Leren voelen

Het volgende kan ik vertellen omdat het mentaal erg goed met me gaat en ik al ver ben gekomen in traumatherapie.

Menigeen dacht dat ik emoties niet durfde te voelen, laat staan te delen omdat de maatschappij er weinig op ingericht is. Men verwacht vrolijkheid en eeuwige positiviteit. Zaken als rouw, verwerken van verdriet, het hebben van pijn,  het mag allemaal bestaan maar wel graag in de eigen vrije tijd. Liefst achter gesloten deuren. Zolang niemand er last van heeft. Weer anderen waren in de veronderstelling dat ik liever niet wilde voelen en daarom logischerwijs mijn emoties vaker het raam uit gooide dan wat anders. Als de wereld om je heen regelmatig instort, wil je dat liever niet al te intens ervaren en voelen.

Hoewel beiden gedachten zeker een flinke kern van waarheid bevatten, is dat in aanvang niet de reden waarom ik zoveel moeite had met mijn emotionele leven. Waarom ik uit ratio leefde en mijn emoties achterwege liet. Of waarom ik moeite had met hechten. Maar wacht, ik kan beter anders beginnen met vertellen …

Mijn moeder was tot in haar zwangerschap van mij elke dag van haar leven ernstig mishandeld. Ze zal geen flauw benul gehad hebben hoe een gezin eruit kon zien. Wat kinderen nodig hebben om veilig op te groeien. Hechten was iets wat ze simpelweg niet kon. Daarnaast had ze nogal wat psychische problemen aan haar jeugd overgehouden. Een gevoel van eigenwaarde is haar lang vreemd geweest, tot haar dood heeft ze het gevoel gehouden dat mensen eigenlijk niet van haar konden houden. Het mag een wonder heten dat mijn moeder kans heeft gezien de (ook) leuke, humorvolle en in wezen lieve vrouw te worden die ze was.

Zij wilde dan ook in geen enkel opzicht op haar moeder lijken en met mij alles beter doen dan het in haar eigen jeugd was verlopen. Hoewel ze het zeker beter heeft gedaan, had die planning tegelijkertijd geen schijn van kans. Zij kon niet hechten en dus leerde ik dat ook niet. Zij had zich nooit emotioneel kunnen ontwikkelen dus kon ze mij dat evengoed niet leren. Ze was nogal hard voor zichzelf en daardoor ook voor mij. Ongewild herhaalde ze allerlei uit haar eigen jeugd en erfde ik indirect haar post traumatische stress. Bovendien werden mijn jeugd, mijn omgeving, mijn kansen alsook mijn problemen altijd vergeleken met die van mijn moeder. Omdat mijn moeder was opgegroeid in de hel, was ik dus gedoemd om elk vergelijk te verliezen. Wat mij ook overkwam of waar ik ook mee worstelde, mijn moeder had het altijd x keer slechter gehad dan ik het ooit zou hebben. Pijn, verdriet, teleurstelling, verbolgenheid, boosheid, onzekerheid en meer mocht geen naam hebben in mijn leven.

En zo groeide ook ik – hoe onbedoeld ook – emotioneel verwaarloosd en mishandeld op. Herkennen van emoties, deze benoemen, er iets mee kunnen doen en wellicht delen met anderen heb ik gewoonweg nooit geleerd. Veel emoties mochten er ook niet zijn want janken heeft geen zin en mijn problemen en onzekerheden hadden in hun ogen geen bestaansrecht. Ik hield wel van mensen maar kon me tegelijkertijd niet goed hechten, nog iets wat ik nooit had meegekregen dus simpelweg niet kon. Mijn ratio vormde bovendien de sleutel in mijn coping strategieën en overlevingsmechanismen. Achteraf gezien liep mijn emotionele leven bezopen veel achter en restte mij niets anders dan het leven en alles erin te beredeneren. Je doet wat je kan tenslotte.

Daarnaast speelde een ander fenomeen. Als je onveilig opgroeit en mishandeld wordt, zal je doorgaans bewust dan wel onbewust proberen situaties voor te zijn. Je kan het vergelijken met checken waar de nooduitgang zit in een drukke, publieke ruimte. Je wil weten hoe je weg kan komen, mocht er iets mis gaan. Vaak proberen kinderen die mishandeld worden zo onzichtbaar mogelijk te geraken. Ik probeerde vooral zoveel mogelijk tekenen te zien dat een situatie kon omslaan of er ellende zou uitbreken. Daarbij lette ik op van alles, van een opgetrokken wenkbrauw tot een lichte versnelling in iemands ademhaling tot spullen die van hun plek af waren. Zelfs iemands kledingkeuze kan soms vertellen in welke stemming  betreffende persoon die dag is. Eigenlijk scande ik dus op sfeer en emotie. Onbewust, in de hoop ellende in eerste aanvang te herkennen en nog iets aan een aanstormende situatie te kunnen verhelpen.

