Tag: Hulp

Nieuwe start keer drie

Het had een jaar van traumatherapie en vooruitgang moeten worden maar het werd het jaar van de eeuwige intakegesprekken. Dat wil zeggen dat ik zojuist voor een derde maal een verlengde intake heb doorlopen. Wie zegt dat hulp krijgen makkelijk is?

Van de neuroloog tot de medisch maatschappelijk werker had ik al meerdere malen het advies gekregen een goede traumatherapeut te zoeken voor met name mijn ervaringen in de zorg. Ik wist natuurlijk wel dat zij gelijk hadden maar de drempel was monsterlijk hoog. Voor mij voelde het alsof ik hulp moest gaan vragen aan iemand die me een week eerder het ziekenhuis in geslagen had, iets wat geen zinnig mens zou doen. Ik viel al bijna flauw bij alleen de gedachte aan het maken van een afspraak en heb dus gedaan wat bijna iedereen met een post traumatische stress stoornis doet: van alles verzonnen om de stap maar niet te hoeven nemen.

Dat kon niet goed blijven gaan en dat ging het ook niet. Begin dit jaar maakte ik daarom met lood in mijn schoenen en weerzin in mijn lijf een afspraak bij mijn huisarts. Die was allang blij dat ik niet kwam vertellen bij nader inzien naar het medisch tuchtcollege te stappen en binnen twee minuten stond ik weer buiten met een verwijzing en de opdracht me binnen een week aan te melden bij een ggz-instelling.

Hoewel onder advies van de huisarts een traumatherapeut plus een medisch psycholoog was toegezegd, trof ik een basispsycholoog voor lichte tot milde problematiek tegenover mij. Daar ging het dan ook meteen grondig mis. De psycholoog in kwestie schrok zich kapot van mijn verhaal en concludeerde uit het niets dat ik zeer, zeer suïcidaal moest zijn. Voor de goede orde, dat was en ben ik absoluut niet maar ik heb haar niet meer kunnen overtuigen. Helaas was dit niet het enige wat ze op fictie baseerde, de uiteindelijke rapportage leek geschreven te zijn met in de ene hand een joint en de andere een fles wijn. Vrijwel alle feiten waren aangepast in gedachten kronkels van betreffende psycholoog. Het strekte zo ver dat mijn moeder volgens de rapportage op twee verschillende data zou zijn overleden en ondanks twee kansen om minstens éénmaal de sterfdag goed te hebben, stond de juiste datum van overlijden er niet tussen. Vond ik dat al pijnlijk verbijsterend, nog absurder werd het toen mij geweigerd werd al deze foutieve gegevens te corrigeren. Als klap op de vuurpijl werd een zeer verouderde mis-diagnose uit mijn uiterst nare medische verleden opgediept en werd zo de diagnose post traumatische stress stoornis weg gegooid om plaats te maken voor een borderline persoonlijkheidsstoornis. Ik heb de kans niet gekregen verontwaardigd weg te lopen. De instelling bleek sowieso de capaciteiten niet in huis te hebben om mij te helpen. Ik werd verbijsterd en al terug naar de huisarts verwezen met het advies me naar een andere instelling te laten doorsturen. Om de cirkel van achterlijkheid rond te maken betrof het een instelling waar ik wegens fysieke beperkingen niet zelfstandig kan komen voor een therapie die ik wegens dezelfde beperkingen niet aan zou kunnen met betrekking tot een stoornis die ik niet heb.

