Tag: Verdriet Page 2 of 3

Lieve papa

Zeven jaar heb je het volgehouden. Alleen maar omdat ik er was. Vertelde je me. Schreef je me. Las ik in het ene gedicht wat ik later heb gevonden, het enige dat je met niemand hebt gedeeld. Merkte ik aan je gedrag. Voelde ik in je bijzijn. Was altijd aanwezig in mijn gedachten. Zeven jaar lang leefde je alleen, omdat ik bestond. En omdat zij het had gezegd. “Je kan niet mee, je hebt een dochter”.

Je leefde omdat ik bestond en ongemerkt ben ik daarom gaan leven voor jou. Bouwde mijn leven rondom jou in de hoop dat het vanzelf anders zou worden. Dat je pogingen meer te vinden om voor te leven, zouden slagen. Het was geen ‘moeten’ en zeker niet iets wat je bewust wenste. Ik hield gewoon verschrikkelijk veel van je. Raakte erin verstrikt zonder nog een andere weg te zien. Misschien ongezond werden we hechter dan ooit. Twee zielen, een gedachte en toch nooit uitgepraat raken. 

Uiteindelijk is het je gezondheid geweest waardoor je geen kans hebt gezien een eigen leven terug op te bouwen. Steeds weer een ziekte erbij en daarmee meer pijn, meer beperkingen en minder kwaliteit van leven. Tot je zelfs onze telefoongesprekken waar we zo van genoten, bijna niet meer kon volhouden. Al liep je nog rond en reed zelfs nog auto, de dood hing voelbaar en onvermijdelijk om je heen.

Vandaag is het vijf jaar geleden dat je uit het leven stapte. Het is uitdrukkelijk wat je wilde. Achteraf voelde ik het in je laatste omhelzing. Hoorde het in je laatste woorden. Lees het in je laatste berichten die je voor me hebt achtergelaten. Ik zie het in je ogen op foto’s van de laatste kerst samen. Je koos bovendien voor een methode die geen ruimte laat voor twijfel. Het was geen schreeuw om hulp, je wilde alleen nog maar dood.

Godverdomme pap, ik mis je verschrikkelijk.

Comments (8)



De fanclub van neuroloog Jansen Steur in beeld en geluid

Vandaag was het nieuws gevuld met verontwaardiging uit de wereld van de neurologie, zorgverzekeraars en patiënten verenigingen over gisteren gedane uitspraken van neuroloog Rien Vermeulen, die de neuroloog from hell Jansen Steur wilde verdedigden. U weet wel, de neuroloog die in de grootste strafzaak in de Nederlandse medische geschiedenis 21 aanklachten tegen zich gesteld ziet en menig leven compleet heeft verwoest met ernstige verkeerde diagnoses en verkeerde behandelingen, tot mogelijk onnodige hersenoperaties aan toe. Hoewel ik blij ben dat het verhaal een flinke staart lijkt te gaan krijgen voor dhr. Vermeulen, was ik toch ook zwaar teleurgesteld. Teleurgesteld, omdat men vrijwel uitsluitend verbolgen lijkt te zijn over de uitspraken van dhr. Vermeulen dat ook hij wel eens andere diagnoses en hogere testscores heeft gebruikt bij aanvragen richting zorgverzekeraars om de patiënt te helpen medicatie of hulpmiddelen vergoed te krijgen.

Dat dhr. Vermeulen tegen alle verwoeste levens van patiënten in deze Jansen Steur verdedigd, zegt dat het allemaal wel mee valt, stelt een strafzaak absurd te vinden, meent dat deze neuroloog het niet kon helpen dat hij een verslaving had en hem bovendien betiteld als ‘steengoede neuroloog’, heb ik – vandaag althans – niemand over gehoord. Blijkbaar heeft opnieuw niemand oog voor de patiënt en gaat het voornamelijk om eventueel teveel betaalde centen.

Mij raakte het in elk geval als een mokerslag. Hoewel het bij mij gaat om te milde doch compleet verkeerde diagnoses, het nalaten van specifieke, voor de hand-liggende onderzoeken en een absurde, soms compleet onbeschofte desinteresse waardoor een vitamine B12 deficiëntie met neurologische schade en een erfelijke, progressieve, neurologische spierziekte mijn gehele leven tot mijn negenendertigste over het hoofd zijn gezien, herkende ik het type arts a la Vermeulen onmiddellijk. Het arrogante type wat meent dat artsen alles per definitie beter weten en fantastisch goed doen. Alles wat mis gaat is nooit hun schuld maar ligt altijd ter verantwoordelijkheid van anderen of ‘kan nu eenmaal gebeuren’. De dingen die hij opzettelijk verkeerd heeft gedaan, verhaalt hij relaxt over alsof het om een mooie kwajongensstreek gaat met o zo goede intenties. Die goede intenties breien in zijn ogen alles goed wat strafbaar krom is. De patiënt onzichtbaar in de schaduw van zijne geweldigheid.

