Category: Oud zeer Page 2 of 4

De boom ben ik

Op een wit bord tekende hij met zwarte stift een ietwat abstracte boom met veel wortels, nog meer takken en een soort van stipjesbrei die het idee van een boel bladeren weer moest geven.  Verder voegde hij een wolk, regen maar ook zon, een mensje, iets wat op een gieter moest lijken en schreef ‘externe factoren’ er naast.

Hij legde uit dat ik de boom ben. En dat ik – boom zijnde enzo – me al groeiende aangepast heb aan specifieke grond en extreme omstandigheden.  Dat heeft me door de jaren heen een sterke, stevige boom gemaakt die ondanks veel beschadigingen niet makkelijk om te krijgen is.

We willen de boom daar alleen niet meer hebben. Laten we zeggen dat we de boom – mij dus – fijnere, meer vruchtbare grond en zonnige, warme omstandigheden gunnen. Om dat te bereiken, dienen we haar te verplanten. De wortels van de boom zitten echter met honderden vertakkingen stevig in de grond vast. Wortels die je niet zomaar los kan rukken zonder de boom ernstige en wellicht onherstelbare schade toe te brengen. De takken en het bladerdak zijn bovendien te zwaar op het moment dat de wortels worden losgemaakt. Takken die je niet zomaar eraf kan trekken en scheuren,  daar moet met beleid een hoop in gesnoeid worden. Om de boom op een beheerste manier gereed te maken om te kunnen worden overgeplant, heeft ze – ik nog steeds – traumatherapie nodig.

In traumatherapie wordt de boom dus eigenlijk compleet gestript. Met beleid ontdaan van overtollige bladeren, takken voorzichtig kort gesnoeid en alle wortels een voor een los gewrikt. Kortom, de boom wordt tijdelijk zeer kwetsbaar gemaakt. Is de boom – jawel, nog steeds ik – volkomen kwetsbaar en onbeschermd geraakt, pas dan kan ik verplant worden in fijnere, meer vruchtbare grond. Vervolgens mag ik – of de boom, wat u wil – onder goede verzorging en zachte externe omstandigheden opnieuw opbloeien.

De eerste tijd traumatherapie zou ik me dus steeds ellendiger gaan voelen, dat was niet anders. Elke herinnering werd uit de vaste grond losgetrokken om opnieuw te bekijken en her te beleven. Samen met de opdracht nu te voelen hoe ik me toen voelde, te herkennen en te benoemen welke nare gevoelens er waren en me bovendien bewust te worden hoe ik me nu daarover voel. Daar kan ik heel veel over schrijven maar ik kan er ook vrij kort over zijn: volkomen, volkomen klote.

Vervolgens stond ik klaar om overgeplant te worden in fijnere grond en prettige omstandigheden. Dat gebeurde alleen (nog) niet.  De nieuwe grond bevat nog veel los zand met kiezels, de omstandigheden elders zijn onverhoopt en hopelijk tijdelijk weinig mild gebleken. Bovendien leek de tuinman – ook wel mijn psycholoog geheten – te vergeten dat ik als boom overgeplant zou worden. Hij liet zich weerhouden door enkele omstandigheden en weersinvloeden en raakte afgeleid door struikjes die even verderop waren door gekomen. Terwijl hij die struikjes probeerde te verzorgen, bleef de boom met kluit wankel en treurig op de kale stenen staan. Hopende dat er geen najaarsstorm uit zal breken om mij omver te blazen.

Gelukkig is het een zachte winter. De tuinman mag wel eens flink aan de slag gaan. Anders is de kluit straks ook nog flink uitgedroogd. En hoe moet ik dan nog aarden, laat staan in bloei geraken?

Comments (3)



Slechts voorbereiding

U heeft het hier niet gemerkt maar ik heb me de afgelopen vijf maanden werkelijk een slag in de rondte geschreven. Mijn leven in nare, akelige, angstige, intensieve en verdrietige ervaringen moesten tot in detail op papier. Liefst met even gedetailleerd de gevoelens die ik toen heb ervaren en de gevoelens die er nu over bestaan. Vele pagina’s vol zijn op de mail richting therapeut gegaan om elke week uitgebreid te bespreken.