Waarschijnlijk heeft het weinig verschil gemaakt – als kind kan je mishandeling niet tegenhouden – maar het leverde tot voor kort een absurde dubbelzijdigheid in mij op. Ik kon – soms tot in detail of zelfs bij wildvreemden – emoties van anderen herkennen en benoemen. Tegelijkertijd kon ik van mijn eigen emoties geen chocola maken. Daarnaast was ik behept met verstrekkende empathie voor alles en iedereen om mij heen, zogenoemde compassie voor de zelf ontbrak dan weer volledig in mij. Iets waar ik me tot traumatherapie nooit zo van bewust ben geweest overigens. De eerste keer dat me werd verteld dat ik de emotionele ontwikkeling van een klein kind had, was ik behoorlijk beledigd. Frappant was dat ik ter verdediging direct aanwees wat de emoties van mijn psycholoog op dat moment waren maar op de vraag hoe ik me voelde alleen in huilen uit kon barsten omdat ik het simpelweg niet wist. Alsof ik faalde voor een test waarvoor ik van mijzelf niet mocht falen.

Hoe zweefteverig het ook klinkt, heb ik in traumatherapie dus leren voelen. De emoties waren er heus wel maar omdat ik er niets mee kon, dissocieerde ik er van weg en stapte vol automatisch over op mijn ratio. Iets wat me als coping strategie had geholpen en ver had gebracht maar waar ik in het nu voornamelijk erg eenzaam en verward van werd. De reden ook dat ik nooit iets in mijn leven had verwerkt. Dat hadden mijn hersenen nooit geleerd.

Hoe ik heb geleerd te voelen, kan ik amper uitleggen. In elk geval met behulp van een psycholoog die ik regelmatig stiekem heb vervloekt. Elke sessie wees hij me op de momenten dat ik van emotie naar ratio vluchtte. Ontelbare keren pushte hij me niet te vertellen wat ik dacht maar hoe ik me voelde. Hielp me daarbij door uit te leggen om wat voor gevoelens het ging, hoe ze benoemd kunnen worden en dat ik ze mocht uiten. Er volgden sessies waar ik terug in mijn verleden werd gebracht, elk detail te herbeleven maar deze keer met de voortdurende vraag: hoe voel je je? Eerlijk, het eerste jaar voelde alsof ik steeds verder wegzakte in mijn nachtmerrie.

De omslag kwam toen ik vorig jaar enkele EMDR sessies kreeg van een tweede psycholoog. Niet alleen haalde dat de meest intense pijn, angst, woede en verdriet in me boven, het werd tevens los gekoppeld van de herinnering tot er (nagenoeg) geen spanning meer mee kwam. EMDR is een vorm van verwerken in sneltreinvaart en mijn hersenen sloegen er enorm op aan. Verbindingen die ik tot dan gemankeerd had, werden na vierenveertig jaar alsnog aangemaakt en het effect was verstrekkend.

U zal het wellicht (en hopelijk) vreemd in de oren klinken maar er is een wereld voor me open gegaan. Ik was altijd in de veronderstelling dat je voor verwerken iets actief moest doen en raakte geërgerd als mensen niet konden vertellen wát dan. Nu merk ik dat het geen activiteit is. Het is iets wat plaats vindt. In een post traumatische stress stoornis helpt delen, vertellen, huilen, schreeuwen of wat dan ook niets en daarom blijft het zich tot in de eeuwigheid herhalen. Inmiddels helpt het wel. Vertellen van mijn verhaal brengt me verder. Een huilbui lucht daadwerkelijk op. Uitspreken of uitschreeuwen haalt woede uit mijn systeem. Elke emotie kan iets mee gedaan worden en zorgt voor verandering, vooruitgang.