Zulke mannen en vrouwen hebben mijn leven jarenlang verstierd op elk vlak denkbaar, stevige extra schade aan mijn gezondheid toegebracht en me achtergelaten met een fors trauma. Mag ik me gelukkig prijzen dat ik het kan navertellen.

Ik wil u wel bekennen dat ik bij de uitzending de ogen uit mijn kop heb zitten janken. Hoe moet dat zijn voor de gedupeerden van Jansen Steur wiens levens nog veel verder verknald zijn geraakt dan het mijne? Of de nabestaanden van de patiënten die het niet meer na kunnen vertellen?

Comments (3)



Lieve pap, ik mis je zo …

Toen ik vijf jaar oud was, kreeg ik griep precies op de koude decemberdag dat de Peppi en Kokki parade door onze straat zou rijden. Ik had me er de dagen ervoor zo op verheugd, dat mijn ouders besloten me gewoon heel, heel dik in te pakken. Tien minuutjes, voor de deur, dat moest kunnen. Mijn vader ging mee, op zijn schouders zou ik het goed kunnen zien. De parade was mooi en Peppi en Kokkie gooiden kleine, rode doosjes rozijntjes naar de kinderen. Mijn vader zette me vlug op de grond om er ook een te kunnen bemachtigen maar noch Peppi, noch Kokkie zagen me staan. Beverig en bleekjes lukte het ook niet er een van de grond te rapen en al snel had elk kind wel tien doosjes rozijntjes in de zakken gepropt en stond ik een beetje beteuterd rond te kijken. Dat kon mijn vader niet aanzien. Er viel een doosje vlakbij een kind maar voordat die kans zag het te pakken, dook mijn vader letterlijk naar voren en griste in zijn val het doosje voor de neus van het kind weg.  Alsof het de normaalste zaak van de wereld was, stond hij vervolgens nonchalant op, veegde zijn kleren schoon, beende naar mij terug en gaf me met een stralende lach een zoen en het rode doosje rozijntjes.

Het nadeel van vertellen over suïcide en de problemen die er aan vooraf zijn gegaan, is dat mensen een overwegend zwart en negatief beeld krijgen van diegene. Zo ook bij mijn vader. Of misschien zelfs juist bij mijn vader die een zelden voorkomende en voor de buitenwereld gruwelijke methode heeft gebruikt. De officier van justitie noemde hem een ‘ijskoude klootzak’ en er zijn meer mensen geweest die – zonder enige kennis van zaken – zulke negatieve oordelen hebben uitgesproken. Anderen die meer van zijn achtergrond wisten maar hem niet hadden gekend, hadden een weer een beeld van een oude, zieke man die na een depressief leven al aan de laatste jaren was begonnen.

Nu had mijn vader zeker een donkere kant. Zijn tekeningen, schilderijen en kunstwerken waren schitterend maar ook desolaat en een tikkeltje luguber. Zijn fascinatie voor de dood en de in zijn ogen zwarte kanten van het leven waren bijna altijd voelbaar als je naar zijn werk keek. Als hij in zich zelf voor zich uit zat te denken, voelde je het ook in hem. Het leven had hem veel pijn gedaan en die pijn kon hij op dat soort momenten niet helemaal verbergen. De reden waarom hij veel mensen altijd ietsje op een afstand hield, denk ik. Net als mijn moeder kon hij veel praten en niets vertellen. Schone schijn.

Maar hij had vele malen meer mooie en goede eigenschappen.  Mijn vader was hoogbegaafd, rationeel en behept met een zeer logisch denkvermogen. Zijn opinies en visies stonden als een huis en je moest met goede argumenten komen om hem daar vanaf te brengen. Niet te verwarren met star de hakken in het zand, hij luisterde wel naar de andere kant en stond er ook altijd voor open. We konden op alle tijden van de dag discussiëren, zelfs over onderwerpen waar we het meteen al roerend over eens waren. Zijn interesses lagen te breed om op te noemen dus was er altijd wel iets om over te kletsen of gezamenlijk af te serveren. Wel was hij wat eigenwijs hoewel hij dat zelf liever benoemde als het beter weten. Vervelend genoeg wist hij het vaak ook beter.

Het nam met zich mee dat hij zeer gedisciplineerd en nog beter georganiseerd was. Bij hem bleef de was niet twee uur in de wasmachine nadat de wasmachine klaar was en zelfs zijn schroefjes en spijkers waren netjes gesorteerd opgeborgen. Ik vond het altijd wat obsessief eigenlijk. Maar ik moet toegeven dat als ik kwam logeren, het na een dag al leek alsof mijn rugzak ontploft was. Een van de weinige dingen waarin we niet op elkaar leken.

