Leren voelen

Het volgende kan ik vertellen omdat het mentaal erg goed met me gaat en ik al ver ben gekomen in traumatherapie.

Menigeen dacht dat ik emoties niet durfde te voelen, laat staan te delen omdat de maatschappij er weinig op ingericht is. Men verwacht vrolijkheid en eeuwige positiviteit. Zaken als rouw, verwerken van verdriet, het hebben van pijn,  het mag allemaal bestaan maar wel graag in de eigen vrije tijd. Liefst achter gesloten deuren. Zolang niemand er last van heeft. Weer anderen waren in de veronderstelling dat ik liever niet wilde voelen en daarom logischerwijs mijn emoties vaker het raam uit gooide dan wat anders. Als de wereld om je heen regelmatig instort, wil je dat liever niet al te intens ervaren en voelen.

Hoewel beiden gedachten zeker een flinke kern van waarheid bevatten, is dat in aanvang niet de reden waarom ik zoveel moeite had met mijn emotionele leven. Waarom ik uit ratio leefde en mijn emoties achterwege liet. Of waarom ik moeite had met hechten. Maar wacht, ik kan beter anders beginnen met vertellen …

Mijn moeder was tot in haar zwangerschap van mij elke dag van haar leven ernstig mishandeld. Ze zal geen flauw benul gehad hebben hoe een gezin eruit kon zien. Wat kinderen nodig hebben om veilig op te groeien. Hechten was iets wat ze simpelweg niet kon. Daarnaast had ze nogal wat psychische problemen aan haar jeugd overgehouden. Een gevoel van eigenwaarde is haar lang vreemd geweest, tot haar dood heeft ze het gevoel gehouden dat mensen eigenlijk niet van haar konden houden. Het mag een wonder heten dat mijn moeder kans heeft gezien de (ook) leuke, humorvolle en in wezen lieve vrouw te worden die ze was.

Zij wilde dan ook in geen enkel opzicht op haar moeder lijken en met mij alles beter doen dan het in haar eigen jeugd was verlopen. Hoewel ze het zeker beter heeft gedaan, had die planning tegelijkertijd geen schijn van kans. Zij kon niet hechten en dus leerde ik dat ook niet. Zij had zich nooit emotioneel kunnen ontwikkelen dus kon ze mij dat evengoed niet leren. Ze was nogal hard voor zichzelf en daardoor ook voor mij. Ongewild herhaalde ze allerlei uit haar eigen jeugd en erfde ik indirect haar post traumatische stress. Bovendien werden mijn jeugd, mijn omgeving, mijn kansen alsook mijn problemen altijd vergeleken met die van mijn moeder. Omdat mijn moeder was opgegroeid in de hel, was ik dus gedoemd om elk vergelijk te verliezen. Wat mij ook overkwam of waar ik ook mee worstelde, mijn moeder had het altijd x keer slechter gehad dan ik het ooit zou hebben. Pijn, verdriet, teleurstelling, verbolgenheid, boosheid, onzekerheid en meer mocht geen naam hebben in mijn leven.

En zo groeide ook ik – hoe onbedoeld ook – emotioneel verwaarloosd en mishandeld op. Herkennen van emoties, deze benoemen, er iets mee kunnen doen en wellicht delen met anderen heb ik gewoonweg nooit geleerd. Veel emoties mochten er ook niet zijn want janken heeft geen zin en mijn problemen en onzekerheden hadden in hun ogen geen bestaansrecht. Ik hield wel van mensen maar kon me tegelijkertijd niet goed hechten, nog iets wat ik nooit had meegekregen dus simpelweg niet kon. Mijn ratio vormde bovendien de sleutel in mijn coping strategieën en overlevingsmechanismen. Achteraf gezien liep mijn emotionele leven bezopen veel achter en restte mij niets anders dan het leven en alles erin te beredeneren. Je doet wat je kan tenslotte.