Ik vind het ook nog best moeilijk. Voelen is niet alles als er een hoop shit in je leven zit. Ergens ben ik erg blij dat ik voorheen niet intens voelde, ik zou niet weten hoe ik dan door mijn leven gekomen was maar het was niet best geweest. Vorig jaar vond er een traumatische gebeurtenis plaatst die ik intens voelde. Toen heb ik mijn psychologen nog wel eens verwenst omdat mijn oude coping mechanismen niet meer werkten maar ik nog niet zo uit de voeten kon met de heftige gevoelens die trauma met zich mee brengt. Als ik geprikkeld raak heb ik nog wel eens de neiging terug te vallen in mijn ratio, dat is iets waar ik me bewust van moet blijven. En ik moet nog best wennen aan mezelf. Ik ben emotioneler geworden, ben sneller geraakt en zit tegenwoordig wel eens een potje te grienen bij bijvoorbeeld televisiebeelden. Het kost moeite me er niet zwak mee te voelen, al weet ik dat emotioneel zijn niet per se een zwakte is.

Het moeilijkste is dat wat voorheen niet is verwerkt, alsnog aan bod komt. Ik ben in elk opzicht denkbaar enorm vooruit gegaan behalve op de as ‘verdriet’. Dat is tot in het extreme gaan pieken.  Dat is normaal, dat is zelfs erg logisch en goed maar makkelijk is heel anders. Vierendertig jaar tyfuszooi duurt wel even om doorheen te werken. Gelukkig is dat tijdelijk en daar kan ik me aan vast houden.

Denk asjeblieft niet dat ik hele dagen ongelukkig ben. Er zijn nog wel momenten van post traumatische stress maar vele malen minder heftig dan het twee jaar geleden was. En ik kan er inmiddels beter mee om gaan, ik verdrink er zelden nog in. Bovendien voelen betekent niet alleen voelen van verdriet. Het betekent voelen van alles, ook vrolijkheid, liefde of zin hebben in het leven.  Het verdriet hoort er nog wel even bij maar over het geheel voel ik me zoveel prettiger dan tot vorig jaar het geval.

Tot slot is het nog niet ‘af’. Ik krijg nog therapie, EMDR en gesprekken. Er zijn twee psychologen waar ik nog een tijdje op terug kan vallen. En in twee jaar heb ik al zo onvoorstelbaar veel bereikt. Dan te bedenken dat het alleen maar nog beter kan worden …

De boom ben ik

Op een wit bord tekende hij met zwarte stift een ietwat abstracte boom met veel wortels, nog meer takken en een soort van stipjesbrei die het idee van een boel bladeren weer moest geven.  Verder voegde hij een wolk, regen maar ook zon, een mensje, iets wat op een gieter moest lijken en schreef ‘externe factoren’ er naast.

Hij legde uit dat ik de boom ben. En dat ik – boom zijnde enzo – me al groeiende aangepast heb aan specifieke grond en extreme omstandigheden.  Dat heeft me door de jaren heen een sterke, stevige boom gemaakt die ondanks veel beschadigingen niet makkelijk om te krijgen is.

We willen de boom daar alleen niet meer hebben. Laten we zeggen dat we de boom – mij dus – fijnere, meer vruchtbare grond en zonnige, warme omstandigheden gunnen. Om dat te bereiken, dienen we haar te verplanten. De wortels van de boom zitten echter met honderden vertakkingen stevig in de grond vast. Wortels die je niet zomaar los kan rukken zonder de boom ernstige en wellicht onherstelbare schade toe te brengen. De takken en het bladerdak zijn bovendien te zwaar op het moment dat de wortels worden losgemaakt. Takken die je niet zomaar eraf kan trekken en scheuren,  daar moet met beleid een hoop in gesnoeid worden. Om de boom op een beheerste manier gereed te maken om te kunnen worden overgeplant, heeft ze – ik nog steeds – traumatherapie nodig.

In traumatherapie wordt de boom dus eigenlijk compleet gestript. Met beleid ontdaan van overtollige bladeren, takken voorzichtig kort gesnoeid en alle wortels een voor een los gewrikt. Kortom, de boom wordt tijdelijk zeer kwetsbaar gemaakt. Is de boom – jawel, nog steeds ik – volkomen kwetsbaar en onbeschermd geraakt, pas dan kan ik verplant worden in fijnere, meer vruchtbare grond. Vervolgens mag ik – of de boom, wat u wil – onder goede verzorging en zachte externe omstandigheden opnieuw opbloeien.

