Gelukkiger worden door ongeluk te voelen

Net als ik heb moeten doen, mag u zich even door wat ellende in de tekst heen worstelen om bij het fijnere gedeelte aan te komen. 

Alhoewel het in mij sowieso heel anders was, is het iets wat mijn omgeving waarschijnlijk het meest opgevallen is. Waar ik in elk geval het meest kritiek op heb gehad. Dat ik niet meer zo gezellig was als vroeger. Dat je niet meer zo met me kon lachen, dat mijn zelfspot bijna verdwenen leek en dat ik maar een uiterst negatieve sneumuts zou zijn verworden. Voorheen lachte ik zo lekker hard als ik weer eens tegen de grond was gesmakt of verhaalde ik zo grappig hoe ik mijn koffie naast mijn mond goot. Ik kon zo vermakelijk vertellen over conflicten met de zorg en het complete gebrek aan hulp wat me ten deel viel. Waar was dat gebleven? Ik was zo serieus geworden, men vond er vrij massaal maar weinig aan.

Sommigen gingen een stapje verder. In de overtuiging dat revalidatie me meer gehandicapt deed gedragen in plaats van dat het zichtbaar maakte wat al lange tijd was, meende men dat ik me aanstelde en aandacht zocht. Volgens hen had ik geen rolstoel nodig maar wilde ik graag zielig gevonden worden en hoefde ik niet te pauzeren maar was mijn conditie ten prooi gevallen aan vermeende luiheid en gemakzucht. En zo rolde het verder, van opmerkingen dat een progressieve neuromusculaire ziekte bij mij niets zou voorstellen tot dat ik niet zo moeilijk moest doen dat ik nooit moeder of oma zal worden.

Wat deze mensen in al hun vooroordeel en kritiek zich waarschijnlijk niet hebben gerealiseerd was hoe ongezond en destructief mijn mentaliteit vroeger was. Toen ik nog lachte om mijn eigen misère. Want eerlijk, het was natuurlijk niet leuk en verre van grappig. Dat ik er over schreef en vertelde alsof het een grote comedy was, was geen teken dat het wel meeviel allemaal maar slechts een signaal hoe onnoemelijk verknipt ik inmiddels in elkaar zat. Hoe absurd ik verwijderd was van mijn lichaam en al haar problemen en hoe verschrikkelijk belabberd ik voor mezelf zorgde of eigenlijk vooral mezelf te gronde aan het richten was. Of misschien hadden ze zich het kunnen realiseren, als het ze ook maar iets geïnteresseerd had.

Het lachen was verder niet omdat ik er zo’n lol in had. In tegendeel, mijn leven bestond voornamelijk uit overleven en menig keer bracht ik huilend op de douchevloer door, dromend dat mijn benen geamputeerd konden worden in de veronderstelling dat de pijn dan tenminste beter te dragen zou zijn. In die tijd had ik het niet erg gevonden als ik kapot gereden was. Iets wat in wezen weinig grappig is. Waarom ik er dan toch maar een groot toneelstuk van maakte? Omdat ik van jongs af aan had geleerd dat ik niets mocht mankeren. Dat ziekte gelijk stond aan jezelf absurd aanstellen. Ik had geleerd dat fenomenen als pijn alleen product van mijn fantasie konden zijn en grenzen er waren om zover mogelijk overheen te gaan. Zover overheen te gaan tot ik er letterlijk bij neerviel en dan graag nog een stukje verder. Van iedereen die er weinig van geloofde dat ik werkelijk iets ernstigs zou mankeren, geloofde ik het zelf nog het minste. Weten en beredeneren is iets anders dan ervaren en voelen.

Dit maakte dat het nodig was dat het lachen me een tijd is vergaan. Het was tijd dat niet alleen mijn ratio bij de tijd was maar mijn emotionele leven zich erbij zou voegen. Iets wat niet zou gebeuren door me te blijven richten op hoe goed of slecht mijn omgeving zou kunnen reageren of prioriteit te blijven geven aan gezelligheid boven alles. Buiten dat het nodig was om er eens bloedserieus mee aan de slag te gaan, kon ik ook niet anders meer. Mijn lichaam en geest waren compleet op en kapot, ik bestond alleen nog uit post traumatische stress in een leven vol flashbacks en nachtmerries.