Het schrijven is niet het meest intens hieraan. Het zwaarste is het herbeleven wat gedurende het schrijven vanzelf optreedt. Ik blijk ook nog ‘de mazzel’ te hebben dat ik zogenoemde high intens memories kan oproepen waar voorheen zwarte gaten in mijn geheugen zaten. Het wil zeggen dat ik me de gebeurtenis herinner alsof ik weer in die tijd op die plek ben en het me opnieuw overkomt, zelfs de geuren en tastzin komen mee uit mijn verleden. Mijn therapeut was er in het kader van de therapie heel enthousiast over en ik moet toegeven dat het me –  met zijn hulp – al veel inzichten heeft gebracht.

Zelf kon ik er ondanks de inzichten niet veel enthousiasme voor opbrengen en mijn brein blijkbaar ook niet. Het intens herinneren wordt regelmatig afgewisseld met stevige dissociatie. Dan sta ik juist kilometers verwijderd van mijn omgeving en mezelf en lijkt geen enkele herinnering of gevoel nog van mij te zijn. Het is feitelijk een goed beschermingsmechanisme voor wanneer het me teveel wordt, er is niets wat me positief of negatief nog kan raken in zo’n episode. Maar nu ik dit soort mechanismes meer bewust ervaar, voelt het op zijn zachtst gezegd erg onprettig.

Enfin, klinkt allemaal niet leuk en dat was het ook bepaald niet. Het ergste is misschien nog wel dat dit wel al iets doet maar niet eens de werkelijke therapie is. Het schrijven was een vorm van voorbereiding.  Zo kon mijn therapeut mij beter leren kennen, zien op welk vlak ik beschadigd ben geraakt en wat we daar mee kunnen gaan doen. Na de vakantieperiode gaan we werkelijk aan de slag en ik ben gewaarschuwd dat dat traject nog veel zwaarder zal zijn, zeker in het begin.

Het is wel voor een goed doel en dat merk ik gelukkig ook. Heb best al wat stappen gezet waar ik trots en blij mee ben en er is dus vooruitgang. Dat is helemaal niet gek in een fase die dient als voorbereiding op het ‘echte’ werk.

Comments (7)



Gevoelens denken

“Je rationele deel is over-ontwikkeld, jouw emotionele kant is compleet achtergebleven. Daarbij heb je boven gemiddeld empathie voor ieder ander, alleen bezit je geen enkele empathie voor jouzelf.”

Tja, daar zat ik dan met mijn goede gedrag en een bek vol tanden. Want wat zegt dit nou eigenlijk? Ik heb heus wel emoties al zit ik beter in mijn gedachten. En ik zou toch wel empathie voor mezelf hebben, wie heeft dat nou niet? Hoewel het erg raak voelde, had ik gewoon geen idee wat ik hier mee aan moest. Ik ging er maar eens lang en hard over nadenken.

Een maand later stuurde mijn behandelaar een lijst op met ‘emoties’ en ‘pseudo emoties’. Gewoon, om eens naar te kijken. Ik las de lijst zorgvuldig door en schrok. Herkende ik pseudo emoties te over, bleek mijn woordenschat wat betreft werkelijke emoties zeer beperkt te zijn. Niet dat ik de woorden niet herkende, het waren alleen woorden waarvan ik de meeste nooit zou gebruiken om wat dan ook in mijzelf te omschrijven. Hoe vaak ik ze ook door nam en erover nadacht, het bleven platte woorden zonder voelbare betekenis.

