Month: May 2011

De leukste hond!

Kent u dat? Dat uw huisdier doorgaans enorm goed luistert? Dat als u ‘hier’ roept, uw trouwe viervoeter al kwispelend voor u zit? Maar als er publiek bij is, u nog net het staartje in het hoge gras ziet verdwijnen al staat u overspannen met zes worsten tegelijk te zwaaien? Opdat u met blos op de wangen en zweet op het voorhoofd zichzelf ongelukkig zinnen hoort stamelen als ‘normaal komt ze meteen hoor!’ of ‘hij heeft zijn dag zeker niet’? Waarop het publiek net even te slecht lachjes en pretogen weet te verbergen, omdat hun hond natuurlijk zestien kunstjes op commando kan? Tegelijkertijd! Zonder de commando’s te horen zelfs.

Nee, dan onze hond. Die doet toch gewoon precies het omgekeerde! Gaan we gezellig met zijn tweetjes of drietjes op pad, is ons gebrul slechts een teken dat we ‘dus’ nog in de buurt zijn en mijnheer heus niet meteen naar ons toe hoeft te spurten. Of neemt hij die spurt wel om ons tien keer voorbij te rennen in de hoop dat we er leuk achteraan gaan hollen. Dat wordt – tot mijn grote verbijstering – anders als er een hondenbezitter in de buurt is. Alsof hij absoluut geen imagoschade voor zijn baasjes wil, luistert hij op die momenten als de beste. En – ik zweer het mensen- hij lacht er ook vrolijk bij!

Zwellend van trots op onze kleine, is het niet moeilijk om dan glimlachend te mompelen dat hij niet altijd zo goed luistert …

Comments (7)



Wilsdood

Mijn vader filosofeerde vaker over zelfdoding en verschillende methoden om uit het leven te kunnen stappen. Van vrijwel elke methode wist hij alle mogelijkheden en onmogelijkheden. Dat klinkt depressief, luguber en zwaar op de hand maar zo was het eigenlijk nooit. Als hij erover sprak was het als een gesprek over een gebeurtenis op het werk of een voorval in de supermarkt. Vrolijk, met de nodige kwinkslagen. Theoretisch. Een interessant gespreksonderwerp voor een doordeweekse avond.

Tot hij me ergens in 2008 belde. Opgewekt, enthousiast en bijna opgewonden. Hij had een weinig bekend boekje gevonden. Een praktisch boekje. Elke methode van zelfdoding was er in opgenomen. Met uitleg over de juiste aanpak, de mogelijke problemen, de duur, de kans van slagen, wat de consequenties konden zijn als het mis ging. En er was nog iets wat dit boekje in zijn ogen heel bijzonder maakte, een methode die in geen ander boek en op geen enkele website zo goed beschreven stond als hierin. Een oeroude methode, veel gebruikt ten tijde van de Griekse oudheid maar tegenwoordig weinig bekend of gebruikt. Vol lof legde hij de methode aan me uit. Je moest niet alleen de polsen, maar ook een deel van de keel doorsnijden. Als iemand echt dood wilde en de moed had dit te doen, had deze methode alleen maar voordelen. Indien de messen vlijm- en vlijmscherp zijn, is het snijden relatief pijnloos. Door het snelle en grote bloedverlies, raakt iemand binnen dertig seconden in een fijne, prettige roes. De dood treedt daarna razendsnel in, binnen enkele minuten. Helemaal enthousiast was hij over de effectiviteit van deze methode. “Al rennen er op dat moment tien mensen tegelijk binnen, dan nog kan niemand meer ingrijpen”. Succes verzekerd.

Misschien kwam het omdat hij zijn leven lang al een fascinatie had voor messen en zwaarden. Of omdat hij eerder twee samoeraizwaarden van de muur had gehaald en weggedaan, om niet in de verleiding te komen ‘iets te doen’ op een donker, moeilijk moment. Wellicht was het omdat hij zijn levenlang al zijn keuken- en zakmessen toch al absurd scherp hield en ik dat altijd al griezelig vond. Of misschien zat het gewoon in zijn toon en de manier van vertellen, bijna voorbereid en trachtend me over te halen net zo enthousiast te worden als hij. In elk geval was dit de eerste keer dat ik er niet goed tegen kon. Dat ik bevangen werd door een vage, nare onrust. Eigenlijk wilde ik het niet horen. Eigenlijk wilde ik hier niet meer over praten. En vooral wilde ik niet dat hij zo vrolijk erover was. Ik wilde een enorm nadeel benoemen zodat zijn enthousiasme zou vervagen en de kennis over deze methode in vergetelheid zou kunnen verdwijnen. Het enige wat ik kon bedenken was dat iemand die zelfdoding pleegt, gevonden moet worden. Zei tegen hem dat het voor de nabestaande die dat moest zien, toch afschuwelijk moest zijn. Maakte dat het dan geen rotmethode? Hij was het wel met me eens dat het vinden een nare aangelegenheid zou zijn. Maar was dat niet altijd zo? In elk geval werden er op deze manier geen lukraak vreemden bij betrokken, zoals het springen van een flat of voor de trein doet. En dat zag er pas verschrikkelijk uit.