Na enkele maanden worstelen met de angstige gedachte dat ik verbitterd en verzuurd zou blijven en daar niet uit zou weten te komen, kwam drie weken geleden plots de omslag. Of eigenlijk niet zo plots, ik heb er immers al ruim twee jaar traumatherapie op zitten. Laat ik het onverwachts noemen omdat ik het zelf niet aan had zien komen. In elk geval zat ik op een avond aan onze eettafel en leken kwartjes als in een regenbui te vallen. Een van de kwartjes liet me voelen dat ik me helemaal niet aanstel maar werkelijk een heleboel mankeer.  En dat wat ik mankeer verdriet, angst, frustratie en meer gevoelens met zich mee brengt.

Inderdaad, niet iets om dol gelukkig van te worden. Eerlijk heb ik er enkele nachten enorm om zitten huilen. En toch voel ik me er sindsdien gelukkiger mee. Want al word ik beperkt door mijn invaliderende ziekte, het was mijn verknipte brein en complete chaos aan misplaatste gevoelens die me nog veel meer beperkten en me werkelijk doodongelukkig maakten. Ontkenning van de zelf is een bitch, post traumatische stress ook trouwens.

Onlangs lag ik van het ene op het andere moment op de grond. Terwijl mijn hond me al zoenend en likkend op mijn hoofd probeerde te klimmen van schrik, bedacht ik me dat het mazzel was dat ik in de modder lag en niet tegen de stoeptegels was gedreund. Of nog ongemakkelijker in de sloot vlak naast me was gevallen. Ik heb gecheckt of ik nog relatief heel was. Heb een heel klein traantje laten vallen en een piepklein beetje gevloekt. Ben na enkele minuten met veel pijn en moeite weer rechtop gekomen. En moest daarna ter vreugde van onze hond onbedaarlijk om mezelf lachen.

Zo werkt het blijkbaar. Als er ruimte is voor verdriet, angst, frustratie en soms enige boosheid, ontstaat er ook weer ruimte voor vrolijkheid en om ermee te kunnen lachen. Volgens mijn psycholoog ervaar ik nu hoe het is om er normaal in te staan, zover je mij ooit normaal zal kunnen noemen dan (welja, dat laatste zei ze letterlijk). Het is nog erg onwennig, soms ben ik even bang dat ik op een goede dag opsta en al die normaalheid verdwenen is. Maar dat zal wel los lopen.

 

Voor de mensen die mij niet goed kennen of geen idee hebben waar ik vandaan kom, dit is eigenlijk een vervolg op wat u hier terug kan vinden.

 

Gewoon maar zien …

In verschillende bewoordingen is hetzelfde voornemen ontzettend vaak hier langs gekomen. Ik zou ellende van afgelopen jaren achter me gaan laten, op zoek gaan naar geluk, gaan genieten van het leven of toch minstens in rustiger vaarwater geraken en daar tevredenheid in vinden. De laatste keer dat ik misere wilde afsluiten om vol te gaan voor het grote of kleine geluk, was ruim twee maanden geleden, toen ik terug had gebladerd om vooruit te komen. En op die negen januari dit jaar was ik écht volkomen overtuigd: nu heb ik het ergste wel meegemaakt en kan het hooguit de goede kant op. Alleen die gedachte maakte al enigszins vrolijk.

Nog geen twee weken later maakten een echo in hel, een tumor in mijn lever en voorspellingen van verdoemenis rigoureus een einde aan elk greintje optimisme wat ik met moeite bij elkaar had geschraapt.  Wat volgde was alleen nog verdriet en een alles verterende angst. Angst dat ik me door twaalf jaar ellende, intense trauma therapie en vijf maanden revalidatie had heen gewerkt om nu kloterig dood te gaan. Maar nog erger de angst dat als het ziekenhuis gelijk zou krijgen en de tumor kwaadaardig zou zijn, ik mezelf met geen mogelijkheid door welke behandeling dan ook zou weten te slepen. Niet dat ik dood wilde, absoluut niet. Maar in mij was geen enkele rek meer te bekennen om ook maar een stevige regenbui te doorstaan, laat staan het wegkrijgen van een tumor.

