Nieuwe start keer drie

Het had een jaar van traumatherapie en vooruitgang moeten worden maar het werd het jaar van de eeuwige intakegesprekken. Dat wil zeggen dat ik zojuist voor een derde maal een verlengde intake heb doorlopen. Wie zegt dat hulp krijgen makkelijk is?

Van de neuroloog tot de medisch maatschappelijk werker had ik al meerdere malen het advies gekregen een goede traumatherapeut te zoeken voor met name mijn ervaringen in de zorg. Ik wist natuurlijk wel dat zij gelijk hadden maar de drempel was monsterlijk hoog. Voor mij voelde het alsof ik hulp moest gaan vragen aan iemand die me een week eerder het ziekenhuis in geslagen had, iets wat geen zinnig mens zou doen. Ik viel al bijna flauw bij alleen de gedachte aan het maken van een afspraak en heb dus gedaan wat bijna iedereen met een post traumatische stress stoornis doet: van alles verzonnen om de stap maar niet te hoeven nemen.

Dat kon niet goed blijven gaan en dat ging het ook niet. Begin dit jaar maakte ik daarom met lood in mijn schoenen en weerzin in mijn lijf een afspraak bij mijn huisarts. Die was allang blij dat ik niet kwam vertellen bij nader inzien naar het medisch tuchtcollege te stappen en binnen twee minuten stond ik weer buiten met een verwijzing en de opdracht me binnen een week aan te melden bij een ggz-instelling.

Hoewel onder advies van de huisarts een traumatherapeut plus een medisch psycholoog was toegezegd, trof ik een basispsycholoog voor lichte tot milde problematiek tegenover mij. Daar ging het dan ook meteen grondig mis. De psycholoog in kwestie schrok zich kapot van mijn verhaal en concludeerde uit het niets dat ik zeer, zeer suïcidaal moest zijn. Voor de goede orde, dat was en ben ik absoluut niet maar ik heb haar niet meer kunnen overtuigen. Helaas was dit niet het enige wat ze op fictie baseerde, de uiteindelijke rapportage leek geschreven te zijn met in de ene hand een joint en de andere een fles wijn. Vrijwel alle feiten waren aangepast in gedachten kronkels van betreffende psycholoog. Het strekte zo ver dat mijn moeder volgens de rapportage op twee verschillende data zou zijn overleden en ondanks twee kansen om minstens éénmaal de sterfdag goed te hebben, stond de juiste datum van overlijden er niet tussen. Vond ik dat al pijnlijk verbijsterend, nog absurder werd het toen mij geweigerd werd al deze foutieve gegevens te corrigeren. Als klap op de vuurpijl werd een zeer verouderde mis-diagnose uit mijn uiterst nare medische verleden opgediept en werd zo de diagnose post traumatische stress stoornis weg gegooid om plaats te maken voor een borderline persoonlijkheidsstoornis. Ik heb de kans niet gekregen verontwaardigd weg te lopen. De instelling bleek sowieso de capaciteiten niet in huis te hebben om mij te helpen. Ik werd verbijsterd en al terug naar de huisarts verwezen met het advies me naar een andere instelling te laten doorsturen. Om de cirkel van achterlijkheid rond te maken betrof het een instelling waar ik wegens fysieke beperkingen niet zelfstandig kan komen voor een therapie die ik wegens dezelfde beperkingen niet aan zou kunnen met betrekking tot een stoornis die ik niet heb.

Keihard bevestigd in elke doemgedachte die ik bij voorbaat al had gehad en de overtuiging dat de wereld volslagen imbeciel moet zijn, durfde ik op dat punt helemaal geen hulp meer te zoeken. Ik ben vierendertig jaar niet geloofd in de zorg, ik kan het echt niet meer aan om dit nog eens vierendertig jaar over te doen in de psychische hulpverlening. Alleen ging ik het echter ook niet redden duidelijk, ik was hard bezig ten onder te gaan aan flashbacks, nachtmerries, huilbuien, woede aanvallen en meer. Een dierbare had een idee. Hij had onlangs een behandeling in verband met ptss afgesloten bij een volgens hem fantastische therapeut. De instelling was voor mij niet bereikbaar, maar zijn therapeut zat als enige op locatie in Roosendaal. Ze was al in grote lijnen bekend met mijn verhaal en had daar nooit vraagtekens bij gesteld. Wellicht zou ik het bij haar aandurven hulp te vragen? Nu is het beleid dat een psycholoog geen verschillende leden van dezelfde familie in behandeling neemt. Maar na een noodkreet per mail volgde tegen al mijn verwachtingen in een positief antwoord, ze was zeer bereid me te zien.