Ik moest nageven dat daar een kern van waarheid in zat. Mijn poging om het onderwerp van tafel te krijgen, was dan ook grondig mislukt. Sterker, leek het bijna alsof mijn tegenwerping zijn vuur alleen maar meer aangewakkerd had. Een opening had geboden om zichzelf in het verhaal te mengen. Hij filosofeerde hoe zoiets zou zijn, alsof hij het betreurde deze fascinerende daad niet uit te kunnen proberen zolang hij nog wilde leven. Boog zich over details in de uitvoering. Langzaamaan ging het niet meer over dat kloterige rotboekje maar over hem zelf. En terwijl de koude rillingen over mijn ruggengraat liepen, kon ik alleen nog fluisteren:“Dát ga je me toch nooit aan doen lieverd? Zeg asjeblieft dat je me dat nooit aan zal doen… ”

Die verschrikkelijke nacht in zijn huis, toen duidelijk werd dat er bloed was, dat er messen op tafel lagen, viel dit gesprek als een baksteen mijn herinnering terug binnen. Hoorde ik zijn stem in mijn hoofd, enthousiast en vrolijk over de genoemde methode. En pas toen realiseerde ik me dat hij eigenlijk geen antwoord had gegeven op mijn vraag. Dat hij er zorgvuldig niet op in gegaan was. En ik me – waarschijnlijk door wishfull thinking – af had laten schepen met de lieve, geruststellende woorden. “Och kleintje, daar hoef je toch niet van te schrikken. Dat is nu toch nog niet aan de orde, ik doe momenteel alles om in leven te blijven.”

Dit is het enige wat ik lange tijd niet heb begrepen. Waar ik boos over geweest ben. Woedend zelfs. Waarom moest hij nu precies voor die ene methode kiezen, waarvan ik had gevraagd dát niet te doen?

Pas toen ik dit op schreef, realiseerde ik me dat ik in feite niet boos ben op hem. Ik ben boos op anderen. Anderen die met deze methode niet om hebben kunnen gaan en dat nog steeds niet kunnen. Ik ben kwaad op de mensen die deden alsof deze methode ‘erger’ is dan welke andere methode van zelfdoding ook. Op de mensen die over elke zelfdoding konden praten en dat ook deden, behalve deze van mijn vader. Zij gaven me het gevoel dat mijn vader een monsterlijke daad had verricht met zijn beslissing op deze manier uit het leven te stappen. Ik daarmee rechtens en verplicht een leven lang ongeloof, onbegrip en weerstand had geërfd. En overschaduwden wat mijn vader voor me heeft willen doen. Want eigenlijk heeft mijn vader me vertelt dat dit geen opwelling was, geen noodgreep of daad van pure wanhoop. Heeft hij me laten weten dat hij uit het leven is gestapt op de manier die hij het prettigst vond. En daarmee het afschuwelijke ‘waarom’  waar zoveel nabestaanden ontzettend mee worstelen, voor me weggenomen.

Comments (8)



De belastingdienst en goed nieuws

Even een klein, goed nieuwtje tussendoor. Afgelopen 25 maart vertelde ik hoe de belastingdienst een absurde verklaring had afgegeven waarom hun fouten mij geld moesten kosten. Ik ben daarop in bezwaar gegaan maar eigenlijk verwachtte niemand dat er een positieve uitkomst zou volgen. Toch is dat van de week wel gebeurd! Ik ben geheel in het gelijk gesteld, de boel zal nu rechtgezet worden en .. ik kreeg zowaar een zeer vriendelijk excuus voor alle problemen die er waren ontstaan.

Ze hebben het niet makkelijk gemaakt maar allee, het is een mooie uitkomst.