Gelukkig siert een koppige eigenwijsheid mijn karakter, hielp woede over hoe een en ander in het ziekenhuis was verlopen een extra handje mee en bleek mijn automatische piloot nog in strijdvaardige modus te staan. En meer nog wilde ik mijn man die me omringde met liefde, niet al in de steek laten. Dus bleef ik tussen paniekaanvallen, depressies en huilbuien zoeken naar gunstige berichten, goede vooruitzichten en snellere plus betere artsen. Veertien slopende dagen later kwam er goed nieuws, weliswaar waren er nu drie tumoren te zien maar was de hele handel tevens goedaardig. Het wil niet zeggen dat ik niet nog behandeld zal moeten worden of zelfs dat een behandeling niet erg ingrijpend zou kunnen zijn maar het deed er niet toe. Als je min of meer verteld is dat je snel dood zal gaan, is dit werkelijk fantastisch nieuws.

Aanvankelijk raakte ik in een soort extase over mijn leven. Elk spoortje depressie verdwenen en genietend van de miniemste dingen was ik nog nooit zo instant gelukkig geweest. Ergens had ik de gedachte dat de schrik en ellende deze keer een erg groot voordeel hadden gehad, ik zou met een roze bril op verder door het leven vliegen op even zo roze wolken. Zelfs toen mijn hormonen de boel op stelten besloten te zetten alsof ik drie dubbel in de overgang was beland, bleef het geluksgevoel aanwezig. Om noooooit meer te verdwijnen.

Dacht ik.

Toen.

Langzaam is het normale leven van alle dag toch weer binnen gesijpeld. Zijn herinneringen weer terug uit hun schuilplaats gekropen. Merk ik dat ik een aardige duw heb gekregen van alle stress en hormoonstormen. Voel ik dat ik toch wat tijd moet nemen om weer bij te komen en op te krabbelen. En is de realisatie terug gekeerd dat alles nu eenmaal kan gebeuren. Dat de wereld op elke seconde van de dag onder je voeten uit kan verdwijnen, omdat het leven niet eerlijk maar totaal willekeurig is.

Gelukkig is het geluksgevoel hiermee niet geheel verdwenen en ik probeer dat ook bewust een klein beetje vast te houden. Maar verder dan dat durf ik niet te gaan. Stiekem is er angst ontstaan dat als ik me voor neem gelukkig te worden, de wereld in brokstukken op mijn hoofd zal landen. Ik geloof niet in het lot maar durf het toch niet meer te tarten voor je weet nooit. Dus.

Geen zoektocht meer voor mij, ik zie wel gewoon wat de dag me brengt.

 

Op zoek naar geluk. Ofzo

Omdat ik dacht dat Google vast wel zou weten waar ik geluk kan vinden, typte ik op goed geluk in ‘op zoek naar geluk’. Maar Google zoekt geluk op vreemde plekken. Onder “Zoekopdrachten gerelateerd aan op zoek naar geluk” staat de optie:

Toch betwijfel ik enigszins of hij me kan vertellen waar ik geluk kan vinden.

Hebt u wel eens bewust gezocht naar geluk? En zo ja, heeft u het gevonden?

