Ergens rond mijn veertiende keek ik op een middag mijn vader aan en zei “maar jij bent óók gewoon een kapitalist geworden”. Waarom ik het zei, herinner ik me niet goed meer. Waarschijnlijk stoorde ik me weer eens aan ouderlijk gezeur over generatie niks of x of noppes en hoe ik een voorbeeld moest nemen aan zijn hippie generatie van bloemenkinders en protestzangers (op de drugs na dan). Niet dat hij zo veel predikte overigens, ik was gewoon een opstandige puber die alles beter wist. Het raakte hem in elk geval duidelijk in hippie hart- en nieren en het is een van de zeer zeldzame momenten geweest dat we slaande ruzie kregen.

Een slordige twintig jaar later kwam hij ineens terug op dat incident van toen. Biechtte op dat hij alleen maar boos was geworden omdat hij wist dat er een kern van waarheid in mijn woorden zat. Dat alleen niet had willen toegeven aan zichzelf, laat staan aan zijn eigenwijze puber. Waarmee hij in mijn ogen stiekem mijn ongelijk van destijds bewees.

Moest er aan denken toen ik vanavond honderden kapitalistisch geworden babyboomers de woorden:

… Maar liever dat nog,
dan het bord voor zijn kop,
van de zakenman,
want daar wordt hij alleen maar slechter van …

van Boudewijn de Groot hoorde zingen.

Jimmy (de eenzame fietser). Mooi nummer.