Comments (4)



De beperkingen van 113Online

“Kan online lotgenotencontact helpen bij de verwerking van het verlies van een naaste door zelfmoord? Dat is de belangrijkste vraag van het Trimbos-instituut bij het onderzoek naar het 113Online forum voor nabestaanden van zelfmoord.” (bron)

Hoewel mijn antwoord op de vraag ‘ja’ zou zijn, denk ik inmiddels bij het 113Online forum: ‘nee’.

Een van de dingen die ik leerde bij traumaverwerking was het kinderlijk simpele maar toch zo moeilijke: praat! Ondertussen had ik al iets gelezen over 113Online en besloot er een kijkje te nemen. Wat te lezen. Me te registreren. En na enkele weken een topic te openen over het gebrek aan eerste opvang, in de hoop ervaringen van anderen te krijgen en me misschien wat minder eenzaam in mijn woede en verdriet te voelen. Mijn tweede reactie ontving ik meteen een privé bericht van een van de moderators. Niet om me welkom te heten. Ook niet om me sterkte te wensen. Maar omdat men een beetje gestruikeld was over de volgende woorden:

Persoonlijk vond ik het onbegrijpelijk en behoorlijk verwerpelijk dat slachtofferhulp NL niet weggelegd is voor mensen die een suïcide van dichtbij meemaken. Weet nog dat de televisiekijker die had gezien hoe een mijnheer op koninginnendag tegen de Naald reed en van slag was geraakt van de televisiebeelden, opgeroepen werden vooral slachtofferhulp te bellen. Kon de tv wel uit het raam gooien toen ik die mededeling zag. Ook als je fiets voor de deur gejat is, krijg je slachtofferhulp geboden. Maar wij stonden midden in de nacht zonder een greintje informatie op straat en konden de volgende dag vier liter bloed van mijn vader opdweilen, messen weggooien en moesten maar zien hoe we alles gingen regelen.”

Vriendelijk werd me verzocht de laatste zin te verwijderen. De reden: het zou te zwaar zijn voor andere nabestaanden om te lezen ‘in een situatie waar zij er niet met anderen over kunnen praten’. De moderator meende bovendien dat het ook voor mij veel beter zou werken als ik mijn gevoelens zou delen met een hulpverlener, achter gesloten deuren.

Ik moet zeggen dat ik vooral verbijsterd was van dit bericht. Ik zat toch zeker niet op een forum over theekopjes en punniken? En had 113Online zich niet met name tot doel gesteld alles rond zelfdoding bespreekbaar te maken, het taboe te doorbreken? En werkelijk, een forum wat mensen geen mogelijkheid biedt te praten?

Rap heb ik dit – maar dan beleefder – terug gekaatst. Het zou meegenomen worden in de eerst volgende vergadering. En inmiddels is er over vergaderd. De uitkomst: de methode van zelfdoding mag vermeld worden, maar zij willen een grens stellen aan ‘details die door nabestaanden als schokkend kunnen worden ervaren’. Elk geval zal daar individueel op beoordeeld worden, vanzelfsprekend niet door de nabestaanden op het forum maar door de moderators. Verder werd me wollig en vaag duidelijk gemaakt dat opruimen van bloed een schokkend detail is wat niet verteld mag (en uiteraard kon ik wel achter gesloten deuren een hulpverlener raadplegen).

Denk dat niemand in die vergadering zich afgevraagd heeft wat de methode van zelfdoding geweest is, als je daarna veel bloed op hebt moeten ruimen. Ben er van overtuigd dat het absoluut niet gewaardeerd zou worden als ik de gewraakte zin weg zou halen om te vervangen met de methode die mijn vader gebruikt heeft. Het is immers klip en klaar, er mag over zelfdoding gepraat worden als men er maar niet over vertelt. Geheel in lijn met het heersende taboe dat over zelfdoding niet gepraat mag worden. Iets wat 113Online op deze manier nooit zal doorbreken.

Voor nabestaanden van zelfdoding die behoefte hebben aan online lotgenoten contact, is er Werkgroep Verder met onder andere een uitgebreid (en besloten) forum voor nabestaanden. Hoewel het een organisatie in België is, worden Nederlanders er met open armen ontvangen. Daar is het mogelijk om over werkelijk alles te praten in een erg prettige, veilige sfeer.