Terugbladeren om vooruit te komen

In 2002 – na toch al enkele jaren van intense gebeurtenissen – moest er een arbeidsconflict opgelost worden om weer betaald te krijgen, volgden er zes afspraken voor een slopende WAO keuring, raakte ik afgekeurd en daalde 60% in inkomen, bracht dat wat financiële problemen met zich mee, werd mijn inmiddels man weg gereorganiseerd, bracht dat nog meer financiële problemen met zich mee, overleed mijn moeder in onze armen op 47 jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker, chemokuren en complicaties en raakte mijn vader het spoor totaal bijster. Kort gezegd besloot hij van de ene op de andere dag te gaan leven op uitsluitend alcohol in de hoop dat hij dan ‘per ongeluk’ mijn moeder achterna kon, met blackouts, zelfbeschadiging, ongelukken, ziekenhuisopnames en uiteindelijk een vrijwillige opname in een psychiatrische instelling tot gevolg.  Iets wat totaal niets deed omdat hij in de instelling geen druppel dronk maar hij elk verlof zich te barsten zoop en steeds destructiever werd. Na een maand of zes besloot hij met enige drang en dwang van onze kant dat hij wilde proberen toch een leven te gaan maken voor hemzelf. Zo snel als hij was gestart met extreem alcoholisme, zo snel was hij van de drank af en functioneerde hij relatief weer prima. Maar zijn pijn was nog enorm, mijn zorgen verre van verdwenen en de uitputting begon nogal toe te slaan bij me.

Enfin, het leek me dus verstandig om wat geestelijke bijstand voor mijzelf te zoeken. Omdat het GGZ in de veronderstelling was dat niet mijn vader maar ik degene was die het spoor bijster was geraakt, kreeg ik een psychiatrisch verpleegkundige op huisbezoek. Nadat dit misverstand was rechtgezet en hij mijn verhaal duidelijk had, concludeerde hij dat ik niet zozeer psychische problemen had maar teveel shit achter mijn kiezen. De oplossing was volgens hem dat er weer wat leuke gebeurtenissen zouden moeten voorvallen, dan zou ik vanzelf weer wat prettiger in mijn vel komen. Twee weken later kreeg ik het nieuws waar ik al vijf jaar bang voor was maar tot bevolkingsonderzoek niemand van had kunnen overtuigen, ik had voorstadium baarmoederhalskanker en inmiddels eigenlijk al over het randje. De geestelijke bijstand werd opgeschort zolang ik de medische molen in moest, de dag voor kerst werd ik – gelukkig met zeer goed gevolg – geopereerd.

Het jaar erna kwam er een andere hulpverlener maar bleef de conclusie hetzelfde. De balans was nogal negatief doorgeslagen, iets waar wij en zij niets aan konden veranderen en het wachten was op leukere gebeurtenissen om ons weer aan op te kunnen trekken. Dat mocht niet zo zijn, integendeel. Zonder maar een make-up spiegeltje gebroken te hebben, vielen de spreekwoordelijke zeven jaar ongeluk op ons hoofd. Het achtste jaar pleegde mijn vader zelfdoding en zorgden hulpdiensten en instanties ervoor dat deze nachtmerrie tot het uiterst werd verdiept en verergert.

Dat is voor mij de nekslag geweest. Voorheen kon ik tussen de gevoelens van rouw, boosheid, frustratie, machteloosheid, gepieker, zorgen over alles en enkele huilbuien door altijd wel weer opkrabbelen, een beetje relativeren, eens hard lachen, van dingen genieten en in een vlucht ter afleiding dit weblog vol kalken, soms meerdere keren per dag.  Dat is me na vier januari 2009 niet meer helemaal gelukt.

Niet dat ik begraven lig onder een depressie, nergens van kan genieten of nooit meer lach. Maar toch. Alles gaat wat moeilijker. Ik maak me veel meer zorgen dan ik ooit heb gedaan, ben vele malen emotioneler geworden, raak sneller geprikkeld en makkelijker somber gestemd. Het leven is iets pijnlijker geworden en ik zwaarmoediger. Ik vind het niet prettig, ik wil het niet maar het is toch gebeurd. Zichtbaar in mij maar ook zichtbaar op mijn weblog.

Dat spijt me. Dat spijt me voor u lezers die niet zoveel vrolijkheid meer terug kan vinden. Het spijt me nog meer voor mijn man die al dit met me heeft mee moeten maken en met mij leven niet altijd zo makkelijk is. En het meest spijt het me voor mezelf, om alle voor de hand liggende redenen.