Vol gedachten die niets opleverden en nog steeds niet wetende wat ik er mee aan moest, besprak ik het enkele weken later in de nieuwe praktijk waar ik inmiddels naartoe was verwezen. Daar werd het me iets meer duidelijk. Het is niet dat ik die emoties niet heb, ik heb alleen nooit geleerd ze te herkennen in mijzelf. Aangezien ik wel sterk emoties herken in anderen, kon ik daar wel iets mee. Kwestie van eens goed analyseren wat verschillende emoties inhouden, toepassen op mijzelf en dan zou ik die achterstand in ontwikkeling vast wel snel hebben weg gewerkt. Althans, dat dacht ik.

In februari kreeg ik eindelijk de behandelaar die landurig met me aan de slag zal gaan. Tegen het eind van het eerste gesprek gaf hij me aan elke sessie af te sluiten met de vraag “wat heb je gevoeld dit afgelopen uur, beschrijf je emoties eens”.

– stilte –

Shit, het was geen aankondiging voor later. Hij zat te wachten op een antwoord. Meteen, direct, kom er maar in! Ik moest iets zeggen. Nu! Maar wat? Wat was het antwoord op deze vraag?

Bij alles wat ik wilde zeggen, realiseerde ik me dat ik gedachten wilde gaan beschrijven. Geen emoties. Geen gevoelens. Alleen gedachten. Raadsels eigenlijk. Ik omschrijf wat me is overkomen en de ander kan/mag/moet mijn gevoelens erbij raden. Iets waarmee ik goed weg kom als het om schrijven gaat. Immers als er alleen tekst is, kan de lezer niet anders dan emoties destilleren uit woorden. Ik zag wel dat mijn behandelaar me daar niet mee weg zou laten komen.

Van hem wegkijkend mompelde ik ‘’wantrouwen”.  Voor ik me hevig kon verontschuldigen voor zo’n naar gevoel met impliciet een vervelende gedachte over hem, riep mijn behandelaar enthousiast dat het een goed begin was. Met rode stift schreef hij in grote rode letters op een spierwit bord zodat het woord door de kamer galmde. Mijn hart bonkte in mijn keel, ik kon mijn bloed horen ruizen in mijn oren en de kamer leek scheef te staan. “Noem er nog eens twee” hoorde ik hem zeggen, alsof het om iets simpels als een boodschappenlijstje ging. Het ging niet, echt niet. Ik kon alleen nog maar huilen.

Het gaf een verhelderend inzicht waar u misschien een beetje om moet lachen: Emotioneel ontwikkelen gaat nooit lukken door te lezen, te analyseren en na te denken. Het gaat alleen lukken door te voelen. Ik vond het verbijsterend dat ik dat niet eerder had bedacht. Er volgde een tweede en nog meer confronterend inzicht. Blijkbaar kan ik dat voelen niet al te best en wil ik het bewust en onbewust ook helemaal niet.

Langzaam ben ik nu aan het leren waarom ik het niet kan. En aan het voelen waarom ik het niet wil. Voorzichtige eerste stapjes op een vermoedelijk zeer lange, zware weg. Een berg op. Met lood in mijn schoenen. Ik kan u nog niet omschrijven hoe dat werkelijk voelt.

 

Comments (13)



Realist onder naïevelingen (Of wat is ptss?)

Een definitie van een post traumatische stress stoornis (ptss) is moeilijk te geven. Het is een naam voor een verzameling van klachten na een of meerdere traumatische gebeurtenissen die niet verwerkt zijn. Maar zeg nu zelf, nu weet u waarschijnlijk nog nagenoeg niets. U kunt nog een kijkje nemen bij de (nieuwe) DSM-V criteria maar ik vermoed als u niet zelf of professioneel te maken heeft (gehad) met ptss, zulke criteria eigenlijk even zo nietszeggend zijn als de definitie ervan. Natuurlijk kan ik u vertellen welke symptomen ik zelf heb. Opdringerige, intense herinneringen op spontane, onverwachtse tijdstippen over de dag, levensechte nachtmerries waar ik schreeuwend en zwetend uit wakker wordt. Schrik, angst, geprikkeldheid, eenzaamheid maar ook dissociatie, het gevoel dat er een onzichtbare muur tussen mij en de rest staat en mijn herinneringen uit een film of boek afkomstig zijn. Tintelingen, een gortdroge mond, het gevoel dat er een voorwerp tegen mijn keel gedrukt zit, benauwd op de borst, trillen, mijn hartslag bonzend in mijn oren. En nog wat klachten meer, varierend door wat de dag brengt en hoeveel triggers er langs komen fietsen. Expliciete klachten waar iedereen zich het een of het ander bij voor kan stellen. Toch blijft het een redelijk nietszeggende opsomming, het is immers volkomen onduidelijk waardoor die klachten veroorzaakt worden.