De eerste tijd traumatherapie zou ik me dus steeds ellendiger gaan voelen, dat was niet anders. Elke herinnering werd uit de vaste grond losgetrokken om opnieuw te bekijken en her te beleven. Samen met de opdracht nu te voelen hoe ik me toen voelde, te herkennen en te benoemen welke nare gevoelens er waren en me bovendien bewust te worden hoe ik me nu daarover voel. Daar kan ik heel veel over schrijven maar ik kan er ook vrij kort over zijn: volkomen, volkomen klote.

Vervolgens stond ik klaar om overgeplant te worden in fijnere grond en prettige omstandigheden. Dat gebeurde alleen (nog) niet.  De nieuwe grond bevat nog veel los zand met kiezels, de omstandigheden elders zijn onverhoopt en hopelijk tijdelijk weinig mild gebleken. Bovendien leek de tuinman – ook wel mijn psycholoog geheten – te vergeten dat ik als boom overgeplant zou worden. Hij liet zich weerhouden door enkele omstandigheden en weersinvloeden en raakte afgeleid door struikjes die even verderop waren door gekomen. Terwijl hij die struikjes probeerde te verzorgen, bleef de boom met kluit wankel en treurig op de kale stenen staan. Hopende dat er geen najaarsstorm uit zal breken om mij omver te blazen.

Gelukkig is het een zachte winter. De tuinman mag wel eens flink aan de slag gaan. Anders is de kluit straks ook nog flink uitgedroogd. En hoe moet ik dan nog aarden, laat staan in bloei geraken?

Gevoelens denken

“Je rationele deel is over-ontwikkeld, jouw emotionele kant is compleet achtergebleven. Daarbij heb je boven gemiddeld empathie voor ieder ander, alleen bezit je geen enkele empathie voor jouzelf.”

Tja, daar zat ik dan met mijn goede gedrag en een bek vol tanden. Want wat zegt dit nou eigenlijk? Ik heb heus wel emoties al zit ik beter in mijn gedachten. En ik zou toch wel empathie voor mezelf hebben, wie heeft dat nou niet? Hoewel het erg raak voelde, had ik gewoon geen idee wat ik hier mee aan moest. Ik ging er maar eens lang en hard over nadenken.

Een maand later stuurde mijn behandelaar een lijst op met ‘emoties’ en ‘pseudo emoties’. Gewoon, om eens naar te kijken. Ik las de lijst zorgvuldig door en schrok. Herkende ik pseudo emoties te over, bleek mijn woordenschat wat betreft werkelijke emoties zeer beperkt te zijn. Niet dat ik de woorden niet herkende, het waren alleen woorden waarvan ik de meeste nooit zou gebruiken om wat dan ook in mijzelf te omschrijven. Hoe vaak ik ze ook door nam en erover nadacht, het bleven platte woorden zonder voelbare betekenis.

Vol gedachten die niets opleverden en nog steeds niet wetende wat ik er mee aan moest, besprak ik het enkele weken later in de nieuwe praktijk waar ik inmiddels naartoe was verwezen. Daar werd het me iets meer duidelijk. Het is niet dat ik die emoties niet heb, ik heb alleen nooit geleerd ze te herkennen in mijzelf. Aangezien ik wel sterk emoties herken in anderen, kon ik daar wel iets mee. Kwestie van eens goed analyseren wat verschillende emoties inhouden, toepassen op mijzelf en dan zou ik die achterstand in ontwikkeling vast wel snel hebben weg gewerkt. Althans, dat dacht ik.

In februari kreeg ik eindelijk de behandelaar die landurig met me aan de slag zal gaan. Tegen het eind van het eerste gesprek gaf hij me aan elke sessie af te sluiten met de vraag “wat heb je gevoeld dit afgelopen uur, beschrijf je emoties eens”.

– stilte –

Shit, het was geen aankondiging voor later. Hij zat te wachten op een antwoord. Meteen, direct, kom er maar in! Ik moest iets zeggen. Nu! Maar wat? Wat was het antwoord op deze vraag?

Bij alles wat ik wilde zeggen, realiseerde ik me dat ik gedachten wilde gaan beschrijven. Geen emoties. Geen gevoelens. Alleen gedachten. Raadsels eigenlijk. Ik omschrijf wat me is overkomen en de ander kan/mag/moet mijn gevoelens erbij raden. Iets waarmee ik goed weg kom als het om schrijven gaat. Immers als er alleen tekst is, kan de lezer niet anders dan emoties destilleren uit woorden. Ik zag wel dat mijn behandelaar me daar niet mee weg zou laten komen.