Bibberend met het gevoel ter plekke geëxecuteerd te zullen worden, durfde ik alleen nog naar binnen als mijn man mee ging. Natuurlijk werd ik niet geëxecuteerd. In tegendeel, mijn enorme wantrouwen maakte elk gesprek een beetje meer plaats voor een gevoel van steun en begeleiding. Een week of zeven en drie intakegesprekken later volgde het oordeel: een complexe post traumatische stress stoornis door meerdere, langdurige trauma’s. De behandeling die werd voorgesteld, zou minstens een jaar in beslag nemen en zeer intensief zijn, met de waarschuwing dat ik me in periodes nog veel beroerder zou gaan voelen dan nu al het geval was. Er werd een voortraject ingezet om me te stabiliseren, zeg maar me voldoende stevig in mijn schoenen te krijgen om de werkelijke traumatherapie ook echt aan te kunnen. En er werd een plan gemaakt zodat ik het fysiek zou kunnen bolwerken. Het was even slikken maar ik tekende toch graag, vol vertrouwen dat de behandeling me uiteindelijk veel zou gaan brengen.

We zijn tot vier sessies gekomen waarin ik snel en veel vooruitgang boekte. Daarna had ze vakantie en toen ze terug kwam, deed ze een mededeling waardoor de grond onder mijn voeten verdween. De onderhandelingen met zorgverzekeraars en gemeenten waren gestart. Zorgverzekeraars gaan minder vergoeden om langdurige behandelingen af te bouwen, gemeenten durven amper jeugdzorg in te kopen. Gevolg: de instelling was druk aan het bezuinigen geslagen en mijn behandelaar was in haar vakantie ontslagen. Ze had nog een maand opzegtermijn en dan zat ik in feite zonder hulp. Om het nog erger te maken was het onduidelijk of er vervanging zou komen, de kans was zeer wel aanwezig dat de hele locatie Roosendaal opgeheven zou worden. Mijn behandelaar vertelde bezorgd dat dit flink zou toevoegen aan mijn trauma maar dat ze alles zou doen om een oplossing voor me te vinden. Ik geloofde niet dat ze dat zou kunnen in een wereld waar geld en de cashende zorgverzekeraar regeert.

Zij heeft echter geen post traumatische stress stoornis en kwam wel degelijk met een oplossing. Ze had contact gehad met een andere, onbekende praktijk met veel ervaring met trauma en deze bereid gevonden mijn diagnose over te nemen en mijn behandeling voort te zetten. Als ik het tenminste aandurfde dan. Dat durfde ik helemaal niet aan maar goed, ik zag wel in dat het rationeel gezien een degelijke oplossing was vanuit een psycholoog die nou eenmaal niet kan toveren. Er zou bovendien begeleiding blijven tot mijn dossier helemaal overgedragen was en ik het gevoel had bij de nieuwe instelling verder te kunnen. Ik stemde dus toe en afgelopen oktober werd de molen aan verwijzingen en vragenlijsten voor de derde maal dit jaar in gang gezet.

Aanvankelijk leek het ook hier mis te gaan. Mijn diagnose werd helemaal niet overgenomen, ik werd van hot naar het geschoven en beloftes en toezeggingen werden voortdurend gebroken. Een hoofdbehandelaar, die ik niet eens had gesproken, besloot bovendien te willen onderzoeken of ik niet toch een persoonlijkheidsstoornis zou hebben. Een term waarbij al mijn alarmbellen af gaan inmiddels. Uiteindelijk vonden vier gesprekken en een fikse mailwisseling plaats, gaf ik antwoord op bijna vijfhonderd vragen en zag mijzelf voor eeuwig verstrikt in een verlengde intake. Op het moment dat ik compleet gesloopt het bijltje erbij neer wilde smijten, wilde de hoofdbehandelaar zelf in gesprek. Er volgde een goed, informatief en verhelderend overleg en ik kreeg bovendien oprecht klinkende excuses voor alles wat mis was gegaan. Op zich al een geheel nieuwe ervaring voor mij, blijkbaar kunnen problemen in de zorg soms werkelijk opgelost worden. Er was verder geen persoonlijkheidsstoornis of – problematiek gevonden en ik zal de eerder ingezette behandeling opnieuw kunnen gaan starten. Blijkbaar heb ik ergens dit jaar wel enige vooruitgang geboekt, onzeker en angstig heb ik toch durven besluiten hen de kans te geven mij te helpen.