Zelf heb ik wel eens gezegd dat ik in een andere wereld leef. En in mijn wereld heerst vijandigheid en ligt overal gevaar op de loer. Gevaar voor degenen die ik lief heb en nog meer gevaar voor mijzelf. Ik ben bedacht op pijn, verdriet, schade en verlies onder het mom dat het verleden wel degelijk voorspellende waarde voor de toekomst heeft. Waarom ook niet? De geschiedenis heeft zich ruim vijfendertig jaar keer op keer herhaald. Wat zou maken dat het nu ineens stopt en voortaan alleen de zon nog zal schijnen?

Daar zou u zich wellicht iets bij voor kunnen stellen als ik afkomstig was uit een oorlogsgebied met op elk dak een sluipschutter, maar dat is niet zo. Mijn ouders zijn tot mijn moeders dood gelukkig getrouwd geweest, ik ben gewoon naar school gegaan, heb twee universitaire studies gevolgd en zo op het oog leef ik het leven van menigeen in een overwegend fijn land. Okee ik ben chronisch ziek maar dat is verre van uitzonderlijk te noemen nietwaar. Niets geen extreme situatie aan te ontdekken dus  maar daar zit dan ook de kneep. Het gevaar ontstond op plekken waar een gemiddeld mens het niet direct verwacht. Plaatsen waar ouders, vrienden of instanties  je niet voor waarschuwen. Integendeel, menigeen zal je er eerder nog heen zenden voor veiligheid, steun, hulp, zorg en meer goeds.

Heb ik dan de pech gehad net alle monsters te treffen die op deze wereld rondlopen, de rotte appels binnen de groep eigenlijk fijne mensen? Nee, dat is niet zo. Mijn moeder was een populaire, geliefde vrouw met vele positieve eigenschappen. Zij had met reden ernstige psychische problemen maar was bepaald geen monster. De huisarts waarbij ik zijn handelen (en enige nalatigheid) maar net heb overleefd, is dezelfde huisarts waar buren, bekenden, vrienden en zelfs schoonfamilie heen gaan voor medische zorg en die ook krijgen. Iemand die door velen sympathiek gevonden zal worden en ongetwijfeld geliefd is bij zijn naasten. Hetzelfde geldt voor andere zorgverleners, er zit geen Jansen Steur tussen. En hoewel meer mensen vervelende dingen meemaken bij hulpdiensten en instanties, verlaat de gehele maatschappij zich op hen en zal niemand voorstander zijn de hele handel maar af te schaffen in de veronderstelling dat ze meer kwaad dan goed doen. In tegendeel zelfs, het zijn mensen die met redenen hoog gewaardeerd worden binnen de samenleving.

U zou nu kunnen concluderen dat ik dan de gestoorde in deze stoornis moet zijn, degene die de wereld compleet verkeerd ziet. Een hallucinatie met realiteit verward, zoiets. U zou de eerste niet zijn met die conclusie. Ik leer echter steeds meer dat ook dat niet het geval is. Al mijn overlevingsstrategieën, angsten, verdriet, boosheid en andere reacties – mentaal als fysiek – zijn volkomen normaal  gedurende en na wat ik heb meegemaakt. Iets waar elke geest en elk lichaam in feite op dezelfde wijze op reageert en onder invloed van veel voorkomende omstandigheden op dezelfde manier in kan blijven hangen. Als een computerprogramma met een scheef bitje wat telkens op dezelfde manier crasht, zoals elke computer zou doen onder hetzelfde scheve bitje.