Misschien vreemd om mijn weblog erbij te betrekken, je zou denken dat dat het minst belangrijk is. Maar het is mijn weblog geweest wat me heeft doen inzien hoezeer ik ben veranderd en vooral dat het niet zo goed met me gaat als ik zelf dacht. Zeventien december 2012 bestond dit log tien jaar en om inspiratie op te doen voor een leuk stukje met toeters en bellen, bladerde ik online terug in de tijd. Om te zien dat de toon en de sfeer behoorlijk is veranderd en de schrijf frequentie naar beneden is gekelderd om niet meer bij te trekken. Dat vond ik op zichzelf nog niet zo erg, wel vond ik erg wat het me vertelde over hoe het met mij gaat. 

Aangezien mijn weblog mijn staat van zijn indirect en stiekem griezelig goed weergeeft en nog meer omdat u veel heeft meegeleefd en support heeft geschonken, heb ik besloten deze gedachten ook online te plaatsen. Hopelijk zal het een begint zijn van  van een soort afsluiting van vier (twaalf) ongelukkige jaren en een stok achter de deur om weer wat geluk terug te zoeken.

En wie weet, heeft u die altijd zo goed voor mij bent, nog goede adviezen …

 

Slaapritueel

Iedereen kent zo zijn of haar slaaprituelen. Iets wat je dagelijks doet voor het slapen gaan, van het kijken naar de televisie tot het krijgen van een orgasme. De bedoeling van zo’n slaapritueel is duidelijk, tot rust komen voor het slapen gaan. En daar doe ik ergens iets grondig verkeerd geloof ik.

Als ik de hond welterusten knuffel en richting de trap loop, sprint hij me voorbij en vliegt naar boven. Daar wacht hij tot ik in bed stap en springt tussen mijn man en mij in. Niet om lekker rustig te gaan liggen soezen maar om alert en lichtelijk overspannen naar de deuropening te staren. Teken voor de poes om met één wenkbrauw opgetrokken – ik zweer het – maar toch nonchalant binnen te wandelen en eens te bekijken waar zij op bed kan springen zonder dat de hond er snel bij kan. Omdat ze de neiging ontwikkelde via het hoofd van mijn reeds slapende man op bed te springen – die dat gek genoeg niet kon waarderen – zorg ik er tegenwoordig voor dat ik klaarwakker en voorbereid ben om haar aan mijn kant op het bed te lokken.  Zodra ze op bed springt,  dendert ze steevast over me heen om vlakbij de hond uit te komen. Probeert de hond kwispelend bovenop haar te springen, wat weer een hoop gegrom, geblaas en gehengst van haar oplevert. Dan is het tijd voor een soort stoelendans, de poes rent enkele keren over me heen en de hond probeert onder luid gepiep en zenuwachtig gapen een plek zo dicht mogelijk in de buurt te vinden, waarbij mijn knieën, maag en als ik niet uitkijk hoofd niet ontzien worden. Ik roep ‘hee’, ‘niet doen’ en &*(*)$#$@!!!, wat zelden echt helpt natuurlijk. Dus meestal loopt het er op uit dat ik de hond maar in zijn nekvel grijp om hem terug tussen mijn man en mij in te gooien en geef de kat een lel naar mijn andere kant. Dat helpt redelijk, de hond vleit zich lekker tussen mijn en mij, de poes zoekt een plek aan de andere kant op mijn kussen, liefst boven op mijn haar. En ik, ik lig klaarwakker ende vol stress tussen de huisdieren geperst te wachten tot de hartkloppingen minder worden ..

Tja, het is een slaapritueel van drie keer niks. Maar moet bekennen, als mijn man zich naar me omdraait en iets liefs mompelt, de hond genoeglijk ende genietend aan de ene kant in mijn armen ligt en de poes luid spinnend aan de andere kant nog wat dichter tegen me aan kruipt, voel ik me altijd weer even de gelukkigste mens op aarde.

Zou het bijna vergeten, fijne kerstdagen nog iedereen!!!