Van hem wegkijkend mompelde ik ‘’wantrouwen”.  Voor ik me hevig kon verontschuldigen voor zo’n naar gevoel met impliciet een vervelende gedachte over hem, riep mijn behandelaar enthousiast dat het een goed begin was. Met rode stift schreef hij in grote rode letters op een spierwit bord zodat het woord door de kamer galmde. Mijn hart bonkte in mijn keel, ik kon mijn bloed horen ruizen in mijn oren en de kamer leek scheef te staan. “Noem er nog eens twee” hoorde ik hem zeggen, alsof het om iets simpels als een boodschappenlijstje ging. Het ging niet, echt niet. Ik kon alleen nog maar huilen.

Het gaf een verhelderend inzicht waar u misschien een beetje om moet lachen: Emotioneel ontwikkelen gaat nooit lukken door te lezen, te analyseren en na te denken. Het gaat alleen lukken door te voelen. Ik vond het verbijsterend dat ik dat niet eerder had bedacht. Er volgde een tweede en nog meer confronterend inzicht. Blijkbaar kan ik dat voelen niet al te best en wil ik het bewust en onbewust ook helemaal niet.

Langzaam ben ik nu aan het leren waarom ik het niet kan. En aan het voelen waarom ik het niet wil. Voorzichtige eerste stapjes op een vermoedelijk zeer lange, zware weg. Een berg op. Met lood in mijn schoenen. Ik kan u nog niet omschrijven hoe dat werkelijk voelt.

 

Geen verontschuldigingen, het is wat het is

Ja ik weet het, in den beginnen zat ik vol zelfspot, lachte regelmatig om mijn ziektes en blogde een hoop onzin met af en toe een wat meer serieus schrijfsel. En ja ik weet het, mensen hebben sinds een aantal jaren de indruk dat ik ‘wel erg negatief’ geworden ben. Dat het me steeds slechter vergaat. En dat ik op weg ben om zo ongelukkig mogelijk te stranden. Bewust, menen veel mensen in mijn omgeving. In Nederland vergissen mensen zich wel vaker dat geluk een keuze zou zijn. Het is al langer een reden om me te ontvrienden of me ronduit te bekritiseren voor problemen die ik mee draag. Vaak niet eens omdat ik er veel over vertel maar omdat mensen het merken. Het op mijn blog lezen. En me weinig gezellig vinden.

Meerdere malen  heb ik hiervoor mijn excuses aangeboden op mijn blog. Veel, veel vaker heb ik me verontschuldigd tegen vrienden, kennissen en zelfs vreemden. Sorry dat ik niet uitsluitend een vrolijke noot in ieders leven ben, ongeacht wat ik op mijn bord heb liggen. Nog meer sorry dat ik ‘raar’ ben geworden van alles wat ik heb mee gemaakt. Het spijt me verschrikkelijk dat ik niet alleen maar leuke verhalen te vertellen heb. En ik meende het iedere en elke keer. Ik voelde me serieus rot dat ik een stoorzender was voor anderen en me niet over mijn shit heen kon zetten.

Inmiddels is er een complexe post traumatische stress stoornis gesteld. En een van de eerste dingen die ik op mijn hart gedrukt kreeg, was dat ik niet raar, vreemd, verknipt of negatief ben. Dat ik niet extreem reageer op normale situaties maar volkomen normaal reageer op extreme situaties.

Daarnaast kreeg ik op mijn hart gedrukt dat ik nooit, nooit, nooit mijn excuses aan hoef te bieden. Niet voor het feit dat ik verscheidene trauma’s heb doorstaan en overleefd, alsook niet dat ik de gevolgen van trauma met me mee draag.

Ik geef eerlijk toe dat ik nog moet wennen aan deze insteek. Maar ze hebben natuurlijk gelijk.

Vandaar geen verontschuldiging deze keer maar een simpele update. Het komende jaar ga ik aan de slag met mezelf en traumatherapie. Dat houd mij bezig en dat zal stevig weerklinken in mijn weblog. Waarschijnlijk niet wat me exact is overkomen, er zit zelfs aan mijn openhartigheid een grens. Zie het als een kijkje in de wereld van iemand met een post traumatische stress stoornis die tegelijkertijd de wereld van mensen zonder post traumatische stress leert kennen.

En mensen die denken dat dat negatief is, dat is het niet. Soms moet een mens nu eenmaal diep gaan om vooruit te komen. Een positiever doel kan ik voor mijzelf niet bedenken.