Keihard bevestigd in elke doemgedachte die ik bij voorbaat al had gehad en de overtuiging dat de wereld volslagen imbeciel moet zijn, durfde ik op dat punt helemaal geen hulp meer te zoeken. Ik ben vierendertig jaar niet geloofd in de zorg, ik kan het echt niet meer aan om dit nog eens vierendertig jaar over te doen in de psychische hulpverlening. Alleen ging ik het echter ook niet redden duidelijk, ik was hard bezig ten onder te gaan aan flashbacks, nachtmerries, huilbuien, woede aanvallen en meer. Een dierbare had een idee. Hij had onlangs een behandeling in verband met ptss afgesloten bij een volgens hem fantastische therapeut. De instelling was voor mij niet bereikbaar, maar zijn therapeut zat als enige op locatie in Roosendaal. Ze was al in grote lijnen bekend met mijn verhaal en had daar nooit vraagtekens bij gesteld. Wellicht zou ik het bij haar aandurven hulp te vragen? Nu is het beleid dat een psycholoog geen verschillende leden van dezelfde familie in behandeling neemt. Maar na een noodkreet per mail volgde tegen al mijn verwachtingen in een positief antwoord, ze was zeer bereid me te zien.

Bibberend met het gevoel ter plekke geëxecuteerd te zullen worden, durfde ik alleen nog naar binnen als mijn man mee ging. Natuurlijk werd ik niet geëxecuteerd. In tegendeel, mijn enorme wantrouwen maakte elk gesprek een beetje meer plaats voor een gevoel van steun en begeleiding. Een week of zeven en drie intakegesprekken later volgde het oordeel: een complexe post traumatische stress stoornis door meerdere, langdurige trauma’s. De behandeling die werd voorgesteld, zou minstens een jaar in beslag nemen en zeer intensief zijn, met de waarschuwing dat ik me in periodes nog veel beroerder zou gaan voelen dan nu al het geval was. Er werd een voortraject ingezet om me te stabiliseren, zeg maar me voldoende stevig in mijn schoenen te krijgen om de werkelijke traumatherapie ook echt aan te kunnen. En er werd een plan gemaakt zodat ik het fysiek zou kunnen bolwerken. Het was even slikken maar ik tekende toch graag, vol vertrouwen dat de behandeling me uiteindelijk veel zou gaan brengen.

We zijn tot vier sessies gekomen waarin ik snel en veel vooruitgang boekte. Daarna had ze vakantie en toen ze terug kwam, deed ze een mededeling waardoor de grond onder mijn voeten verdween. De onderhandelingen met zorgverzekeraars en gemeenten waren gestart. Zorgverzekeraars gaan minder vergoeden om langdurige behandelingen af te bouwen, gemeenten durven amper jeugdzorg in te kopen. Gevolg: de instelling was druk aan het bezuinigen geslagen en mijn behandelaar was in haar vakantie ontslagen. Ze had nog een maand opzegtermijn en dan zat ik in feite zonder hulp. Om het nog erger te maken was het onduidelijk of er vervanging zou komen, de kans was zeer wel aanwezig dat de hele locatie Roosendaal opgeheven zou worden. Mijn behandelaar vertelde bezorgd dat dit flink zou toevoegen aan mijn trauma maar dat ze alles zou doen om een oplossing voor me te vinden. Ik geloofde niet dat ze dat zou kunnen in een wereld waar geld en de cashende zorgverzekeraar regeert.

Zij heeft echter geen post traumatische stress stoornis en kwam wel degelijk met een oplossing. Ze had contact gehad met een andere, onbekende praktijk met veel ervaring met trauma en deze bereid gevonden mijn diagnose over te nemen en mijn behandeling voort te zetten. Als ik het tenminste aandurfde dan. Dat durfde ik helemaal niet aan maar goed, ik zag wel in dat het rationeel gezien een degelijke oplossing was vanuit een psycholoog die nou eenmaal niet kan toveren. Er zou bovendien begeleiding blijven tot mijn dossier helemaal overgedragen was en ik het gevoel had bij de nieuwe instelling verder te kunnen. Ik stemde dus toe en afgelopen oktober werd de molen aan verwijzingen en vragenlijsten voor de derde maal dit jaar in gang gezet.