En daar ben ik nu. De diagnose complexe post traumatische stress stoornis is aangepast in een chronische post traumatische stress stoornis. Men denkt dat ik zeventig tot tachtig procent verbetering zal kunnen bereiken, de rest zal ik mee moeten leren omgaan. Zover zijn we nog lang niet. Ik ga opnieuw starten met stabiliseren om verderop in de behandeling de traumatherapie aan te kunnen, ben opnieuw ingepland voor een jaar en ben opnieuw gewaarschuwd dat het loodzwaar zal zijn. Hoewel ik de vier sessies bij de vorige instelling veel inzichten heb opgedaan, is het een druppel op een gloeiende plaat. Na alle dramatiek die er op gevolgd is, ben ik er in bepaalde opzichten dan ook slechter aan toe dan begin dit jaar.

Het is niet anders, dat kan nu eenmaal niet meer terug. Ik ben in elk geval trots op mijzelf dat ik het aan heb gedurfd hulp te blijven zoeken bij mensen die voor mij voelen als ‘de vijand’. Dat ik het aan heb gekund open te blijven staan voor mogelijke oplossingen op momenten dat ik de hele hulpverlening al lang niet meer zag zitten. En bezit terug de goede hoop dat ik volgend jaar kerst wel zal zijn waar ik kerst dit jaar al had willen wezen.

Dit moet ik even kwijt: zorg zonder uitweg

Omdat van me af schrijven voor mij de beste manier is om verleden te plaatsen en los te kunnen laten, ga ik u de komende periode even lastig vallen over verschillende dingen die mij dwars zitten aan mijn medische verleden en meer oud zeer.

Ooit kwam – ondanks het feit dat ik al tientallen jaren intolerant ben voor alcohol – door een vergissing van een therapeut bij het GGZ in mijn dossier terecht dat ik alcoholiste zou zijn. Een vergissing die tot mijn verbijstering niet meer ongedaan gemaakt leek te kunnen worden. Legde ik uit intolerant te zijn voor alcohol dus nooit te drinken, werd dat opgevat als ‘ontkenning van problemen’. Onder het principe dat mensen in ontkenning van hun drankprobleem tegen zichzelf beschermd moeten worden, mochten zij mij het recht ontzeggen mijn dossier op dat punt in te kijken of aan te passen. Ik zou mijn dossier dus alleen nog in mogen kijken als ik toegaf alcoholiste te zijn, wat ik niet was dus logisch verdomde. En zo werd een domme verwisseling van gegevens door een ander, een probleem wat ik zelf niet kon oplossen. Dat ik zichtbaar problemen had met mijn spieren en evenwicht, maakte de zaken er uiteraard niet beter op.

Hetzelfde euvel treft mensen waarvan fysieke problemen onterecht worden geschaard onder ‘het zal wel psychisch zijn’. Een patiënt kan zelden zelfstandig bewijzen dat er fysiek iets mis is. Weigert deze psychische hulp, dan wordt dat gezien als valse ontkenning wat tevens bevestigd dat er sprake moet zijn van psychische problemen. Gaat de patiënt dan maar in op aangeboden psychische hulp, is dat eveneens een bewijs dat problemen psychisch zijn. Helpt de therapie met of zonder antidepressiva vervolgens niet, krijgt de patiënt de schuld van het falen. Voor je het weet heb je tien therapeuten versleten en ben je geen stap verder gekomen.

Zit je als patiënt maar lang genoeg in deze cirkelredenering opgesloten, kan ik u verzekeren dat er vanzelf psychische problemen van komen. Niemand blijft optimistisch en vrolijk rond huppelen als er sprake is van ziekte en beperkingen waar geen hond interesse voor toont, de zorg achteraan. Ga dan maar uitleggen dat de psychische problemen niet vooraf gingen aan fysieke symptomen maar feitelijk gevolg zijn van het onbenul van een arts waar je op dit moment tegenaan zit te praten. Nee, dat komt inderdaad niet snel meer goed …

Kan het ook gebeuren dat psychische problemen als neerslachtigheid of depressie symptoom is van een fysieke aandoening. Tja, dan ben je helemáál in de aap gelogeerd.