Er wordt aan gewerkt

Ergens in 2010 besloot ik dat ik maar eens gelukkig moest worden. Dat klinkt heel positief.  Maar zo was het eigenlijk niet. Eigenlijk was ik zo ontzettend bang dat ik letterlijk dood zou gaan aan stress, angst en verdriet – ik had mijn tweede hartaanval immers al achter de kiezen – dat ik meende elke nare, moeilijke, angstige of afschuwelijke gebeurtenis zo ver en hard mogelijk van me af moest gooien. De dood van mijn moeder, de overlijdens van andere familieleden, het verlies van gezondheid, de wetenschap dat het verlies van gezondheid niet nodig was geweest maar simpel te voorkomen als artsen me het geringste beetje serieus hadden genomen, afgekeurd raken voor de WAO, verlies van vriendschappen, medische behandelingen, jaren van financieel verdrinken en vooral, vooral de zeven moeilijke jaren met en voor mijn vader, zijn zelfverkozen dood 4 januari 2009 en alle hufters in de wereld die deze afschuwelijke gebeurtenis vermenigvuldigden met 100 keer erger. Het moest weg. Weg uit mijn gedachtes. Er niet meer aan denken zou de weg naar emotionele genezing zijn.

Korte tijd heb ik werkelijk geloofd dat het werkte. Natuurlijk had ik het nog wel eens over gebeurtenissen maar dan ook alleen dat, de gebeurtenissen. Alsof het eigenlijk niet over mij ging, gezien in een film die alleen toevallig raakvlakken had met mijn eigen leven, ontdaan van alle gevoelens die ik wellicht had en zelf toch al niet meer kon vinden. Proberend de vertelsels te eindigen met een glas halfvol, ongeacht of ik alleen opgedroogde watervlekken en stof zag. Goed, ik had wel woedeaanvallen en huilbuien, periodes van allesoverheersende somberheid, dagen waarvan ik niet wist hoe ik die door moest komen en ik sloot me steeds meer af van de buitenwereld. Maar allee, dat zag vast niemand en als ik mezelf maar bleef vertellen dat het echt wel goed ging en dat ik toch maar lekker gelukkig zat te worden, dan zou ik het vast ooit wel worden. Wat zeg ik, ik was er al bijna!

Enfin. U wist het wellicht al. Ik weet het nu in elk geval. Zo werkt het niet. Alles wat wordt verstopt, wordt ook weer gevonden.Dus nu in 2011 besluit ik opnieuw dat ik maar eens gelukkig moet worden. Alleen dan op een gezondere manier dan voorheen. Met oog voor mijzelf en een beetje hulp.

Mocht het hier wat stilletjes zijn, weet u waar ik mee bezig ben. Met mij.

'Trouwdag'

Tien december 2009. Ok, we kwamen er een kwartier voor tijd achter dat we het verkeerde adres hadden dus feitelijk niet wisten waar we gingen ‘trouwen’ (had u anders van ons verwacht dan?) maar het was van A tot Z echt een perfect geweldige dag!  De ceremonie was intiem, emotioneel, mooi, leuk met soms een beetje verdriet maar bovenal goed in balans. Oftewel: Iedere keer als ik dacht dat ik een hysterische huilbui niet meer zou kunnen onderdrukken, schakelde onze ‘BABS’ over op een vrolijkere noot en zo bleven de tranen redelijk beheerst. Dat was bij enkele van onze getuigen wel anders trouwens, maar het waren positieve tranen. Over het geheel was het voor mijn man – hoei, dat is nog even wennen hoor – en mij erg intens.

Verder kan ik vertellen over de mooie, emotionele toespraak van vriendin Y. bij de warme chocolademelk met slagroom. De evenzo mooie en emotionele toespraak van vriendin S. bij de MacDonalds. De glitters en champagne met chique (en overheerlijke) aardbeidjes op de rand van het glas, bij binnenkomst van het feestje achterop. De poster met foto’s van ook mijn ouders die vriendin P. gemaakt had, zodat ze er toch een beetje bij waren voor me.  De twee indrukwekkende kunstwerken die we kregen. Een weekend in de bruidsuite van het eftelinghotel begin januari, van vele vrienden tezamen. Lachen en roze wolken door de hele dag heen. Maar hoe uitgebreid en gedetailleerd ik er ook over zou vertellen, het zou toch niet omschrijven hoe we deze dag ervaren hebben.