Aanvankelijk leek het ook hier mis te gaan. Mijn diagnose werd helemaal niet overgenomen, ik werd van hot naar het geschoven en beloftes en toezeggingen werden voortdurend gebroken. Een hoofdbehandelaar, die ik niet eens had gesproken, besloot bovendien te willen onderzoeken of ik niet toch een persoonlijkheidsstoornis zou hebben. Een term waarbij al mijn alarmbellen af gaan inmiddels. Uiteindelijk vonden vier gesprekken en een fikse mailwisseling plaats, gaf ik antwoord op bijna vijfhonderd vragen en zag mijzelf voor eeuwig verstrikt in een verlengde intake. Op het moment dat ik compleet gesloopt het bijltje erbij neer wilde smijten, wilde de hoofdbehandelaar zelf in gesprek. Er volgde een goed, informatief en verhelderend overleg en ik kreeg bovendien oprecht klinkende excuses voor alles wat mis was gegaan. Op zich al een geheel nieuwe ervaring voor mij, blijkbaar kunnen problemen in de zorg soms werkelijk opgelost worden. Er was verder geen persoonlijkheidsstoornis of – problematiek gevonden en ik zal de eerder ingezette behandeling opnieuw kunnen gaan starten. Blijkbaar heb ik ergens dit jaar wel enige vooruitgang geboekt, onzeker en angstig heb ik toch durven besluiten hen de kans te geven mij te helpen.

En daar ben ik nu. De diagnose complexe post traumatische stress stoornis is aangepast in een chronische post traumatische stress stoornis. Men denkt dat ik zeventig tot tachtig procent verbetering zal kunnen bereiken, de rest zal ik mee moeten leren omgaan. Zover zijn we nog lang niet. Ik ga opnieuw starten met stabiliseren om verderop in de behandeling de traumatherapie aan te kunnen, ben opnieuw ingepland voor een jaar en ben opnieuw gewaarschuwd dat het loodzwaar zal zijn. Hoewel ik de vier sessies bij de vorige instelling veel inzichten heb opgedaan, is het een druppel op een gloeiende plaat. Na alle dramatiek die er op gevolgd is, ben ik er in bepaalde opzichten dan ook slechter aan toe dan begin dit jaar.

Het is niet anders, dat kan nu eenmaal niet meer terug. Ik ben in elk geval trots op mijzelf dat ik het aan heb gedurfd hulp te blijven zoeken bij mensen die voor mij voelen als ‘de vijand’. Dat ik het aan heb gekund open te blijven staan voor mogelijke oplossingen op momenten dat ik de hele hulpverlening al lang niet meer zag zitten. En bezit terug de goede hoop dat ik volgend jaar kerst wel zal zijn waar ik kerst dit jaar al had willen wezen.

Comments (7)



Het verschil van de diagnose

Vanuit mijn omgeving dichtbij als virtueel merk ik dat veel mensen het idee hebben dat ik niet alleen een diagnose van een spierziekte heb gekregen maar tegelijkertijd verschrikkelijk achteruit gegaan zou zijn. Tijd voor wat opheldering.

Als ik zeg dat de diagnose HMSN – een erfelijke spierziekte – 34 jaar te laat is gesteld, maak ik geen grapje en zeker geen overdrijving. Vierendertig jaar geleden had ik reeds alle tekenen van deze ziekte. Er was al pijn bij lopen en staan en gevoeligheid aan de voeten, ik liep al ‘vreemd’ en ‘onhandig’, ik had een slechte motoriek, heb nooit goed kunnen fietsen, huppelen of hinkelen en al helemaal niet kunnen steppen, keek altijd naar de grond omdat ik anders voortdurend viel, viel desondanks nog altijd erg vaak en belangrijker waren mijn achillespezen super te kort en mijn voeten al vergroeid. In mijn tienerjaren had ik reeds moeite met schrijven en moest ik ontslag nemen van mijn eerste bijbaan in een kledingwinkel, simpelweg omdat ik het staan niet volhield. Na mijn twintigste zijn de signalen en tekenen alleen maar meer opgestapeld. Er is een periode geweest dat ik nog geen acht uur per dag wakker wist te blijven. Enkele jaren dat ik dagelijks minuten tot uren met een totaal wegvallen van evenwicht ergens op de grond doorbracht, van in huis tot midden op straat. En als ik toch zo openhartig bezig ben, ontelbare nachten heb ik huilend met pijnstillers onder de douche gezeten met de fantasie dat mijn onderbenen geamputeerd zouden kunnen worden.