Het vreemde is dat ik gedurende de tijd dat ik fysieke problemen had waar geen juiste diagnose voor kwam, onnoemelijk veel naar de psychische hulpverlening in allerlei vormen en maten ben gestuurd. Maar nu ik met terugwerkende kracht de juiste diagnoses heb, geen hulp kan krijgen voor de psychische problemen ten gevolge van het zo laat stellen van deze diagnoses en alles wat er bij komt kijken. Nogal de boel op zijn kop nietwaar. Gelukkig hebben de revalidatie therapeuten zich opgeworpen als fijne maatschappelijk werkers en ben ik sowieso al aardig aan het opkrabbelen.

Het vermeende alcoholisme is overigens uiteindelijk verwijderd. Dreigen met een klachtenprocedure had daar niets mee te maken, aldus de therapeut. 

GGZ: best bewaard publiek geheim

Vier maal ben ik aangewezen geweest op het GGZ waarbij ik met vijf verschillende personen contact heb gehad. Slechts één maal betrof dat een goede ervaring maar het moet gezegd, dat was een medewerker van een externe zorginstelling die sinds kort bij het GGZ was gevoegd. Hij was zelf nogal ongelukkig met het samengaan omdat hij het GGZ uiterst beroerd vond functioneren. Dat bleek ook wel. Hij kwam alleen op bezoek omdat een mij onbekende medewerker plots had besloten het dossier van een familielid waar ik zorgen om had en mij om te wisselen, zodat ik ineens aangemerkt was als alcoholiste die zichzelf totaal verwaarloosde en in diepe crisis zat. U had zijn blik moeten zien toen ik heel normaal de deur open deed! Zodra duidelijk werd dat ik niet in crisis was, was het dan ook snel klaar en kreeg ik verplicht een ander toegewezen. Een sympathieke mijnheer waar ik twee jaar mee gepraat heb en vrijwel niets mee opgeschoten ben. Niet alleen mijn maar ook zijn conclusie.  Het alcoholisme heeft overigens – ondanks het feit dat ik vanaf  mijn twintigste een alcohol intolerantie heb en nog geen kersenbonbon kan eten –  nog zeven jaar in mijn dossier gestaan. Telkens als ik verzocht het eruit te vissen, werd besloten dat ik ‘in ontkenning’ was en tegen mezelf beschermd moest worden. De enige reden dat ik wist dat het nog altijd in mijn dossier stond, is dat bij elke fysieke klacht behorende bij mijn chronische aandoeningen werd gezegd dat ik ‘ook niet zoveel moest zuipen’.

Enfin, dit was dus de ‘positieve’ ervaring(!). De overige drie confrontaties waren ronduit rampzalig. Een psycholoog fantaseerde eigenhandig bij elkaar dat ik in mijn jeugd zwaar mishandeld zou zijn geweest door mijn moeder en wellicht ook nog was misbruikt. Bij elke ontkenning van mijn kant werd hij ronduit boos en meende dat ik ‘niet geholpen wilde worden’. Bij de derde afspraak ben ik ronduit woedend opgestapt om hem geen fysieke schade aan te brengen. Een andere psycholoog vond dat ik absurd veel problemen op mijn pad had en wist ook niet wat ze daarmee aan moest(?). Zij werd nog ongelukkiger van mijn problemen dan ik al was en we besloten dan maar uit elkaar te gaan. De laatste wilde het met alle geweld niet over de reden van mijn komst praten (zelfdoding van mijn vader), concludeerde aan de hand van wat later Post Traumatisch Stress Syndroom bleek te zijn dat ik waarschijnlijk borderline moest hebben en meende uit het niets dat ik opnieuw moest leren functioneren. Dus in de zin van een boodschapje doen, een boterham klaar maken of een telefoontje durven te plegen. Daarvoor moest ik in intensieve dagopvang vond zij. Ik had in negen maanden tijd de nalatenschap van mijn vader compleet afgehandeld, was een intensieve medische behandeling gestart en kon echt mijn boterham nog wel smeren dus dacht er een tikkeltje anders over. Het resulteerde in een ordinaire ruzie waar me werd toegebeten op te rotten en me nooit meer aan te melden bij het GGZ. Waarschijnlijk begreep zij ondertussen best dat ik nog liever eigenhandig mijn been in drieën zou breken dan ooit nog terug naar het GGZ te gaan.