Ondanks of misschien juist door de vele problemen en zware verliezen die we bijna van begin van onze relatie hebben gekend, zijn we altijd zeer hecht en verbonden geweest. Al is het een zware last om op zijn schouders te leggen, denk ik dat ik het zonder Stefan niet gered had. Maar toen mijn vader vier januari dit jaar zelfmoord pleegde, werd het teveel. Brak er in elk van ons iets en leek de dag dat we ons weer een beetje gelukkig en zonnig zouden voelen, verder weg dan ooit. Het geregistreerd partnerschap zou daarom ook een formaliteit zijn. Wel bijzonder voor ons tweeën maar vooral bedoeld om de zakelijke kanten in onze relatie te regelen. We wilden het niet echt vieren, we wisten gewoon niet meer hoe.

Anderen wisten dat wel. Wilden het graag, gunden het ons zo. Fluisterden het ons in, maakten ons steeds enthousiaster, werkten samen, organiseerden zich in absurd korte tijd wezenloos en gaven ons niet alleen een mooie toespraak of een mooi huwelijkskado. Ze gaven ons de spirit het bijzondere en het zonnige weer even te zien. Goten dat allemaal samen in een prachtige dag. Het verdriet en gemis er wel in verwerkt maar vooral een dag vol liefde, vrolijkheid en roze wolken. Het was lang geleden dat we ons zo gelukkig hebben gevoeld. En dat is toch het allerbelangrijkste van zo’n dag.

Wees gerust dat er nog genoeg te verwerken is en er best nog zware logs zullen volgen. Maar nu zitten we nog even in de wolken en dat neemt niemand ons meer af…

Bij de weg: de foto’s heb ik zelf nog niet, u zult even geduldig moeten zijn.

Met special tnx aan Peet van de Heksenketel, die binnen vier dagen iedereen heeft weten te verzamelen én het huwelijkskado heeft weten te regelen.

Zorgverzekeraar wil uw geluk zien

Verzekeraarscombinatie Univé-VGZ-IZA-Trias (UVIT) gaat samen met de Erasmus Universiteit uit Rotterdam proberen om Nederlanders gelukkiger te maken. (…) Uitgangspunt is dat gelukkige mensen minder gezondheidsklachten hebben en dus minder beroep hoeven te doen op de verzekeraars. Verder ..

Dat de zorgverzekeraars plaats hebben genomen op de stoel van de arts, wisten we al een tijdje. Nu wil deze echter ook plaats nemen in uw huiskamer, slaapkamer of toilet. Eerst om een flink aantal jaren te gaan wroeten in uw leven, op zoek naar open deuren wat u gelukkig of ongelukkig maakt. Om vervolgens zich te gaan bemoeien met uw keuzes in het leven, via ‘algemene geluksadviezen’. U weet wel, trouwen, kinderen, scheiden, vervroegd pensioen of een gebrek aan goede vriendschappen, dat soort dingen. En wat u dan wel of niet moet doen natuurlijk. Dat het VGZ zeker weet dat u komend jaar beter intens verliefd kan worden dan carriere te maken, want een stressvolle baan levert vast en zeker minimaal twee bezoekjes aan de huisarts op wegens slecht slapen, hoofdpijn of wellicht zelfs een burn-out.

Geniaal als u er even over nadenkt. Denkende mee te doen aan een onderzoek van een gerenomeerde universiteit, financieert u het stiekem zelf met de verzekeringspremie en verstrekt u bakken met gegevens aan uw zorgverzekeraar. Om vervolgens verplicht – u mag immers niet onverzekerd los rond hobbelen – opgescheept te zitten met een Big Brother waar Rouwvoet en Hirsch Ballin alleen nat van kunnen dromen.

Iemand nog plannen van verzekeraar te wisselen eind dit jaar?