Dat ik nu revalidatie, een activiteitendieet, verschillende hulpmiddelen, zware pijnstillers en een rolstoel heb gekregen, is niet omdat ik dat nu nodig heb vanwege achteruitgang. Ik kreeg ze simpelweg niet eerder omdat er geen diagnose was en krijg ze nu wel omdat er nu wel een diagnose is. Kreeg ze niet eerder omdat ik nooit serieus genomen ben en nu door de diagnose wel serieus genomen wordt. Want pas als geleerde dames en heren het vaststellen, dan pas is het waar

Overigens ben ik deze geleerde dames en heren eeuwig dankbaar dat zij me wel hoorden en zagen, mij wel hebben bekeken en dit jaar ontzettend veel voor me hebben betekend. Zij bieden regelmatig verontschuldigingen aan dat een diagnose zoveel verschil maakt voor het kunnen krijgen van enige hulp. Het sarcasme is gericht op de wereld vóór dit jaar waarbij met name artsen het me onnodig doch knap moeilijk hebben gemaakt. 

 

Comments (16)



Edith gelooft in sprookjes?

Gisteren hoorde ik demissionair minister Schippers geprikkeld, bijna boos een nogal vreemd verhaal op tafel gooien over de thuiszorg. Zo zouden mensen die een werkster kunnen betalen deze de deur uit doen om misbruik te maken van gesubsidieerde thuiszorg en kunnen volgens haar familieleden en vrienden ook best een handje mee poetsen. Schippers denkt 1,1 miljard euro per jaar te kunnen bezuinigen op alleen al deze thuiszorg, die volgens haar eigenlijk geen zorg zou mogen heten omdat ‘het poetsen is’. Zelfs Henk en Ingrid moeten toch gevoelig zijn voor een harde aanpak van al deze parasiterende, dure chronisch zieken en ouderen!

Ik weet niet hoe het in uw gemeente is, maar de gemeente Roosendaal beweert dit:

U krijgt hulp, ondersteuning of voorzieningen vanuit de Wmo wanneer u dagelijks terugkerende activiteiten niet meer kunt, u gebonden bent aan huis en u weinig of geen contact heeft met andere mensen. Een van de voorwaarden is dat u eerst zelf op zoek moet naar passende oplossingen. Bijvoorbeeld door familieleden en vrienden om hulp te vragen. U kunt ook gebruik maken van een gemaksdienst zoals een boodschappenservice, klussendienst of maaltijdservice. En met een verhoogd toilet, wandbeugels en een thermostaatkraan kunt u nog jaren lang veilig in uw eigen huis wonen. 

De kosten voor deze diensten komen wel voor uw eigen rekening. ”

Kunt u bewijzen dat u werkelijk moederziel alleen op de wereld bent, de buren u ook niet moeten en de AH geen boodschappen levert in uw postcode gebied en overweegt men u zowaar een indicatie voor thuiszorg te verstrekken, komen de financiën in beeld. Met snel oplopende eigen bijdragen die maken dat u beter een student met langstudeerboete van straat kan plukken om wat te poetsen dan een medewerker van de thuiszorg over de vloer te laten komen, kan ik mij niet voorstellen dat mensen überhaupt de kans krijgen de betaalde werkster de deur uit te doen, zouden zij dat al willen.

Maar ja, de Olympische Spelen in Nederland moeten ergens van betaald worden nietwaar …

 

Comments (6)



De beperkingen van 113Online

“Kan online lotgenotencontact helpen bij de verwerking van het verlies van een naaste door zelfmoord? Dat is de belangrijkste vraag van het Trimbos-instituut bij het onderzoek naar het 113Online forum voor nabestaanden van zelfmoord.” (bron)

Hoewel mijn antwoord op de vraag ‘ja’ zou zijn, denk ik inmiddels bij het 113Online forum: ‘nee’.

