Month: January 2013

Op zoek naar geluk. Ofzo

Omdat ik dacht dat Google vast wel zou weten waar ik geluk kan vinden, typte ik op goed geluk in ‘op zoek naar geluk’. Maar Google zoekt geluk op vreemde plekken. Onder “Zoekopdrachten gerelateerd aan op zoek naar geluk” staat de optie:

Toch betwijfel ik enigszins of hij me kan vertellen waar ik geluk kan vinden.

Hebt u wel eens bewust gezocht naar geluk? En zo ja, heeft u het gevonden?

Comments (16)



Terugbladeren om vooruit te komen

In 2002 – na toch al enkele jaren van intense gebeurtenissen – moest er een arbeidsconflict opgelost worden om weer betaald te krijgen, volgden er zes afspraken voor een slopende WAO keuring, raakte ik afgekeurd en daalde 60% in inkomen, bracht dat wat financiële problemen met zich mee, werd mijn inmiddels man weg gereorganiseerd, bracht dat nog meer financiële problemen met zich mee, overleed mijn moeder in onze armen op 47 jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker, chemokuren en complicaties en raakte mijn vader het spoor totaal bijster. Kort gezegd besloot hij van de ene op de andere dag te gaan leven op uitsluitend alcohol in de hoop dat hij dan ‘per ongeluk’ mijn moeder achterna kon, met blackouts, zelfbeschadiging, ongelukken, ziekenhuisopnames en uiteindelijk een vrijwillige opname in een psychiatrische instelling tot gevolg.  Iets wat totaal niets deed omdat hij in de instelling geen druppel dronk maar hij elk verlof zich te barsten zoop en steeds destructiever werd. Na een maand of zes besloot hij met enige drang en dwang van onze kant dat hij wilde proberen toch een leven te gaan maken voor hemzelf. Zo snel als hij was gestart met extreem alcoholisme, zo snel was hij van de drank af en functioneerde hij relatief weer prima. Maar zijn pijn was nog enorm, mijn zorgen verre van verdwenen en de uitputting begon nogal toe te slaan bij me.

Enfin, het leek me dus verstandig om wat geestelijke bijstand voor mijzelf te zoeken. Omdat het GGZ in de veronderstelling was dat niet mijn vader maar ik degene was die het spoor bijster was geraakt, kreeg ik een psychiatrisch verpleegkundige op huisbezoek. Nadat dit misverstand was rechtgezet en hij mijn verhaal duidelijk had, concludeerde hij dat ik niet zozeer psychische problemen had maar teveel shit achter mijn kiezen. De oplossing was volgens hem dat er weer wat leuke gebeurtenissen zouden moeten voorvallen, dan zou ik vanzelf weer wat prettiger in mijn vel komen. Twee weken later kreeg ik het nieuws waar ik al vijf jaar bang voor was maar tot bevolkingsonderzoek niemand van had kunnen overtuigen, ik had voorstadium baarmoederhalskanker en inmiddels eigenlijk al over het randje. De geestelijke bijstand werd opgeschort zolang ik de medische molen in moest, de dag voor kerst werd ik – gelukkig met zeer goed gevolg – geopereerd.

Het jaar erna kwam er een andere hulpverlener maar bleef de conclusie hetzelfde. De balans was nogal negatief doorgeslagen, iets waar wij en zij niets aan konden veranderen en het wachten was op leukere gebeurtenissen om ons weer aan op te kunnen trekken. Dat mocht niet zo zijn, integendeel. Zonder maar een make-up spiegeltje gebroken te hebben, vielen de spreekwoordelijke zeven jaar ongeluk op ons hoofd. Het achtste jaar pleegde mijn vader zelfdoding en zorgden hulpdiensten en instanties ervoor dat deze nachtmerrie tot het uiterst werd verdiept en verergert.

Dat is voor mij de nekslag geweest. Voorheen kon ik tussen de gevoelens van rouw, boosheid, frustratie, machteloosheid, gepieker, zorgen over alles en enkele huilbuien door altijd wel weer opkrabbelen, een beetje relativeren, eens hard lachen, van dingen genieten en in een vlucht ter afleiding dit weblog vol kalken, soms meerdere keren per dag.  Dat is me na vier januari 2009 niet meer helemaal gelukt.

Niet dat ik begraven lig onder een depressie, nergens van kan genieten of nooit meer lach. Maar toch. Alles gaat wat moeilijker. Ik maak me veel meer zorgen dan ik ooit heb gedaan, ben vele malen emotioneler geworden, raak sneller geprikkeld en makkelijker somber gestemd. Het leven is iets pijnlijker geworden en ik zwaarmoediger. Ik vind het niet prettig, ik wil het niet maar het is toch gebeurd. Zichtbaar in mij maar ook zichtbaar op mijn weblog.