Daarnaast speelde een ander fenomeen. Als je onveilig opgroeit en mishandeld wordt, zal je doorgaans bewust dan wel onbewust proberen situaties voor te zijn. Je kan het vergelijken met checken waar de nooduitgang zit in een drukke, publieke ruimte. Je wil weten hoe je weg kan komen, mocht er iets mis gaan. Vaak proberen kinderen die mishandeld worden zo onzichtbaar mogelijk te geraken. Ik probeerde vooral zoveel mogelijk tekenen te zien dat een situatie kon omslaan of er ellende zou uitbreken. Daarbij lette ik op van alles, van een opgetrokken wenkbrauw tot een lichte versnelling in iemands ademhaling tot spullen die van hun plek af waren. Zelfs iemands kledingkeuze kan soms vertellen in welke stemming  betreffende persoon die dag is. Eigenlijk scande ik dus op sfeer en emotie. Onbewust, in de hoop ellende in eerste aanvang te herkennen en nog iets aan een aanstormende situatie te kunnen verhelpen.

Waarschijnlijk heeft het weinig verschil gemaakt – als kind kan je mishandeling niet tegenhouden – maar het leverde tot voor kort een absurde dubbelzijdigheid in mij op. Ik kon – soms tot in detail of zelfs bij wildvreemden – emoties van anderen herkennen en benoemen. Tegelijkertijd kon ik van mijn eigen emoties geen chocola maken. Daarnaast was ik behept met verstrekkende empathie voor alles en iedereen om mij heen, zogenoemde compassie voor de zelf ontbrak dan weer volledig in mij. Iets waar ik me tot traumatherapie nooit zo van bewust ben geweest overigens. De eerste keer dat me werd verteld dat ik de emotionele ontwikkeling van een klein kind had, was ik behoorlijk beledigd. Frappant was dat ik ter verdediging direct aanwees wat de emoties van mijn psycholoog op dat moment waren maar op de vraag hoe ik me voelde alleen in huilen uit kon barsten omdat ik het simpelweg niet wist. Alsof ik faalde voor een test waarvoor ik van mijzelf niet mocht falen.

Hoe zweefteverig het ook klinkt, heb ik in traumatherapie dus leren voelen. De emoties waren er heus wel maar omdat ik er niets mee kon, dissocieerde ik er van weg en stapte vol automatisch over op mijn ratio. Iets wat me als coping strategie had geholpen en ver had gebracht maar waar ik in het nu voornamelijk erg eenzaam en verward van werd. De reden ook dat ik nooit iets in mijn leven had verwerkt. Dat hadden mijn hersenen nooit geleerd.

Hoe ik heb geleerd te voelen, kan ik amper uitleggen. In elk geval met behulp van een psycholoog die ik regelmatig stiekem heb vervloekt. Elke sessie wees hij me op de momenten dat ik van emotie naar ratio vluchtte. Ontelbare keren pushte hij me niet te vertellen wat ik dacht maar hoe ik me voelde. Hielp me daarbij door uit te leggen om wat voor gevoelens het ging, hoe ze benoemd kunnen worden en dat ik ze mocht uiten. Er volgden sessies waar ik terug in mijn verleden werd gebracht, elk detail te herbeleven maar deze keer met de voortdurende vraag: hoe voel je je? Eerlijk, het eerste jaar voelde alsof ik steeds verder wegzakte in mijn nachtmerrie.

De omslag kwam toen ik vorig jaar enkele EMDR sessies kreeg van een tweede psycholoog. Niet alleen haalde dat de meest intense pijn, angst, woede en verdriet in me boven, het werd tevens los gekoppeld van de herinnering tot er (nagenoeg) geen spanning meer mee kwam. EMDR is een vorm van verwerken in sneltreinvaart en mijn hersenen sloegen er enorm op aan. Verbindingen die ik tot dan gemankeerd had, werden na vierenveertig jaar alsnog aangemaakt en het effect was verstrekkend.

U zal het wellicht (en hopelijk) vreemd in de oren klinken maar er is een wereld voor me open gegaan. Ik was altijd in de veronderstelling dat je voor verwerken iets actief moest doen en raakte geërgerd als mensen niet konden vertellen wát dan. Nu merk ik dat het geen activiteit is. Het is iets wat plaats vindt. In een post traumatische stress stoornis helpt delen, vertellen, huilen, schreeuwen of wat dan ook niets en daarom blijft het zich tot in de eeuwigheid herhalen. Inmiddels helpt het wel. Vertellen van mijn verhaal brengt me verder. Een huilbui lucht daadwerkelijk op. Uitspreken of uitschreeuwen haalt woede uit mijn systeem. Elke emotie kan iets mee gedaan worden en zorgt voor verandering, vooruitgang.