Een van de dingen die ik leerde bij traumaverwerking was het kinderlijk simpele maar toch zo moeilijke: praat! Ondertussen had ik al iets gelezen over 113Online en besloot er een kijkje te nemen. Wat te lezen. Me te registreren. En na enkele weken een topic te openen over het gebrek aan eerste opvang, in de hoop ervaringen van anderen te krijgen en me misschien wat minder eenzaam in mijn woede en verdriet te voelen. Mijn tweede reactie ontving ik meteen een privé bericht van een van de moderators. Niet om me welkom te heten. Ook niet om me sterkte te wensen. Maar omdat men een beetje gestruikeld was over de volgende woorden:

Persoonlijk vond ik het onbegrijpelijk en behoorlijk verwerpelijk dat slachtofferhulp NL niet weggelegd is voor mensen die een suïcide van dichtbij meemaken. Weet nog dat de televisiekijker die had gezien hoe een mijnheer op koninginnendag tegen de Naald reed en van slag was geraakt van de televisiebeelden, opgeroepen werden vooral slachtofferhulp te bellen. Kon de tv wel uit het raam gooien toen ik die mededeling zag. Ook als je fiets voor de deur gejat is, krijg je slachtofferhulp geboden. Maar wij stonden midden in de nacht zonder een greintje informatie op straat en konden de volgende dag vier liter bloed van mijn vader opdweilen, messen weggooien en moesten maar zien hoe we alles gingen regelen.”

Vriendelijk werd me verzocht de laatste zin te verwijderen. De reden: het zou te zwaar zijn voor andere nabestaanden om te lezen ‘in een situatie waar zij er niet met anderen over kunnen praten’. De moderator meende bovendien dat het ook voor mij veel beter zou werken als ik mijn gevoelens zou delen met een hulpverlener, achter gesloten deuren.

Ik moet zeggen dat ik vooral verbijsterd was van dit bericht. Ik zat toch zeker niet op een forum over theekopjes en punniken? En had 113Online zich niet met name tot doel gesteld alles rond zelfdoding bespreekbaar te maken, het taboe te doorbreken? En werkelijk, een forum wat mensen geen mogelijkheid biedt te praten?

Rap heb ik dit – maar dan beleefder – terug gekaatst. Het zou meegenomen worden in de eerst volgende vergadering. En inmiddels is er over vergaderd. De uitkomst: de methode van zelfdoding mag vermeld worden, maar zij willen een grens stellen aan ‘details die door nabestaanden als schokkend kunnen worden ervaren’. Elk geval zal daar individueel op beoordeeld worden, vanzelfsprekend niet door de nabestaanden op het forum maar door de moderators. Verder werd me wollig en vaag duidelijk gemaakt dat opruimen van bloed een schokkend detail is wat niet verteld mag (en uiteraard kon ik wel achter gesloten deuren een hulpverlener raadplegen).

Denk dat niemand in die vergadering zich afgevraagd heeft wat de methode van zelfdoding geweest is, als je daarna veel bloed op hebt moeten ruimen. Ben er van overtuigd dat het absoluut niet gewaardeerd zou worden als ik de gewraakte zin weg zou halen om te vervangen met de methode die mijn vader gebruikt heeft. Het is immers klip en klaar, er mag over zelfdoding gepraat worden als men er maar niet over vertelt. Geheel in lijn met het heersende taboe dat over zelfdoding niet gepraat mag worden. Iets wat 113Online op deze manier nooit zal doorbreken.

Voor nabestaanden van zelfdoding die behoefte hebben aan online lotgenoten contact, is er Werkgroep Verder met onder andere een uitgebreid (en besloten) forum voor nabestaanden. Hoewel het een organisatie in België is, worden Nederlanders er met open armen ontvangen. Daar is het mogelijk om over werkelijk alles te praten in een erg prettige, veilige sfeer.