Dat spijt me. Dat spijt me voor u lezers die niet zoveel vrolijkheid meer terug kan vinden. Het spijt me nog meer voor mijn man die al dit met me heeft mee moeten maken en met mij leven niet altijd zo makkelijk is. En het meest spijt het me voor mezelf, om alle voor de hand liggende redenen.

Misschien vreemd om mijn weblog erbij te betrekken, je zou denken dat dat het minst belangrijk is. Maar het is mijn weblog geweest wat me heeft doen inzien hoezeer ik ben veranderd en vooral dat het niet zo goed met me gaat als ik zelf dacht. Zeventien december 2012 bestond dit log tien jaar en om inspiratie op te doen voor een leuk stukje met toeters en bellen, bladerde ik online terug in de tijd. Om te zien dat de toon en de sfeer behoorlijk is veranderd en de schrijf frequentie naar beneden is gekelderd om niet meer bij te trekken. Dat vond ik op zichzelf nog niet zo erg, wel vond ik erg wat het me vertelde over hoe het met mij gaat. 

Aangezien mijn weblog mijn staat van zijn indirect en stiekem griezelig goed weergeeft en nog meer omdat u veel heeft meegeleefd en support heeft geschonken, heb ik besloten deze gedachten ook online te plaatsen. Hopelijk zal het een begint zijn van  van een soort afsluiting van vier (twaalf) ongelukkige jaren en een stok achter de deur om weer wat geluk terug te zoeken.

En wie weet, heeft u die altijd zo goed voor mij bent, nog goede adviezen …

 

Comments (10)



Lieve pap, ik mis je zo …

Toen ik vijf jaar oud was, kreeg ik griep precies op de koude decemberdag dat de Peppi en Kokki parade door onze straat zou rijden. Ik had me er de dagen ervoor zo op verheugd, dat mijn ouders besloten me gewoon heel, heel dik in te pakken. Tien minuutjes, voor de deur, dat moest kunnen. Mijn vader ging mee, op zijn schouders zou ik het goed kunnen zien. De parade was mooi en Peppi en Kokkie gooiden kleine, rode doosjes rozijntjes naar de kinderen. Mijn vader zette me vlug op de grond om er ook een te kunnen bemachtigen maar noch Peppi, noch Kokkie zagen me staan. Beverig en bleekjes lukte het ook niet er een van de grond te rapen en al snel had elk kind wel tien doosjes rozijntjes in de zakken gepropt en stond ik een beetje beteuterd rond te kijken. Dat kon mijn vader niet aanzien. Er viel een doosje vlakbij een kind maar voordat die kans zag het te pakken, dook mijn vader letterlijk naar voren en griste in zijn val het doosje voor de neus van het kind weg.  Alsof het de normaalste zaak van de wereld was, stond hij vervolgens nonchalant op, veegde zijn kleren schoon, beende naar mij terug en gaf me met een stralende lach een zoen en het rode doosje rozijntjes.

Het nadeel van vertellen over suïcide en de problemen die er aan vooraf zijn gegaan, is dat mensen een overwegend zwart en negatief beeld krijgen van diegene. Zo ook bij mijn vader. Of misschien zelfs juist bij mijn vader die een zelden voorkomende en voor de buitenwereld gruwelijke methode heeft gebruikt. De officier van justitie noemde hem een ‘ijskoude klootzak’ en er zijn meer mensen geweest die – zonder enige kennis van zaken – zulke negatieve oordelen hebben uitgesproken. Anderen die meer van zijn achtergrond wisten maar hem niet hadden gekend, hadden een weer een beeld van een oude, zieke man die na een depressief leven al aan de laatste jaren was begonnen.

Nu had mijn vader zeker een donkere kant. Zijn tekeningen, schilderijen en kunstwerken waren schitterend maar ook desolaat en een tikkeltje luguber. Zijn fascinatie voor de dood en de in zijn ogen zwarte kanten van het leven waren bijna altijd voelbaar als je naar zijn werk keek. Als hij in zich zelf voor zich uit zat te denken, voelde je het ook in hem. Het leven had hem veel pijn gedaan en die pijn kon hij op dat soort momenten niet helemaal verbergen. De reden waarom hij veel mensen altijd ietsje op een afstand hield, denk ik. Net als mijn moeder kon hij veel praten en niets vertellen. Schone schijn.

