrijheid van meningsuiting zou worden afgedekt.

  5. christinA

    Sorry,
    gerecht is ook rechterlijke macht.
    lecd
    en zij mogen.

    wie bepaalt waar de grens ligt naar een strafbare vorm van belediging, smaad, laster, bedreing of discriminatie.

    En dat blijft toch door de wet bepaald, het gerecht.
    Vrijheid van meningsuiting kan nooit een dekmantel zijn voor een strafbaar feit. Het vervelende voor veel mensen is echter, dat toetsing achteraf plaatsvindt, als eventueel kwaad reeds is geschied.

  6. christinA, zoals jij het stelt is het net alsof de wet en het gerecht hetzelfde is, dat is dus niet zo. Dat laatste is een waar woord, maar daar zit ook een andere kant aan. Het OM stelt namelijk op basis van eerdere uitspraken richtlijnen op over welke zaken wel voor vervolging in aanmerking komen en welke niet, oftewel: zij richten zich op de jurisprudentie. Dat is overigens precies wat het LECD onder meer doet.

    Wat jij overigens stelt is nou net waar het om gaat: vrijheid van meningsuiting kan nooit een dekmantel zijn voor een strafbaar feit. Dat is echter wel wat je ziet gebeuren: men vraagt zich niet af of iets door de beugel kan ja of niet (en geloof me, ik heb daar met betrekking tot Nekschot dus écht geen mening over), maar beroept zich onmiddellijk op diezelfde vrijheid van meningsuiting, alsof dat een legitimatie is om alles te zeggen en te publiceren wat je maar wil.

  7. ChristinA, het gerecht definieert helemaal niks, dat doet de wetgever, oftewel de volksvertegenwoordiging

    Nee hoor. Het is de jurisprudentie en daarmee de rechter die uiteindelijk de wetten definieren.

    belediging, smaad, laster, bedreing of discriminatie. Steeds meer heb ik namelijk het idee dat mensen het wel prima zouden vinden als deze strafbare feiten door de vrijheid van meningsuiting zou worden afgedekt.

    Je gooit de zaken wat makkelijk op een grote hoop. Zo hebben smaad en laster meer te maken met iemand ten onrechte betichten van criminele activiteiten, en dat bovendien aannemelijk proberen te maken. Iets als Suffie heeft die en die vermoord, en deed dat op die dag. Discriminatie is het wegzetten van een bevolkingsgroepn als minderwaardig. Bedreiging is stellen dat je iemand wel eens dood komt maken.

    Belediging hoort daar niet bij. Ik behoud me dan ook elk recht voor om te vinden van iemand wat ik vind, en dat in niet mis te verstane bewoordingen te verkondigen. Inderdaad, vrijheid van meningsuiting is een legitimatie om alles te zeggen wat je vindt. Zegt een imam dat er homo’s van het dak gepleurd moeten worden? Prima. Je kent het standpunt van de man dus dan ga je in discussie. Noem ik een Marokkaan een geitenneuker? Nog mooier, en ik kan het je uitleggen waarom ik dat doe.

  8. Renald

    Vrijheid van meningsuiting zoals geformuleerd in Art. 7 vd Gw. verwijst ook naar de bijkomende verantwoordelijkheden. Dat brengt mij tot een lastig punt over het werk van Nekschot.

    Hoewel ik vind dat dergelijk sarcastisch werk gepubliceerd mag worden, kan ik mij niet onvoorwaardelijk aan de indruk onttrekken dat er de intentie is om met de cartoons te beledigen.

    Met de eigen verantwoordelijkheden die Nekschot schept door de publicatie neemt deze ook rekenschap voor het opzettelijk aan zetten tot haat of geweld of belediging van mensen vanwege hun huidskleur, godsdienst of sexuele geaardheid.

    Nekschot hoeft geen toestemming te vragen voor publicatie. Nekschot heeft net als iedere ressorterende onder de Nederlandse wetgeving wel rekening te houden met de bijbehorende verantwoordelijkheden.

    Uitdaging daarbij is dat rechters vaststellen of dergelijke publicaties passen bij een kwaadwillende doelstelling van de maker/publicist. Belediging is geen recht dat aan de Nederlandse Wetgeving, of de Europese, ontleend kan worden. Censuur daarin tegen is wel mogelijk op last van een rechter, indien er geconstateerd wordt dat er sprake is van smalende mededelingen.

    Voor wat mij betreft is het werk van Nekschot soms over de grens van goede smaak en regelmatig obsceen, maar niet per ommegaande “haatspraak”. Wat er met de cartoons bereikt moet worden is mij onduidelijk, daarin vind ik sarcasme wel terug. Onvoldoende om zijn publicaties te censureren, zeker onvoldoende om een dermate grote actie van het OM te verantwoorden. Dat laatste vind ik in deze hele gang van zaken tot dusver de grootste belediging aan het adres van Nederlandse wetgeving.

  9. @Suffie:

    Zou er een verschil kunnen zijn tussen “je overtuiging kenbaar maken” en “aanzetten tot haat?” En zoja, hoe definiëren we dat verschil dan?

    Dat is niet aan ons om te definiëren, dat is aan de rechter. Dat heeft ook een reden: anders zou immers gebeuren wat ik in de posting al schets: we gaan uit van de beledigde partij en er zal altijd een potentieel beledigde partij aanwezig zijn. Die laten bepalen is opheffen van vrijheid van meningsuiting.

    Steeds meer heb ik namelijk het idee dat mensen het wel prima zouden vinden als deze strafbare feiten door de vrijheid van meningsuiting zou worden afgedekt.

    Waar haal je dat idee vandaan? De tendens is namelijk dat de rechter het mag bepalen maar dan zonder intimiderende acties vanuit het OM. Mensen staan ook niet achter een strafbaar feit. Mensen staan achter de vrijheid van meningsuiting en het principe dat als er grenzen overschreden worden, de rechter dat zal bepalen. deze trammalant is niet voortgekomen uit het feit dat Nekschot zich eventueel moet verantwoorden voor de rechter. De trammalant komt voort uit het feit dat Nekschot reeds is aangemerkt als crimineel, het tekenen van een cartoon op je eigen website wordt bestemeld tot een delict van de zwaardere klasse en er omheen rondgeslagen wordt zoals het willen aanpakken van de uitgever etcetera.

    Die trammalant is er niet omdat Nekschot drie kwart van Nederland onder zijn schare fans kan scharen, maar omdat het rechtvaardigen van deze acties betekent dat elke schrijver of tekenaar deze aanpak zomaar tegemoet zou kunnen zien. De publicist niet meer uit zou mogen gaan van de eigen mening maar uit zou moeten gaan van elke lange teen die er in Nederland te vinden is. En dat zijn er heel wat.

    Wat jij overigens stelt is nou net waar het om gaat: vrijheid van meningsuiting kan nooit een dekmantel zijn voor een strafbaar feit. Dat is echter wel wat je ziet gebeuren: men vraagt zich niet af of iets door de beugel kan ja of niet (en geloof me, ik heb daar met betrekking tot Nekschot dus écht geen mening over), maar beroept zich onmiddellijk op diezelfde vrijheid van meningsuiting, alsof dat een legitimatie is om alles te zeggen en te publiceren wat je maar wil.

    Als jij dat ziet gebeuren, zou er heel wat mankeren aan de rechters in Nederland. Maar je wil nu toch niet gaan beweren dat iemand zijn verdediging te schrijven/tekenen vanuit vrijheids van meningsuiting maar uit het raam moet smijten bij ieder mens wat beledigd zegt te zijn?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

 

Powered by WordPress & theme based on Lovecraft