Comments (5)



Er wordt aan gewerkt

Ergens in 2010 besloot ik dat ik maar eens gelukkig moest worden. Dat klinkt heel positief.  Maar zo was het eigenlijk niet. Eigenlijk was ik zo ontzettend bang dat ik letterlijk dood zou gaan aan stress, angst en verdriet – ik had mijn tweede hartaanval immers al achter de kiezen – dat ik meende elke nare, moeilijke, angstige of afschuwelijke gebeurtenis zo ver en hard mogelijk van me af moest gooien. De dood van mijn moeder, de overlijdens van andere familieleden, het verlies van gezondheid, de wetenschap dat het verlies van gezondheid niet nodig was geweest maar simpel te voorkomen als artsen me het geringste beetje serieus hadden genomen, afgekeurd raken voor de WAO, verlies van vriendschappen, medische behandelingen, jaren van financieel verdrinken en vooral, vooral de zeven moeilijke jaren met en voor mijn vader, zijn zelfverkozen dood 4 januari 2009 en alle hufters in de wereld die deze afschuwelijke gebeurtenis vermenigvuldigden met 100 keer erger. Het moest weg. Weg uit mijn gedachtes. Er niet meer aan denken zou de weg naar emotionele genezing zijn.

Korte tijd heb ik werkelijk geloofd dat het werkte. Natuurlijk had ik het nog wel eens over gebeurtenissen maar dan ook alleen dat, de gebeurtenissen. Alsof het eigenlijk niet over mij ging, gezien in een film die alleen toevallig raakvlakken had met mijn eigen leven, ontdaan van alle gevoelens die ik wellicht had en zelf toch al niet meer kon vinden. Proberend de vertelsels te eindigen met een glas halfvol, ongeacht of ik alleen opgedroogde watervlekken en stof zag. Goed, ik had wel woedeaanvallen en huilbuien, periodes van allesoverheersende somberheid, dagen waarvan ik niet wist hoe ik die door moest komen en ik sloot me steeds meer af van de buitenwereld. Maar allee, dat zag vast niemand en als ik mezelf maar bleef vertellen dat het echt wel goed ging en dat ik toch maar lekker gelukkig zat te worden, dan zou ik het vast ooit wel worden. Wat zeg ik, ik was er al bijna!

Enfin. U wist het wellicht al. Ik weet het nu in elk geval. Zo werkt het niet. Alles wat wordt verstopt, wordt ook weer gevonden.Dus nu in 2011 besluit ik opnieuw dat ik maar eens gelukkig moet worden. Alleen dan op een gezondere manier dan voorheen. Met oog voor mijzelf en een beetje hulp.

Mocht het hier wat stilletjes zijn, weet u waar ik mee bezig ben. Met mij.

Comments (10)



Herinnering aan Opa Buiswater

Opa Buiswater leerde ik kennen als sociaal bewogen, politiek geëngageerde, sympathieke weblogger met veel humor. Later mocht ik ervaren dat zijn betrokkenheid niet alleen bij woorden op het internet bleef. In de moeilijkste periode van mijn leven op een moment dat ik het allemaal niet meer wist, stapte hij even mijn leven binnen en hielp mij en mijn familie op weg. Een weg die ons enorm veel gebracht heeft, praktisch maar nog veel meer emotioneel. Zo werd een anonieme weblogger iemand die een plekje in mijn hart veroverde.

Acht maanden geleden verscheen een afscheid op zijn log. Hoe hij het deed, deed hij het: hij vertelde dat hij kanker had en zou overlijden maar wist er nog een leuk, bijna grappig log van te breien. Ik las het pas enkele maanden later en al kenden we elkaar feitelijk nog steeds niet goed, kon ik wel janken. Wist niet eens of hij nog wel leefde. Tegen alle ongeschreven regels van de jolige sfeer in, gaf ik mijn eerlijke reactie in de hoop dat hij het nog zou kunnen lezen.

Gelukkig was hij er nog, stuurde hij daarna af en toe nog een teken van leven en bleek hij zich relatief goed te voelen. In december ontving ik nog een leuke mail en was hij – dus ik ook – overtuigd dat hij een paar fijne maanden aan zijn leven kon plakken. Dat heeft helaas niet zo lang verder mogen duren. Vanavond las ik de In memoriam Opa Buiswater. Hij is 29 januari jongstleden op 58 jarige leeftijd overleden.