Zou dit nu incidenteel zijn, zou je zomaar kunnen stellen dat ik het toevallig erg slecht getroffen heb daar. Maar het lijkt niet bepaald incidenteel. Van de tientallen ervaringen waar ik ooit van vernomen heb, is er een enkeling die geen absurde problemen cadeau kreeg bij het GGZ. In vrijwel alle gesprekken over het GGZ met willekeurig wie, komt het GGZ uiterst slecht uit de bus. Ook in de media kent het GGZ nou niet bepaald een goede reputatie en er zijn zelfs relatief veel huisartsen die simpelweg naar alles behalve het GGZ willen verwijzen. Sterker is dit negatieve beeld niet eens iets van de laatste tijd of zelfs maar de laatste jaren. In de tijd dat het GGZ nog RIAGG heette, was de reputatie ook al volslagen belabberd.

En al jaren vraag ik mij dus af: hoe kan dat nou? Hoe bestaat het toch dat een organisatie zoveel slechte hulpverleners onder een dak weet te krijgen? Hoe kan het dat bestaande problemen in die instelling bestaande problemen blijven? Hoe is het mogelijk dat zo’n organisatie al die jaren blijft voortbestaan?

Het slechte reilen en zeilen van het GGZ moet wel het best bewaarde publieke geheim van Nederland zijn?

Positieve noot, toen ik eindelijk zo ver was (of vooral zover heen was) dat ik weer hulp durfde te zoeken, ben ik februari dit jaar bij Intherapy terecht gekomen. Daar heeft een psycholoog mij geheel online in zes weken(!) van Post Traumatisch Stress Syndroom afgeholpen. Verder word ik nog een jaar gevolgd om te zien hoe het me verder vergaat.

Het GGZ een stapje verder ..

De zelfmoord van uw vader is dan ook geen probleem van u. Nou ja, wat er om heen is gebeurd raakt u natuurlijk wel iets dan.

Inderdaad, het gesprek met het GGZ was zo mogelijk nog meer verbijsterend dan de vorige gesprekken. In het kort: het GGZ doet niet aan rouw of rouwverwerking, alles wat ik mis vind bij het GGZ is mijn eigen schuld omdat ik niet letterlijk het woord ‘rouwverwerking’ in de concrete hulpvraag heb gebruikt (en de huisarts ook al niet, foei), ze hebben ‘geen enkele indicatie voor rouw’ bij me kunnen constateren (?) maar wél bakken vol innerlijke problemen plus borderline kenmerken al kon ze er niet één voor me benoemen. Input van mijn kant was slechts ‘mijn mening’ dus hoefde niet besproken en aan mij de keuze, of toch de dagbehandeling in of onmiddelijk de deur uitlopen en niet meer terugkeren naar het GGZ. Tja … U mag nooit meer raden.

Moet bekennen dat het me meer geraakt heeft dan mijn doorgaans assertieve zelf normaal zou toelaten. Voornamelijk omdat werkelijk iedereen die bij de dood van mijn vader betrokken is geweest – tot en met de ingeschakelde agenten en de uitvaartondernemer aan toe – een vorm van geestelijke bijstand heeft gekregen. En ik voor de zoveelste keer dit jaar op straat stond met een keiharde schop na en niet meer dan een de zoveelste klachtenprocedure in het vooruitzicht. Deze keer niet wetend of ik moest gaan janken of iemand zou gaan beschadigen.

En ik geloof het wel, er zal heus wel ergens iemand te vinden zijn die normaal een beetje professionele hulp kan bieden. Maar ik zal er niet meer naar gaan zoeken. De volgende die zo onrespectvol over mijn vader is of het verzint waar ik bij sta, sla ik namelijk wel de tanden uit zijn of haar bek waarschijnlijk.

Zeker heb ik een lieve man, lieve familie, lieve vrienden en komt de hulp soms uit onverwachtse hoek. En zeker, dat is vele malen meer waard dan de ontelbare hoeveelheid baggerinstanties die Nederland ‘rijk’ is. Maar toch. Bij deze mensen moet en wil ik rekening houden met wat zij zelf hebben doorgemaakt. Is niet alles moeiteloos bespreekbaar. Kan je elkaar soms even niet zo goed helpen als je zou willen. Juist deze mensen hoopten dat ik een klein beetje hulp erbij zou zoeken.