Ik vind het ook nog best moeilijk. Voelen is niet alles als er een hoop shit in je leven zit. Ergens ben ik erg blij dat ik voorheen niet intens voelde, ik zou niet weten hoe ik dan door mijn leven gekomen was maar het was niet best geweest. Vorig jaar vond er een traumatische gebeurtenis plaatst die ik intens voelde. Toen heb ik mijn psychologen nog wel eens verwenst omdat mijn oude coping mechanismen niet meer werkten maar ik nog niet zo uit de voeten kon met de heftige gevoelens die trauma met zich mee brengt. Als ik geprikkeld raak heb ik nog wel eens de neiging terug te vallen in mijn ratio, dat is iets waar ik me bewust van moet blijven. En ik moet nog best wennen aan mezelf. Ik ben emotioneler geworden, ben sneller geraakt en zit tegenwoordig wel eens een potje te grienen bij bijvoorbeeld televisiebeelden. Het kost moeite me er niet zwak mee te voelen, al weet ik dat emotioneel zijn niet per se een zwakte is.

Het moeilijkste is dat wat voorheen niet is verwerkt, alsnog aan bod komt. Ik ben in elk opzicht denkbaar enorm vooruit gegaan behalve op de as ‘verdriet’. Dat is tot in het extreme gaan pieken.  Dat is normaal, dat is zelfs erg logisch en goed maar makkelijk is heel anders. Vierendertig jaar tyfuszooi duurt wel even om doorheen te werken. Gelukkig is dat tijdelijk en daar kan ik me aan vast houden.

Denk asjeblieft niet dat ik hele dagen ongelukkig ben. Er zijn nog wel momenten van post traumatische stress maar vele malen minder heftig dan het twee jaar geleden was. En ik kan er inmiddels beter mee om gaan, ik verdrink er zelden nog in. Bovendien voelen betekent niet alleen voelen van verdriet. Het betekent voelen van alles, ook vrolijkheid, liefde of zin hebben in het leven.  Het verdriet hoort er nog wel even bij maar over het geheel voel ik me zoveel prettiger dan tot vorig jaar het geval.

Tot slot is het nog niet ‘af’. Ik krijg nog therapie, EMDR en gesprekken. Er zijn twee psychologen waar ik nog een tijdje op terug kan vallen. En in twee jaar heb ik al zo onvoorstelbaar veel bereikt. Dan te bedenken dat het alleen maar nog beter kan worden …

Gelukkiger worden door ongeluk te voelen

Net als ik heb moeten doen, mag u zich even door wat ellende in de tekst heen worstelen om bij het fijnere gedeelte aan te komen. 

Alhoewel het in mij sowieso heel anders was, is het iets wat mijn omgeving waarschijnlijk het meest opgevallen is. Waar ik in elk geval het meest kritiek op heb gehad. Dat ik niet meer zo gezellig was als vroeger. Dat je niet meer zo met me kon lachen, dat mijn zelfspot bijna verdwenen leek en dat ik maar een uiterst negatieve sneumuts zou zijn verworden. Voorheen lachte ik zo lekker hard als ik weer eens tegen de grond was gesmakt of verhaalde ik zo grappig hoe ik mijn koffie naast mijn mond goot. Ik kon zo vermakelijk vertellen over conflicten met de zorg en het complete gebrek aan hulp wat me ten deel viel. Waar was dat gebleven? Ik was zo serieus geworden, men vond er vrij massaal maar weinig aan.

Sommigen gingen een stapje verder. In de overtuiging dat revalidatie me meer gehandicapt deed gedragen in plaats van dat het zichtbaar maakte wat al lange tijd was, meende men dat ik me aanstelde en aandacht zocht. Volgens hen had ik geen rolstoel nodig maar wilde ik graag zielig gevonden worden en hoefde ik niet te pauzeren maar was mijn conditie ten prooi gevallen aan vermeende luiheid en gemakzucht. En zo rolde het verder, van opmerkingen dat een progressieve neuromusculaire ziekte bij mij niets zou voorstellen tot dat ik niet zo moeilijk moest doen dat ik nooit moeder of oma zal worden.