Ja Opa, dat had jij een stuk leuker beschreven. Maar je weet, ik ben nu eenmaal niet zo goed met de dood. Rust zacht lieverd of wie weet, geniet je nu ergens anders...

Comments (4)



Ze bestaan nog, redders in nood!

De auto die langzaam langs me reed viel me wel op, maar toch niet echt. De man die uitstapte en wat raar naar me keek, maakte me ongemakkelijk maar hield ik niet echt goed in de gaten. Pas toen ik aan het eind van een fietspad merkte dat de man achter me aan was komen lopen omdat ik zijn adem in mijn nek voelde, ging er een alarmbel af. Terwijl ik me afvraag of ik spoken zie, besluit ik stil te gaan staan om hem te laten passeren, zodat ik meer overzicht op de situatie kan krijgen. Hij passeert ook wel maar vreemd, alsof hij treuzelt en in mijn buurt probeert te blijven. Ondertussen zie ik in mijn ooghoek een enorme gezinswagen stoppen met een wat ouder stel. De vrouw roept me vanaf de passagiersstoel naar het raam, alsof ze me kent. Eigenlijk twijfel ik om er op af te stappen, ik ken haar helemaal niet, wat een rare vrouw. De man loopt echter weer mijn richting op dus ga ik naar de auto om te kijken waarom ze roept.

Denkend dat ze de weg wil vragen hoor ik haar plots fluisteren ‘ken je die man?’. Dom verwonder ik me over haar rare vraag terwijl ik mijn hoofd ‘nee’ schud. Plots zegt ze dat ik meteen in moet stappen. Vraagt ze waar ik woon. Zegt ze dat ze me veilig thuis gaan brengen. Dat ik gevolgd wordt. Even schiet door mijn hoofd dat dit een raar stel is wat me wil ontvoeren en weet ik niet wat ik moet doen. Ze blijft haar woorden herhalen terwijl ik besluiteloos en paniekerig om me heen kijk. Dan zie ik dat de man een klein stukje verderop in de schaduw is blijven staan. Dat hij strak naar me staat te staren. Is dat bovendien niet dezelfde auto die ineens aan het einde van de straat staat te wachten? Het dringt tot me door dat ze gelijk heeft. Dat dit niet kosjer is. En dat dit het meest geweldige stel in de wereld is die me alleen liefdevol veilig thuis willen krijgen. Dat ik gewoon in moet stappen en wel meteen!

In de auto vertelt het stel dat de donkere auto me een straat lang gevolgd heeft. Dat ze dat niet vertrouwden en me ook waren gaan volgen om het in de gaten te houden. Toen ik in de buurt van een fietspad kwam waar de auto niet verder kon, is de auto langs me heen gereden en stapte er een man uit, die me te voet verder volgde. Ze zagen dat de auto wegreed om een straat verderop weer te voorschijn te komen en daar te gaan staan wachten. Op dat moment besloten ze voor de zekerheid in te grijpen. Door te doen alsof ze me kende hoopte ze de man weg te jagen en toen dat niet hielp besloten ze dat ik in moest stappen zodat ze me thuis konden brengen. Ze zijn zelfs met me omgereden om de indruk te geven dat ik met hun mee ging naar ver weg, zodat de mannen niet zouden zien waar mijn huis woont. En hebben voor de deur gewacht tot ik veilig binnen was.

Gelukkig bestaan ze nog, lieve mensen die zich bekommeren om anderen en de wereld een klein stukje veiliger maken. In elk geval mijn wereld!