Comments (5)



Er wordt verder aan gewerkt

Hij heeft zeker geweten dat ik hem niet zou vinden. Hij kon niet weten dat de politie ons zou vergeten. Dat het ziekenhuis niets zou zeggen. Dat de begravenisondernemer maar zou gaan doen. Dat werkelijk niemand ons iets zou vertellen. Dat ik hem daarom in zoveel onwetendheid op zou laten baren. Om afscheid te nemen van een persoon die niet mijn vader was. Met andere gezichtstrekken, omdat leegbloeden dat doet. (Verder …)

Op vier januari 2009 pleegde mijn vader zelfdoding. Zeer onorthodox is hij rustig op de bank gaan zitten en heeft zeer beheerst zijn polsen en zijn keel doorgesneden. Voldoende reden om een trauma op te lopen.

Toch was dit niet de reden dat mijn hersenen het de afgelopen twee jaar niet meer konden bolwerken. Mijn vader stapte niet zonder reden uit het leven. Naast het grote verdriet om mijn moeder die zeven jaar daarvoor overleden was, was hij ernstig ziek en stapelden de complicaties zich op. De prognose was uiterst slecht, hij zou binnen enkele maanden zeer pijnlijk overleden zijn, had hij deze beslissing niet genomen. Hij had me ook voorbereid in de zeven jaren er voor. Ik wist hoe hij over leven en dood dacht, dat hij steeds meer verlangde naar de dood, dat de kans groot was dat hij zou kiezen om zelf uit het leven te stappen. Ik herinnerde me na zijn dood de gesprekken waarin hij indirect had verteld over deze methode. Zijn afscheidsbriefje stond vol verwijzingen naar eerdere gesprekken die alleen ik begreep en voor mij houvast boden. Het was klote, het was verdrietig, het was onrechtvaardig, het was ellendig, het was om kapot van te gaan. Maar het had niet zo’n monsterlijke, overweldigende nachtmerrie moeten zijn waar ik compleet in vast zou draaien.

Dat was het wel. Niet vanwege mijn vader zelf. Wel vanwege de opstelling van elke professional die betrokken is geweest bij mijn vaders dood. De politie die ons letterlijk vergat. Bleef vergeten. Zelfs vier maanden en een klachtenprocedure verder alleen kon melden dat er geen proces-verbaal, rapport, dossier of ook maar een letter op papier is. Alleen foto’s. Die ik wel mag zien, dan worden ze met de postbode in de brievenbus gegooid. ‘Wilt u uw grootste nachtmerrie in een envelop met postzegel bezorgd hebben?’ ‘Nou nee, doet u dat maar niet’. Slachtofferhulp die de eerste uren niet was ingeschakeld en vervolgens hulp weigerde. Zelfdoding is geen misdrijf, wij waren ‘dus’ geen slachtoffer van een misdrijf en hadden ‘dus’ geen recht op hulp. De uitvaartondernemer die voluit adviseerde mijn vaders lichaam op te laten baren om afscheid te kunnen nemen omdat dat volgens hem zo goed en mooi zou kunnen. Achteraf gaf hij toe dat hij helemaal niet had geweten of het mogelijk was. Dat hij toen hij het lichaam zag, wist dat het eigenlijk geen goed idee was. Maar het toch deed. Samen met ontelbare fouten en missers waardoor het ‘afscheid’ gewoonweg afschuwelijk werd. Geen afscheid was. De officier van justitie die na vijf maanden ontzettend lief me vrijwillig, uit persoonlijke overwegingen een gesprek aan boodt om me toch wat beetje informatie te kunnen geven. Waar ik veel aan gehad heb en de man dankbaar voor blijf. Maar waarin hij mijn vader ook een ijskoude klootzak noemde en meer van dat. De notaris die me twee maal bedroog, zijn werk niet deed en er voor zorgde dat het afhandelen van de nalatenschap begon met rechtzetten van misverstanden, klachtenprocedures, conflicten en financiële problemen die niet nodig waren geweest. En maanden later het GGZ. Waar ik heen ging om over mijn vader, mijn ervaringen en mijn verdriet te praten maar waar duidelijk werd gemaakt dat dat niet tot de mogelijkheden behoorde en ik zelfs na twee gesprekken buiten werd gezet met het verzoek nooit meer terug te komen.