Bij het GGZ is iedereen getikt

Kort en bondig – zoals ze had gevraagd – legde ik uit dat mijn tante ons half drie ‘s nachts gebeld had om te vertellen dat mijn vader dood was, dat ze dacht dat hij het zelf gedaan had en dat we moesten komen. Dat we door een sneeuwstorm daarheen gereden zijn en vervolgens in een griezelig leeg huis aankwamen, omdat de politie ons compleet vergeten was. Iedereen was vertrokken zonder ook maar een kaartje achter te laten. We door het bloed op de vloer en de messen op tafel er achter kwamen hoe mijn vader zelfmoord had gepleegd. En dat ik nog steeds boosheid jegens de politie voel daarom. Waarop ze tot mijn afgrijzen zei: “Ik begrijp het niet helemaal. U ging spontaan naar uw vader zonder dat hij dat wist maar hij bleek niet thuis te zijn. Dat neemt u hem vreemd genoeg kwalijk. Waar was uw vader heen gegaan dan?”

Nee, dit was niet de vraag van een ongeïnteresseerde dementerende bejaarde na het tiende biertje op happy hour van het plaatselijke buurthuis. Dit was een van de vragen die me gesteld werd op het intake gesprek van het GGZ, de Geestelijke Gezondheidszorg. Een intake gesprek omdat ik een beetje hulp had gevraagd bij rouwverwerking na zelfdoding. Een intakegesprek waarbij van te voren duidelijk was gemaakt dat er een uur voor zou staan en geen minuut langer. Een uur waarin ik moest vertellen over de gebeurtenissen dit jaar, de gebeurtenissen de jaren er voor, over mijn vroege jeugd, mijn pubertijd, mijn volwassen leven, mijn ziektes en beperkingen, mijn karakter, mijn vrienden, mijn gevoelens, mijn leefgewoontes en mijn gedrag. Kort en bondig, de ene vraag na de andere beantwoorden. Slopend.

Daarbij bleek ook dat eerdere dossiers nog altijd niet gecorrigeerd zijn. Ze geloofde bijvoorbeeld niet dat ik echt geen alcohol drink. Vroeg vervolgens verbolgen wanneer ik dan definitief gestopt was met drinken en hoe ik dat gedaan had. Voor de lezer die mij niet zo goed kent, ik heb al vanaf mijn negentiende een alcoholintolerantie.

Was ik hierover al zwaar teleurgesteld, gedesillusioneerd en ontmoedigd, het advies wat uit de intake voorkwam, was zo mogelijk nog wonderlijker. Een team van zeven ‘deskundigen’ had zich over mij gebogen en kwam tot de conclusie dat ik niet alleen last moest hebben van traumatische stress kenmerken maar ook flink neig naar een persoonlijkheidsstoornis: namelijk borderline. Nee niet ADHD, borderline dus. Daar was met gesprekken geen beginnen aan, het voorstel werd dan ook dagbehandeling. Wat dat inhoudt kon ze niet vertellen, dat wist ze niet. Maar dat dat waarlijk het beste voor me is, dat stond echt als een paal boven water(?!).

Enfin, mijn omgeving en google wisten het wel. Dagbehandeling is de laatste stap voor opname, bedoeld voor mensen die amper tot niet meer zelfstandig kunnen functioneren door psychische problemen. En daar stopte mijn open houding, mijn positieve instelling en mijn ‘ik-zal-eens-niet-weerbarstig-reageren-maar-het-over-me-heen-laten-komen’ acuut. Want ik mag het emotioneel echt heel moeilijk hebben met de dood van mijn vader, ik functioneer toch prima dunkt me. Met hulp van mijn man, familie en enkele goede vrienden heb ik klachtenprocedures doorlopen, de nalatenschap inclusief verkoop van mijn vaders huis al in oktober afgehandeld, volg ik een intensieve medische behandeling en onlangs zijn we getrouwd.

Maar goed, zeven deskundigen hebben besloten. Dus de voorgestelde behandeling afzeggen en normaal gesprekken aanvragen, dát kon natuurlijk niet zomaar. Aanstaande maandag gaan we het even gezellig opnieuw bespreken. Dat wil zeggen, ik ga alleen bespreken dat ze goedschiks of kwaadschiks mijn dossier door de papierversnipperaar gaat halen.

De rest mag ze houden. Voor zulke hulp heb je niet eens problemen nodig…