Comments (14)



Bij het GGZ is iedereen getikt

Kort en bondig – zoals ze had gevraagd – legde ik uit dat mijn tante ons half drie ‘s nachts gebeld had om te vertellen dat mijn vader dood was, dat ze dacht dat hij het zelf gedaan had en dat we moesten komen. Dat we door een sneeuwstorm daarheen gereden zijn en vervolgens in een griezelig leeg huis aankwamen, omdat de politie ons compleet vergeten was. Iedereen was vertrokken zonder ook maar een kaartje achter te laten. We door het bloed op de vloer en de messen op tafel er achter kwamen hoe mijn vader zelfmoord had gepleegd. En dat ik nog steeds boosheid jegens de politie voel daarom. Waarop ze tot mijn afgrijzen zei: “Ik begrijp het niet helemaal. U ging spontaan naar uw vader zonder dat hij dat wist maar hij bleek niet thuis te zijn. Dat neemt u hem vreemd genoeg kwalijk. Waar was uw vader heen gegaan dan?”

Nee, dit was niet de vraag van een ongeïnteresseerde dementerende bejaarde na het tiende biertje op happy hour van het plaatselijke buurthuis. Dit was een van de vragen die me gesteld werd op het intake gesprek van het GGZ, de Geestelijke Gezondheidszorg. Een intake gesprek omdat ik een beetje hulp had gevraagd bij rouwverwerking na zelfdoding. Een intakegesprek waarbij van te voren duidelijk was gemaakt dat er een uur voor zou staan en geen minuut langer. Een uur waarin ik moest vertellen over de gebeurtenissen dit jaar, de gebeurtenissen de jaren er voor, over mijn vroege jeugd, mijn pubertijd, mijn volwassen leven, mijn ziektes en beperkingen, mijn karakter, mijn vrienden, mijn gevoelens, mijn leefgewoontes en mijn gedrag. Kort en bondig, de ene vraag na de andere beantwoorden. Slopend.

Daarbij bleek ook dat eerdere dossiers nog altijd niet gecorrigeerd zijn. Ze geloofde bijvoorbeeld niet dat ik echt geen alcohol drink. Vroeg vervolgens verbolgen wanneer ik dan definitief gestopt was met drinken en hoe ik dat gedaan had. Voor de lezer die mij niet zo goed kent, ik heb al vanaf mijn negentiende een alcoholintolerantie.

Was ik hierover al zwaar teleurgesteld, gedesillusioneerd en ontmoedigd, het advies wat uit de intake voorkwam, was zo mogelijk nog wonderlijker. Een team van zeven ‘deskundigen’ had zich over mij gebogen en kwam tot de conclusie dat ik niet alleen last moest hebben van traumatische stress kenmerken maar ook flink neig naar een persoonlijkheidsstoornis: namelijk borderline. Nee niet ADHD, borderline dus. Daar was met gesprekken geen beginnen aan, het voorstel werd dan ook dagbehandeling. Wat dat inhoudt kon ze niet vertellen, dat wist ze niet. Maar dat dat waarlijk het beste voor me is, dat stond echt als een paal boven water(?!).

Enfin, mijn omgeving en google wisten het wel. Dagbehandeling is de laatste stap voor opname, bedoeld voor mensen die amper tot niet meer zelfstandig kunnen functioneren door psychische problemen. En daar stopte mijn open houding, mijn positieve instelling en mijn ‘ik-zal-eens-niet-weerbarstig-reageren-maar-het-over-me-heen-laten-komen’ acuut. Want ik mag het emotioneel echt heel moeilijk hebben met de dood van mijn vader, ik functioneer toch prima dunkt me. Met hulp van mijn man, familie en enkele goede vrienden heb ik klachtenprocedures doorlopen, de nalatenschap inclusief verkoop van mijn vaders huis al in oktober afgehandeld, volg ik een intensieve medische behandeling en onlangs zijn we getrouwd.

Maar goed, zeven deskundigen hebben besloten. Dus de voorgestelde behandeling afzeggen en normaal gesprekken aanvragen, dát kon natuurlijk niet zomaar. Aanstaande maandag gaan we het even gezellig opnieuw bespreken. Dat wil zeggen, ik ga alleen bespreken dat ze goedschiks of kwaadschiks mijn dossier door de papierversnipperaar gaat halen.

De rest mag ze houden. Voor zulke hulp heb je niet eens problemen nodig…

 

Comments (12)



Powered by WordPress & theme based on Lovecraft