Wat deze mensen in al hun vooroordeel en kritiek zich waarschijnlijk niet hebben gerealiseerd was hoe ongezond en destructief mijn mentaliteit vroeger was. Toen ik nog lachte om mijn eigen misère. Want eerlijk, het was natuurlijk niet leuk en verre van grappig. Dat ik er over schreef en vertelde alsof het een grote comedy was, was geen teken dat het wel meeviel allemaal maar slechts een signaal hoe onnoemelijk verknipt ik inmiddels in elkaar zat. Hoe absurd ik verwijderd was van mijn lichaam en al haar problemen en hoe verschrikkelijk belabberd ik voor mezelf zorgde of eigenlijk vooral mezelf te gronde aan het richten was. Of misschien hadden ze zich het kunnen realiseren, als het ze ook maar iets geïnteresseerd had.

Het lachen was verder niet omdat ik er zo’n lol in had. In tegendeel, mijn leven bestond voornamelijk uit overleven en menig keer bracht ik huilend op de douchevloer door, dromend dat mijn benen geamputeerd konden worden in de veronderstelling dat de pijn dan tenminste beter te dragen zou zijn. In die tijd had ik het niet erg gevonden als ik kapot gereden was. Iets wat in wezen weinig grappig is. Waarom ik er dan toch maar een groot toneelstuk van maakte? Omdat ik van jongs af aan had geleerd dat ik niets mocht mankeren. Dat ziekte gelijk stond aan jezelf absurd aanstellen. Ik had geleerd dat fenomenen als pijn alleen product van mijn fantasie konden zijn en grenzen er waren om zover mogelijk overheen te gaan. Zover overheen te gaan tot ik er letterlijk bij neerviel en dan graag nog een stukje verder. Van iedereen die er weinig van geloofde dat ik werkelijk iets ernstigs zou mankeren, geloofde ik het zelf nog het minste. Weten en beredeneren is iets anders dan ervaren en voelen.

Dit maakte dat het nodig was dat het lachen me een tijd is vergaan. Het was tijd dat niet alleen mijn ratio bij de tijd was maar mijn emotionele leven zich erbij zou voegen. Iets wat niet zou gebeuren door me te blijven richten op hoe goed of slecht mijn omgeving zou kunnen reageren of prioriteit te blijven geven aan gezelligheid boven alles. Buiten dat het nodig was om er eens bloedserieus mee aan de slag te gaan, kon ik ook niet anders meer. Mijn lichaam en geest waren compleet op en kapot, ik bestond alleen nog uit post traumatische stress in een leven vol flashbacks en nachtmerries.

Na enkele maanden worstelen met de angstige gedachte dat ik verbitterd en verzuurd zou blijven en daar niet uit zou weten te komen, kwam drie weken geleden plots de omslag. Of eigenlijk niet zo plots, ik heb er immers al ruim twee jaar traumatherapie op zitten. Laat ik het onverwachts noemen omdat ik het zelf niet aan had zien komen. In elk geval zat ik op een avond aan onze eettafel en leken kwartjes als in een regenbui te vallen. Een van de kwartjes liet me voelen dat ik me helemaal niet aanstel maar werkelijk een heleboel mankeer.  En dat wat ik mankeer verdriet, angst, frustratie en meer gevoelens met zich mee brengt.

Inderdaad, niet iets om dol gelukkig van te worden. Eerlijk heb ik er enkele nachten enorm om zitten huilen. En toch voel ik me er sindsdien gelukkiger mee. Want al word ik beperkt door mijn invaliderende ziekte, het was mijn verknipte brein en complete chaos aan misplaatste gevoelens die me nog veel meer beperkten en me werkelijk doodongelukkig maakten. Ontkenning van de zelf is een bitch, post traumatische stress ook trouwens.

Onlangs lag ik van het ene op het andere moment op de grond. Terwijl mijn hond me al zoenend en likkend op mijn hoofd probeerde te klimmen van schrik, bedacht ik me dat het mazzel was dat ik in de modder lag en niet tegen de stoeptegels was gedreund. Of nog ongemakkelijker in de sloot vlak naast me was gevallen. Ik heb gecheckt of ik nog relatief heel was. Heb een heel klein traantje laten vallen en een piepklein beetje gevloekt. Ben na enkele minuten met veel pijn en moeite weer rechtop gekomen. En moest daarna ter vreugde van onze hond onbedaarlijk om mezelf lachen.

Zo werkt het blijkbaar. Als er ruimte is voor verdriet, angst, frustratie en soms enige boosheid, ontstaat er ook weer ruimte voor vrolijkheid en om ermee te kunnen lachen. Volgens mijn psycholoog ervaar ik nu hoe het is om er normaal in te staan, zover je mij ooit normaal zal kunnen noemen dan (welja, dat laatste zei ze letterlijk). Het is nog erg onwennig, soms ben ik even bang dat ik op een goede dag opsta en al die normaalheid verdwenen is. Maar dat zal wel los lopen.