Op zijn zachtst gezegd ontvingen wij dus geen enkel begrip. Maar zij eisten dit begrip wel van ons. Ontelbare keren werd mij verzocht begrip te hebben hoe de manier waarop mijn vader uit het leven was gestapt, hen had geraakt. Hoe van slag zij waren geweest. Hoeveel geestelijke bijstand zij hadden gekregen om hiermee verder te kunnen. Vertelden ze hoe egocentrisch ik in hun ogen was, dat ik dat begrip niet meer kon opbrengen omdat ik godverdomme dat begrip ook niet kreeg. Bovendien werd ik beschouwd als praatpaal. Degene waar ze de gruwelijke details waar zij moeite mee hadden, tegen konden ventileren. Snoeihard. Wist ik maanden lang niet wat zich in mijn vaders huis had afgespeeld, kreeg ik wel afschuwelijke details over zijn lichaam en horror lijkende gissingen te horen.

En dat heeft me kapot gemaakt. Emotioneel volkomen gesloopt. Het bezorgde me beelden die ik zelf niet gezien had maar waar mijn hersenen volkomen mee op de loop gingen. Het zorgde er voor dat de beelden die ik wel gezien had, werden geïntensiveerd, vertekend en vergroot tot monsterlijker dan ze in werkelijkheid waren geweest. Ze kwamen terug in mijn nachtmerries en overdag plaagden ze me in flashbacks. Groeiend tot alles wat met mijn vader te maken had, van foto’s tot herinneringen, me alleen nog naar die nacht brachten waar ik ik doods- en doodsbang voor was geworden. Tot ik alleen nog maar bezig was nergens meer aan te denken, om maar niet te hoeven voelen.

Toen ik dus enkele maanden terug schreef dat ik ‘wat gelukkig wilde worden‘, was dat een behoorlijke understatement. Ik bestond uit angst, wantrouwen, machteloosheid, frustratie, woede en verdriet. Werd tientallen keren per nacht badend van het zweet wakker uit verschrikkelijke nachtmerries. Werd overdag nog vaker opgeschrikt door flashbacks en griezelige gedachten. En het laagje ‘ik ben vrolijk en doe mijn ding’ brokkelde in snel tempo af. Er werd ernstig Post Traumatisch Stress Syndroom met vermoeden van depressie vast gesteld en ik ben in een korte, zeer heftige traumaverwerking gestapt.

Dat heeft ontzettend veel goeds gebracht. En het allerbelangrijkste, het heeft het trauma weggehaald. Het trauma wat in mijn leven alles blokkeerde, inclusief rouwen om mijn vader en verwerken wat er die nacht is gebeurd. En waar ik nu mee bezig moet maar ook kan zijn. En voor de lezer, mee bezig zal zijn voorlopig.

Met slachtofferhulp heb ik destijds gesprekken gehad over het feit dat in Nederland een totaal gebrek is aan hulp voor nabestaanden van zelfdoding, terwijl die zo ontzettend noodzakelijk en belangrijk is. Samen met politie zou er naar gekeken worden, ik heb er echter nooit meer van terug gehoord. Vanmiddag kreeg ik via via nieuws dat slachtofferhulp inmiddels bezig zou zijn een vorm van hulp op te zetten voor deze groep nabestaanden. Ik hoop dat dat werkelijk gaat gebeuren. In een land waar slachtofferhulp al geboden wordt als je fiets wordt gejat, kan het toch niet bestaan dat nabestaanden aan hun lot worden over gelaten omdat het zelfdoding betreft.

 

Comments (19)



Echt lente

Al twee weken zag ik haar dagelijks, een meisje van een jaar of negen wat maar rondhing aan de waterkant in het park. Soms was ze alleen, vaak had ze vriendinnetjes bij maar hoe dan ook sleepte ze alle keren rond met een monsterlijk groot schepnet op een stok. Dat zou niet echt vreemd zijn, ware het niet dat ze niets leek te doen met het schepnet anders dan meezeulen.

Afgelopen vrijdag kon ik mijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen en vroeg wat ze toch met dat schepnet wilde doen. Niets bleek, het schepnet was ter bescherming. Daar kon ze van alles mee weg jagen. Er lag namelijk een nestje in het riet met heel veel eieren! Van een kieviet! Meteen moest ik plechtig beloven dat ik de hond niet in de buurt zou laten.

Ze hebben er goed op gepast duidelijk. Al bleek de kievit niet de mama, sinds gisteren zwemmen er maar liefst tien donzige eendjes in het rond.

 

Comments (8)



Powered by WordPress & theme based on Lovecraft