Het had u dus ook kunnen overkomen (en enkelen van u zal het tot mijn verdriet ook overkomen zijn) en dan had u in hetzelfde schuitje gezeten als ik nu. De enige reden dat mijn reacties en klachten tezamen tot een stoornis zijn gebombardeerd, is wegens een groot, overkoepelend overlevingsmechanisme wat iedereen van moeder natuur mee krijgt en mensen met ptss op expliciete gebieden van afwijken. Namelijk het vooraf negeren dat er overal gevaar bestaat en dat rampspoed je zomaar, zonder reden elke seconde van de dag kan overkomen. Een logisch, mooi en vooral noodzakelijk natuurfenomeen.  Immers leven is door de mogelijkheid te struikelen tot een aardbeving in zichzelf een gevaarlijke aangelegenheid. Zou men zich hier voortdurend van bewust zijn, zou leven voor niemand te doen zijn. We waren hoogstwaarschijnlijk gewoon uitgestorven, niemand bij zijn volle verstand zou nog een kind op de wereld zetten.

Soms voel ik me dan ook de realist onder de naïevelingen. Wel een realist onder behandeling, in de hoop in enige mate weer wat van die naïviteit terug te kunnen laten keren in mijn hoofd.

 

Comments (6)



Ik ben geen slachtoffer (meer)

Toen ik aankondigde veel te gaan schrijven over mijn chronische, complexe post traumatische stress stoornis en de traumatherapie die ik volg, wist ik wel dat ik er voor koos erg openhartig te zullen zijn. Nu ik van de twaalf schrijfsels er nog geen een heb durven plaatsen, realiseer ik me pas hoe openhartig. Letterlijk mijn ziel en zaligheid voor iedereen die het wel of niet wil lezen. Betrekking hebbende op de slechtste, meest verdrietige en pijnlijkste momenten van mijn leven, de donkerste kant van mijn brein en het binnenste van mijn hersenspinsels.

De gedachte dat voor mij (relatief) vreemden het zullen lezen, doet me dan niet zoveel. Het idee dat bekenden het kunnen lezen en de wetenschap dat velen dat ook doen, maakt me meer benauwd. Dat zijn mensen die mij in meer of mindere mate kennen. Die ik tegen kan komen en in de ogen kan kijken. Wiens opmerkingen en soms kritiek toch een beetje kunnen raken. Er zitten mensen tussen die mij bewust maar nog vaker onbewust erg veel pijn hebben gedaan, waar ik mij misschien wel erg kwetsbaar voor maak.

En dan heb je nog het groepje mensen wat mij heeft mishandeld, de grond in heeft getrapt en mede verantwoordelijk is voor de post traumatische stress die mijn leven nog beheerst. Mensen waar ik in gedachten menigmaal overheen gereden ben en die ik ontelbare keren veel lelijks heb toegewenst. Zij verdienen het niet om te lezen wat de vruchten van hun harde werk is maar ik weet van enkelen van hen dat zij mijn log al langere tijd volgen.

Toch denk ik dat ik de moed zal blijven verzamelen om het schrijven door te zetten. Omdat ik geen slachtoffer meer ben en me zo ook niet wil voelen. Zou ik niet schrijven vanwege anderen, zouden ze mij op bepaalde manier nog in hun greep hebben, Denk, voel en handel ik weer niet vanuit mij maar laat ik me opnieuw dicteren door anderen. Laat ik een klein stukje controle uit mijn handen glijden in plaats van de touwtjes volledig terug in handen te nemen.

Ik weet het zelfs zeker. Laat ik mijn energie niet verspillen aan hufters en sukkels maar gewoon lekker openhartig schrijven, zoals ik dat wil.