 

Voor de mensen die mij niet goed kennen of geen idee hebben waar ik vandaan kom, dit is eigenlijk een vervolg op wat u hier terug kan vinden.

 

Gevoelens denken

“Je rationele deel is over-ontwikkeld, jouw emotionele kant is compleet achtergebleven. Daarbij heb je boven gemiddeld empathie voor ieder ander, alleen bezit je geen enkele empathie voor jouzelf.”

Tja, daar zat ik dan met mijn goede gedrag en een bek vol tanden. Want wat zegt dit nou eigenlijk? Ik heb heus wel emoties al zit ik beter in mijn gedachten. En ik zou toch wel empathie voor mezelf hebben, wie heeft dat nou niet? Hoewel het erg raak voelde, had ik gewoon geen idee wat ik hier mee aan moest. Ik ging er maar eens lang en hard over nadenken.

Een maand later stuurde mijn behandelaar een lijst op met ‘emoties’ en ‘pseudo emoties’. Gewoon, om eens naar te kijken. Ik las de lijst zorgvuldig door en schrok. Herkende ik pseudo emoties te over, bleek mijn woordenschat wat betreft werkelijke emoties zeer beperkt te zijn. Niet dat ik de woorden niet herkende, het waren alleen woorden waarvan ik de meeste nooit zou gebruiken om wat dan ook in mijzelf te omschrijven. Hoe vaak ik ze ook door nam en erover nadacht, het bleven platte woorden zonder voelbare betekenis.

Vol gedachten die niets opleverden en nog steeds niet wetende wat ik er mee aan moest, besprak ik het enkele weken later in de nieuwe praktijk waar ik inmiddels naartoe was verwezen. Daar werd het me iets meer duidelijk. Het is niet dat ik die emoties niet heb, ik heb alleen nooit geleerd ze te herkennen in mijzelf. Aangezien ik wel sterk emoties herken in anderen, kon ik daar wel iets mee. Kwestie van eens goed analyseren wat verschillende emoties inhouden, toepassen op mijzelf en dan zou ik die achterstand in ontwikkeling vast wel snel hebben weg gewerkt. Althans, dat dacht ik.

In februari kreeg ik eindelijk de behandelaar die landurig met me aan de slag zal gaan. Tegen het eind van het eerste gesprek gaf hij me aan elke sessie af te sluiten met de vraag “wat heb je gevoeld dit afgelopen uur, beschrijf je emoties eens”.

– stilte –

Shit, het was geen aankondiging voor later. Hij zat te wachten op een antwoord. Meteen, direct, kom er maar in! Ik moest iets zeggen. Nu! Maar wat? Wat was het antwoord op deze vraag?

Bij alles wat ik wilde zeggen, realiseerde ik me dat ik gedachten wilde gaan beschrijven. Geen emoties. Geen gevoelens. Alleen gedachten. Raadsels eigenlijk. Ik omschrijf wat me is overkomen en de ander kan/mag/moet mijn gevoelens erbij raden. Iets waarmee ik goed weg kom als het om schrijven gaat. Immers als er alleen tekst is, kan de lezer niet anders dan emoties destilleren uit woorden. Ik zag wel dat mijn behandelaar me daar niet mee weg zou laten komen.

Van hem wegkijkend mompelde ik ‘’wantrouwen”.  Voor ik me hevig kon verontschuldigen voor zo’n naar gevoel met impliciet een vervelende gedachte over hem, riep mijn behandelaar enthousiast dat het een goed begin was. Met rode stift schreef hij in grote rode letters op een spierwit bord zodat het woord door de kamer galmde. Mijn hart bonkte in mijn keel, ik kon mijn bloed horen ruizen in mijn oren en de kamer leek scheef te staan. “Noem er nog eens twee” hoorde ik hem zeggen, alsof het om iets simpels als een boodschappenlijstje ging. Het ging niet, echt niet. Ik kon alleen nog maar huilen.

Het gaf een verhelderend inzicht waar u misschien een beetje om moet lachen: Emotioneel ontwikkelen gaat nooit lukken door te lezen, te analyseren en na te denken. Het gaat alleen lukken door te voelen. Ik vond het verbijsterend dat ik dat niet eerder had bedacht. Er volgde een tweede en nog meer confronterend inzicht. Blijkbaar kan ik dat voelen niet al te best en wil ik het bewust en onbewust ook helemaal niet.