Maar hij had vele malen meer mooie en goede eigenschappen.  Mijn vader was hoogbegaafd, rationeel en behept met een zeer logisch denkvermogen. Zijn opinies en visies stonden als een huis en je moest met goede argumenten komen om hem daar vanaf te brengen. Niet te verwarren met star de hakken in het zand, hij luisterde wel naar de andere kant en stond er ook altijd voor open. We konden op alle tijden van de dag discussiëren, zelfs over onderwerpen waar we het meteen al roerend over eens waren. Zijn interesses lagen te breed om op te noemen dus was er altijd wel iets om over te kletsen of gezamenlijk af te serveren. Wel was hij wat eigenwijs hoewel hij dat zelf liever benoemde als het beter weten. Vervelend genoeg wist hij het vaak ook beter.

Het nam met zich mee dat hij zeer gedisciplineerd en nog beter georganiseerd was. Bij hem bleef de was niet twee uur in de wasmachine nadat de wasmachine klaar was en zelfs zijn schroefjes en spijkers waren netjes gesorteerd opgeborgen. Ik vond het altijd wat obsessief eigenlijk. Maar ik moet toegeven dat als ik kwam logeren, het na een dag al leek alsof mijn rugzak ontploft was. Een van de weinige dingen waarin we niet op elkaar leken.

Ondanks deze rechtlijnigheid was hij tegelijkertijd creatief en zeer gepassioneerd in alles wat hij deed. Maken van mooie dingen maar ook iets rustigers als lezen van een boek of luisteren van muziek, hij gooide zich er compleet in. De donkere kant van zijn karakter viel weinigen op, hij was overwegend een vrolijke, charmante man met een aanstekelijke lach. Veel vrouwen vielen als een blok voor hem en er waren weinig mensen waar hij niet mee overweg kon. Hij stond bekend als fijne baas omdat hij zich mateloos verstrekkend kon inzetten voor werknemers waar hij tevreden mee was, soms zelfs ten koste van zijn eigen carriere. Hij had wel een groot rechtvaardigheidsgevoel en al duurde het lang voor je echt iets verkeerd bij hem deed, eenmaal verbruid bleef dat zo. Hoewel hij meende dat het leven absoluut niet maakbaar is, leek hij alles te kunnen of kunnen leren als hij er zijn zinnen op had gezet. Van mijn moeder maar nog meer mijn vader heb ik geleerd altijd op mijzelf te vertrouwen en nooit mijn mogelijkheden te onderschatten.

Het meest gepassioneerd was hij over de mensen die hem lief waren. Zijn inner circle was klein maar zat je er in opgenomen, ging hij voor je door het vuur. Hij hield van mensen met zijn ziel en zaligheid en al zei hij dat niet vaak, was de liefde zo voelbaar. Over zijn lijk zouden dierbaren iets overkomen.

Zijn overweldigende liefde en overmatige intelligentie sierden hem maar zijn hem uiteindelijk ook fataal geworden denk ik. Hij hield verschrikkelijk veel van mijn moeder, eigenlijk waren zij samen een. Toen zij 10 februari 2002 op 47 jarige leeftijd in onze armen overleed, ging hij voor mijn ogen compleet kapot. Voor mij probeerde hij uiteindelijk toch een manier te vinden om alleen verder te gaan, maar eigenlijk heeft hij nooit zonder haar verder willen leven. Hij miste haar in alle facetten van het leven zo verschrikkelijk intens.

Misschien was het nog anders gegaan als hij niet zo verschrikkelijk ziek was geworden en beperkt was geraakt. Hij heeft de kans niet gekregen ook maar te proberen het leven weer op te pakken. In een lichaam vol pijn wat weigerde te functioneren, veranderde zijn intellect van een zegen tot een hel. Fysiek steeds weer een stapje achteruit tot hij zo beperkt was dat hij niet alleen opgesloten zat tussen de muren van zijn huis maar meer nog opgesloten raakte in zijn eigen brein. Op zesenvijftig jarige leeftijd, toen hij zelfs niet echt meer uit de voeten kon met zijn vele gedachten, was er voor hem geen kwaliteit van leven meer over.

Lieve, lieve pap. Zondag vier januari 2009 om kwart over elf ’s avonds ben je eruit gestapt. Ik weet het, ik weet het … het was tijd. Jij had geen moeite met de dood maar ik heb zoveel moeite met de jouwe. Ik hou ontzettend veel van je. En mis je zo verschrikkelijk … 

 

Comments (11)



Powered by WordPress & theme based on Lovecraft