Comments (7)



Ik mag niet ziek zijn

De heersende opinie in een (aanzienlijk) deel van mijn omgeving is lang geweest dat ik vooral nergens aan wilde toegeven. Dat ik niet wilde toegeven aan ziekte en handicaps. Niet wilde toegeven aan psychische problemen. Nog minder wilde toegeven dat ik hulp en zorg nodig had. En nog steeds aan dat alles niet wil toegeven. Pure koppigheid.

Ik begrijp dat wel. Alleen zo simpel zit het niet in elkaar.

Als kind van vijf is mij wijs gemaakt dat ik niets mankeerde met de nadruk dat ik geen pijn kon hebben. Mijn pijn bestond simpelweg voor niemand en mocht voor mij ook niet bestaan.  Zogenoemde pijn zat slechts in mijn hoofd. Het was fantasie en een negatieve manier om aandacht te verkrijgen, althans zo werd het bestempeld. Klagen en huilen werden dan ook genegeerd of met een hoop ruzie bestraft. Om ‘beter’ te worden moest ik daarbij oefeningen doen die onnoemelijk veel pijn opleverde, actviteiten ontplooien en volhouden die pijn opleverde en ook daarbij gold dat ik niet mocht klagen en niet mocht huilen.

Sowieso werd ziekte zelden geaccepteerd thuis. Er werd vanuit gegaan dat ik niet ziek was maar een motief had. Zo waren mijn ouders overtuigd dat ik mijn ontbijt uitkotste omdat ik een bepaald uitje niet wilde en voelde ik wekenlang de teleurstelling als ik volgens hen een activiteit voor hen had verpest. Toen ik mijn enkelbanden bijna geheel had afgescheurd, was mijn moeder vooral boos dat ze me met een dure taxi van school moest komen halen om naar het ziekenhuis te gaan en ik het later niet volhield om een kilometer te hinkelen. Ze verzorgde me alle keren overigens wel met paracetamol, zelf gemaakte bouillon, boeken, tijdschriften, dikke dekens en alles wat er mogelijk bij kwam kijken. Alleen de liefde, de troost en het begrip ontbraken en de verzorging ging altijd gepaard met sacherijn en boosheid.

Ik denk dat mijn ouders dit niet met kwade opzet zo gedaan hebben. Mijn moeder had een ernstige post traumatische stress stoornis met psychoses en was niet bestand tegen ziekte om haar heen. Ze wilde simpelweg uit alle macht niet dat ik ziek zou zijn en wilde er alles aan doen om mij zo gezond mogelijk richting volwassenheid te krijgen. Ik vermoed dat mij ziek zien een zogenoemde ‘trigger’ voor haar was. Het wekte woede op over trauma’s waar ik niets mee te maken had, niets van begreep en niets aan kon doen.

In feite maakt het niet uit waarom mijn ouders hebben gedaan wat zij gedaan hebben. Het heeft nogal desastreuze en lichtelijk absurde gevolgen gehad in mij. Vijf jaar jong is te jong om je te wapenen tegen zoveel onrecht. Te jong om er iets van te begrijpen. En te jong om er iets tegen te kunnen doen. Ik deed wat een kind doet als ze zich zo in het nauw gedreven voelt, niet krijgt wat ze nodig heeft en de meest veilige omgeving tegelijkertijd de meest onveilige en onvoorspelbare omgeving is: ik vervormde de werkelijkheid. Voor een kind is het niet mogelijk om te denken dat degene waar je absoluut afhankelijk van bent, je zoveel kwaad doet.

Dus zocht ik het in mijzelf in kinderlijke termen onder kinderlijke redeneringen. Ik kreeg straf als ik iets heel ergs had gedaan en ik kreeg straf als ik huilde of klaagde dat ik pijn had of ziek was. Dus pijn en ziek moesten wel heel erg slecht van mij zijn. Bovendien werd mij voortdturend duidelijk gemaakt dat pijn en ziek niet écht waren, het was het resultaat van mijn (in mijn ogen) verwrongen fantasie. Om straf te vermijden en misschien nog wel meer om weer lief gevonden te worden, ben ik mijn uiterste best gaan doen niet te voelen. Geen pijn voelen, niet ziek zijn, geen grenzen aan mijn kunnen zien. Alle tekenen van mijn lichaam dat er iets mis was, leerde ik vakkundig te negeren. Wat niet geheel uit te bannen was, hield ik angststvallig voor me. Niet huilen, niet klagen, niets zeggen.

