De service van uw service apotheek

Omdat protonpompremmers (maagzuurremmers) mogelijk een negatieve invloed op HMSN kunnen hebben en ik wat te snel achteruit aan het gaan ben de laatste maanden, kreeg ik van de huisarts een alternatief voorgeschreven om uit te proberen. In de bijsluiter las ik dat ik als lijder van een chronische longziekte (astma) ‘extra voorzichtig’ moet zijn met dit middel. U begrijpt dat ik met een spierziekte ook niet blij werd dat spier- en gewrichtspijn tot de bijwerkingen kunnen horen. Dat ik met een zoutarm dieet en hoge bloeddruk nu juist de variant heb gekregen die barstensvol natrium zit, stemde niet bepaald vrolijker. En zo volgden nog enkele waarschuwingen meer die mij deden afvragen of dit nu wel zo’n geschikt middel is voor mij.

Gek genoeg ben ik voor niets van dit al geïnformeerd, laat staan gewaarschuwd. Niet door de huisarts en niet door de apotheek. Het enige wat de apotheek mij meegaf was dat het hier een ‘eerste uitgifte’ betrof, dat de apotheek daarom ondanks chronisch gebruik voor een even chronische aandoening de aantekening ‘chronisch’ niet in het systeem kwijt kan (“een eerste keer kan nooit chronisch zijn”) en dat ik dus zelf moest aftikken.

Wél kreeg ik een groen briefje mee van de apotheek, waar op staat dat ik een nieuw middel heb gekregen en het op de juiste manier moet gebruiken. En dan komt het:

“(…) Wij hebben u daarom uitleg gegeven over het volgende:
– Waar dit medicijn voor is en wat het doet
– Hoe dit medicijn gebruikt moet worden
– Welke bijwerkingen er zouden kunnen optreden
– Eventuele andere bijzonderheden” (…)

Dat was dan zeker toen ik net even met mijn ogen knipperde. Verder zat er in het zakje een bijsluiter van de fabrikant en een bijna onleesbare kopie van exact dezelfde bijsluiter op A4 van de apotheek bijgevoegd. En bleek op de factuur dat het middel spontaan zes euro duurder wordt op het moment dat iemand het zelf dient te betalen.

Enfin, ik ben vanavond gestart met het middel en merk helaas dat de waarschuwingen niet voor niets in de bijsluiter staan.

Nog slechts twintig uur te gaan voor het uitgewerkt is.

Preferentiebeleid zorgt voor monopolieposities

“Goedemiddag, met die-en-die van apotheek zus-en-zo. U heeft voor medicatie x via de huisarts een merkrecept gekregen wat buiten het preferentiebeleid valt. Maar nu is dat merk uit de handel genomen en dus niet meer verkrijgbaar. We kunnen u wel een ander merk meegeven. Is dat een probleem, denkt u? Het is hetzelfde middel hoor”

Het blijkt dat dit middel van deze fabrikant – zoals meer middelen van verschillende fabrikanten – uit de handel is genomen om puur economische redenen. Als medicatie van betreffende fabrikant niet onder het preferentiebeleid valt, is het simpelweg niet rendabel meer om deze te blijven produceren.En zolang er maar een variant van het middel beschikbaar blijft, is het ‘goed’ en kraait er geen haan naar. Ondanks dat verzekeraars en apothekers graag beweren dat alleen het doosje er anders uit ziet maar de werkzaamheid heus, zeker weten, echt waar hetzelfde is, kan hetzelfde middel van een andere fabrikant vervelend genoeg wel degelijk bijwerkingen geven en zelfs slechter werkzaam zijn. Omdat het hoofdbestanddeel in iets andere dosering aanwezig kan zijn in het middel en/of omdat de gebruikte hulpstoffen flink kunnen variëren per fabrikant. En zo kan het inmiddels gebeuren dat een patiënt de medicatie die goed verdragen wordt, ziet verdwijnen en het merk wat nog beschikbaar is niet verdragen wordt.

Ik vrees dat dit probleem alleen maar uit zal breiden. Immers aan de ene kant staan bedrijven die zich stevig hebben weten te nestelen binnen het preferentiebeleid van zorgverzekeraars. Zij zijn verzekerd van een vaste stroom aan inkomsten wat het tevens makkelijker maakt met de prijs van weer andere middelen te spelen, zodoende als goedkoopste uit de bus te komen en daarmee eveneens onder het preferentiebeleid aan te schuiven. Aan de andere kant staan de bedrijven die net buiten dit voorkeursbeleid vallen. Voor hen raakt de productie van bepaalde geneesmiddelen onrendabel en zal bovendien de ruimte om met prijzen te schuiven kleiner worden, waarmee de kans onder het preferentiebeleid te vallen alleen maar afneemt. Zo is het mogelijk dat van vele medicijnen uiteindelijk een of twee fabrikanten overblijven. De patiënt heeft het nakijken.

Zo’n patiënt ben ik nu dus ook. De huisarts schrijft tenslotte geen merkrecepten uit omdat ik het doosje mooier bij de kast vindt kleuren. Niet bestand tegen een aantal hulpstoffen, kan ik op dezelfde medicijnen van verschillende fabrikanten nogal wisselend (en uiterst beroerd) reageren. Behept met een maagafwijking waar bij mijn vader nog stevig geopereerd moest worden,  was ik in de gelukkige positie dat er inmiddels protonpomp remmers (maagzuur remmers) waren uitgevonden. Nadat het patent van omeprazol (toen nog alleen Losec) werd vrijgegeven, kostte het al aardig wat moeite er een te vinden waar de bijwerkingen binnen de perken bleven en de baat voor de last bleef uit wandelen. En die kan ik nu dus niet meer krijgen. Vrijdag kreeg ik daarom de best vergelijkbare mee en tot mijn opluchting zag ik dat er precies dezelfde hulpstoffen in verwerkt zitten als het vorige merk. Wonderbaarlijk loop ik sindsdien echter toch rond met opgezwollen lippen, handen en benen, benauwdheidsklachten, rood gekleurd oogwit, wazig zicht, pijn en hevige vermoeidheid rond. Een beetje googelen leerde dat dit inderdaad onder zeldzame bijwerkingen valt. Er is dus toch ‘iets’ anders dan bij de vorige fabrikant en de bijwerkingen dusdanig dat ik hier niet mee kan doorkachelen.

Frappant is dat ik bij uiteenlopende medicatie van deze laatste fabrikant, vaak dezelfde bijwerkingen heb opgelopen.  En laat het nu net deze fabrikant zijn die met steeds meer middelen gebeiteld zit onder het gevoerde preferentiebeleid. Lang leve de marktwerking in de zorg …