Langzaam ben ik nu aan het leren waarom ik het niet kan. En aan het voelen waarom ik het niet wil. Voorzichtige eerste stapjes op een vermoedelijk zeer lange, zware weg. Een berg op. Met lood in mijn schoenen. Ik kan u nog niet omschrijven hoe dat werkelijk voelt.

 

Waarom ik schrijf wat ik schrijf

De reden dat ik er over kan schrijven

Rationeel ben ik een flink eind op de goede weg. Inmiddels realiseer ik me wat er mis gegaan is in mijn opgroeien. Waarom ik een sterke neiging tot dissociatie heb, hoe het komt dat ik van jongs af aan kenmerken van ptss vertoon, dat het niet wonderlijk is dat ik twee identiteiten heb die nooit helemaal één hebben kunnen worden. Weet ik wat er scheef heeft gezeten in mijn medische verleden, wat niet klopte en inmiddels met juiste diagnoses wel klopt en wat ik kan verwachten van nu en de toekomst. Leer ik steeds beter mijn lichaam terug kennen en daarmee ook mijn fysieke grenzen zien. Mijn vader had ik al vergeven voor hij daadwerkelijk zelfdoding pleegde en dat begrip is na veel trauma bij me terug gekeerd. Ik kan op vrijwel alle intense levensgebeurtenissen terug kijken, ze analyseren, het hoe en wat beredeneren en er met logisch verstand over nadenken. Ik functioneer dan ook heel redelijk, heb mijn zaken goed op orde, weet uit problemen te blijven en kan dagelijks wel lachen, even genieten of momentjes intens gelukkig zijn.

De reden dat ik (soms) over (bijna) niets anders meer kan schrijven

Alles wat ik rationeel heel goed weet, voelt emotioneel gezien absoluut anders.  Mijn gevoelsleven is in feite een compleet slagveld. Mooie en leuke herinneringen waarvan ik weet dat ik er vele heb, kan ik bijna niet bij. Negatieve, donkere, angstige of verdrietige herinneringen staan stuk voor stuk op mijn netvlies gebrand, vallen me op de vreemdste momenten lastig en plagen me in mijn slaap. Emoties en reacties zijn met me meegereisd het gewone, dagelijkse leven in. Mentaal en fysiek sta ik de helft van de tijd nog op een overlevingsmodus die allang geen doel meer dient. Verdriet, onveiligheid, wantrouwen, woede en meer laten zich niet zomaar luwen door wat rationele gedachten maar blijven een uitweg door mijn onwil heen zoeken.  Opdat ik regelmatig omsla in geprikkeldheid, woede aanvallen, depressieve momenten of intense huilbuien. Dag in dag uit merk ik hoe mijn verleden me opnieuw en in volle hevigheid heeft ingehaald en wordt pijnlijk duidelijk dat ik nog vele stappen te zetten heb. Het is de vraag of het ooit helemaal normaal wordt, sommige bitjes blijven nu eenmaal scheef zitten. In elk geval moet het eruit, ik moet erover schrijven. Er is simpelweg weinig tot geen ruimte voor iets anders tot ik heb geschreven over alles wat in de weg ligt.

Excuus

Dit is meteen een verkapt excuus richting u. Een vorm van verdediging van mijzelf. Misschien is dat wel mijn grootste probleem. Eigenlijk vind ik dat ik het niet kan maken, u te pas en te onpas lastig vallen met mijn problemen. Niet vrolijk en positief schrijven zoals men dat in Nederland graag heeft omdat het leven nu zo slecht helemaal niet is. Ik schaam me er ook voor, stiekem. Ondanks alle plannen, ambities en talenten ben ik verworden in wat ik niet wil zijn. Dat mens waar altijd wat mee is. Die vrouw die allerlei mankeert. Een persoon die het maar niet voor elkaar krijgt het verleden van zich af te schudden en écht gelukkig te worden.

Toch heb ik besloten dat het niet anders is. Als ik iets geleerd heb, is het dat het niet anders is. Herinneringen, ervaringen, associaties, gevoelens zijn niet even chirurgisch te verwijderen om in de vuilnisbak te gooien.

PTSS is een bitch.