Het lukte beter dan u zich waarschijnlijk kan voorstellen. Natuurlijk ervaarde ik nog wel enigszins tekenen van mijn lichaam en voelde ik wel signalen, maar als ik al geleerd had ze te interpreteren is dat me grondig weer afgeleerd. Beter gezegd heb ik niet geleerd welke emoties, gevoelens en woorden gekoppeld zitten aan fenomenen als ziekte of pijn maar er andere etiketten op geplakt.

Mijn verbijstering en ongeloof was dan ook enorm toen een neuroloog mij drie jaar terug vertelde dat ik mijn hele leven al met een progressieve, neurologische spierziekte aan liep te modderen. Dat ik me niet had aangesteld en het met fantasie niets te maken had gehad. Dat de pijn, de spierzwakte, de slechte coördinatie en motoriek er werkelijk geweest waren, al voor mijn vijfde levensjaar. Dat ik alleen maar niet was geloofd en daar niets, niets, niets aan heb kunnen doen.

De goede man heeft er veel moeite in gestoken me te overtuigen. Hij kon het bewijzen met onderzoeksresultaten en logica waar ik geen speld tussen kon krijgen. Rationeel wist ik redelijk snel dat hij gelijk moest hebben. Dat het al mijn klachten symptomen van mijn jeugd tot heden verklaarde. Dat mijn zenuwbanen en spieren inderdaad kapot zijn. Maar rationeel overtuigd raken is nog wat anders dan het geloven.

Zie het maar alsof u na negendertig jaar te horen krijgt dat tafels geen tafels zijn. Of de kleur rood eigenlijk geel is. Zelfs als u overstelpend bewijs daarvoor krijgt, zal het u grote moeite kosten dat te geloven. Logisch ook, een diep ingesleten overtuiging van zoveel jaren is niet makkelijk even overboord te gooien. Mensen doen er jaren over om van hun geloof af te vallen. Ik ben daarin niet anders. Het is alleen wat moeilijker voor te stellen dat mijn geloofsovertuiging was dat ik niet ziek was en geen pijn had.

Het is nu drie jaar na de diagnose. In revalidatie heb ik tot zekere hoogte mijn lichaam leren kennen. Ik kan enigszins signalen in mijn lichaam herkennen die erop wijzen dat er iets meer mis is dan normaal. Heb vrij aardig geleerd dat een lichaam grenzen kent en waar die ongeveer liggen. Ik weet een beetje wat ik wel en niet aan kan of eigenlijk wat ik verondersteld wordt wel en niet aan te kunnen.

Maar als ik heel eerlijk ben, ben ik nog steeds niet echt van mijn geloof af gevallen. Gevoelsmatig heb ik geen spierziekte maar ben ik een meisje van vijf dat zich enorm aan loopt te stellen. En heb in mijn achterhoofd altijd vaag de angst dat mensen daar nog wel achter zullen komen. Dan zal iedereen weer boos zijn op me net als vroeger. Want ik mag niet ziek zijn.

Comments (13)



Hartenkreten van mijn vader

Twee weken na zijn dood vond ik de langste, een hartenkreet die hij niet had gepubliceerd en zelfs mij niet had laten lezen toen hij zijn pijn in 2003 aan papier toe vertrouwde. Hij gaf aan zichzelf toe dat ik gelijk had gehad, dat hij eigenlijk niet wilde leven zonder mijn moeder.  Dat hij wel had geprobeerd een natuurlijke dood te forceren. En vertelde aan papier dat hij bleef leven omdat hij haar had beloofd mij niet te verlaten.

Zondag vier januari 2009 om even over elf uur ‘s avonds is mijn vader alsnog uit het leven gestapt. Omdat hij ernstig ziek was. Geen kwaliteit van leven meer had. Er alleen nog maar pijn was. Omdat hij bang was dat ik maanden later over hem zou moeten beslissen en hij me dat moment wilde besparen. Opdat het zijn beslissing kon zijn, zonder toestemming te hoeven vragen aan wildvreemden. Zodat hij het kon doen op een wijze die hem al jarenlang mateloos fascineerde. Om zichzelf heel veel meer ellende te besparen. En omdat de pijn van mijn moeders dood en haar zo verschrikkelijk missen, alleen maar groter geworden was.

Die ene hartenkreet die me door mijn ziel heeft gesneden, mocht ik niet van hem delen en houd ik ook liever voor mijzelf. Er zijn vijf andere hartenkreten die hij zelfs eens heeft gepubliceerd. Toen vond hij het fijn dat mensen ze wilden lezen en er reacties op gaven. Vandaar dat ik ze deze nacht ook hier plaatst:

Foto

Nooit meer samen

Wachten op het einde

Mooie herinneringen

Stil in huis

 

Comments (3)



Hartenkreet van mijn vader: Stil in huis

Stil in huis

Lig in bed m’n ogen dicht
Als altijd zie ik je gezicht
Half vier, ik weet wat wacht
Het wordt weer een lange nacht

Zoveel wat ik nog zeggen wil
Maar naast me is het schreewend stil
Half vijf, het blijft maar malen
Je blijft maar door m’n hersens dwalen

Teveel gedachten in m’n kop
Kom, steek nog maar een peukje op
Half zes, ik zie je staan
En heel zacht raak ik je aan

Maar dan ben je er niet meer
Uit de dood keert niemand weer
Half zeven, zelfs geen ruis
Mijn god, wat is ’t stil in huis

Schrijver: PideNs, 13-08-2003

Comments (2)



Hartenkreet van mijn vader: Mooie herinneringen

Mooie herinneringen

De zomer haast voorbij
Nog een laatste dagje vrij
Camera en honden mee
Wij gaan lekker naar de zee

Eenmaal bij het strand gekomen
Begint de regen flink te stromen
Snel een winkel opgezocht
Wat plastic regengoed gekocht

Tot aan ons nek toe ingeregen
Kunnen we er wel tegen
Inmiddels neemt de wind flink aan
Echt een dagje om naar zee te gaan

De golven beuken op het strand
Dicht tegen elkaar, hand in hand
De honden rennen als een gek
Het water druipt ons in de nek

Die regenjas die kan me wat
We zijn al tot ons huid toe nat
Wat we daarna hebben gedaan
Dat gaat geen sterveling wat aan

Eenzame visboer, heel alleen
Extra portie voor iedereen
Natte auto, laatste zoen
Zou ’t graag over willen doen

Schrijver: PideNs, 08-08-2003

Comments (0)



Hartenkreet van mijn vader: Wachten op het einde

Wachten op het einde

De beslissing is genomen
De familie langs gekomen
Voor iedereen een laatste groet
Je bent een reus, als je dat doet

Daarbij voel ik me heel klein
Jij ondergaat toch allle pijn
Het infuus wordt ingebracht
En ik zie nog hoe je lacht

De dood is welkom. al te waar
Het leven word je nu te zwaar
Laat de morfine nu maar stromen
En de rust over je komen

Ik hou je veilig in m’n armen
Wou dat ik je echt kon verwarmen
Maar voor jou hoeft ’t niet meer
Kijk je aan, de laatste keer?

Het laatste uur, alleen voor mij
Je bent er gelukkig niet meer bij
Opeens hoor ik je adem stilstaan
Je hebt het eindelijk laten gaan

Schrijver: PideNs, 06-08-2003

Comments (0)



Page 2 of 4

Powered by WordPress & theme based on Lovecraft