Ondanks deze rechtlijnigheid was hij tegelijkertijd creatief en zeer gepassioneerd in alles wat hij deed. Maken van mooie dingen maar ook iets rustigers als lezen van een boek of luisteren van muziek, hij gooide zich er compleet in. De donkere kant van zijn karakter viel weinigen op, hij was overwegend een vrolijke, charmante man met een aanstekelijke lach. Veel vrouwen vielen als een blok voor hem en er waren weinig mensen waar hij niet mee overweg kon. Hij stond bekend als fijne baas omdat hij zich mateloos verstrekkend kon inzetten voor werknemers waar hij tevreden mee was, soms zelfs ten koste van zijn eigen carriere. Hij had wel een groot rechtvaardigheidsgevoel en al duurde het lang voor je echt iets verkeerd bij hem deed, eenmaal verbruid bleef dat zo. Hoewel hij meende dat het leven absoluut niet maakbaar is, leek hij alles te kunnen of kunnen leren als hij er zijn zinnen op had gezet. Van mijn moeder maar nog meer mijn vader heb ik geleerd altijd op mijzelf te vertrouwen en nooit mijn mogelijkheden te onderschatten.

Het meest gepassioneerd was hij over de mensen die hem lief waren. Zijn inner circle was klein maar zat je er in opgenomen, ging hij voor je door het vuur. Hij hield van mensen met zijn ziel en zaligheid en al zei hij dat niet vaak, was de liefde zo voelbaar. Over zijn lijk zouden dierbaren iets overkomen.

Zijn overweldigende liefde en overmatige intelligentie sierden hem maar zijn hem uiteindelijk ook fataal geworden denk ik. Hij hield verschrikkelijk veel van mijn moeder, eigenlijk waren zij samen een. Toen zij 10 februari 2002 op 47 jarige leeftijd in onze armen overleed, ging hij voor mijn ogen compleet kapot. Voor mij probeerde hij uiteindelijk toch een manier te vinden om alleen verder te gaan, maar eigenlijk heeft hij nooit zonder haar verder willen leven. Hij miste haar in alle facetten van het leven zo verschrikkelijk intens.

Misschien was het nog anders gegaan als hij niet zo verschrikkelijk ziek was geworden en beperkt was geraakt. Hij heeft de kans niet gekregen ook maar te proberen het leven weer op te pakken. In een lichaam vol pijn wat weigerde te functioneren, veranderde zijn intellect van een zegen tot een hel. Fysiek steeds weer een stapje achteruit tot hij zo beperkt was dat hij niet alleen opgesloten zat tussen de muren van zijn huis maar meer nog opgesloten raakte in zijn eigen brein. Op zesenvijftig jarige leeftijd, toen hij zelfs niet echt meer uit de voeten kon met zijn vele gedachten, was er voor hem geen kwaliteit van leven meer over.

Lieve, lieve pap. Zondag vier januari 2009 om kwart over elf ’s avonds ben je eruit gestapt. Ik weet het, ik weet het … het was tijd. Jij had geen moeite met de dood maar ik heb zoveel moeite met de jouwe. Ik hou ontzettend veel van je. En mis je zo verschrikkelijk … 

 

Comments (11)



E(motioneel) M(af) G(edoe)

Vorige week kreeg ik voor een tweede maal in korte tijd een EMG (elektromyogram). Wat neerkwam op veertig minuten in een benauwd washok zonder afleiding – behalve mijn man gelukkig – met benen en armen in een waterbak wachten tot alle lichaamsdelen netjes 37 graden warm waren om me vervolgens een kleine anderhalf uur te laten martelen door middel van stroomstootjes, aanprikken van spieren en dichtdrukken van een geraakt bloedvat onder het mom ‘wie gebruikt er tegenwoordig nog pleisters’.

Pijnlijk maar te doen, was ik er fysiek vrij snel weer van opgekrabbeld. Maar op een of andere manier raak ik erg emotioneel van dit onderzoek en gaat dat langer mee. Als een borderliner die zich snijdt om te voelen, leveren de stroomstootjes me meer gevoelens op dan concrete gedachtes aanleiding voor geven. De dagen na het onderzoek doorsudderend tot spontane huilbuien, supersnelle humeurswisselingen en enkele woede aanvallen.

Vraag me af of dit een normale bijwerking van het EMG is of dat ik wellicht stiekem nog heel wat te accepteren en te verwerken heb …

Overigens kreeg ik deze keer nog geen uitslagen, acht februari hoor ik waaraan en waaraf. Wordt vervolgd dus.

Comments (8)



Lieve Papa

Zondag vier januari 2009. We maakten ons klaar om naar een nieuwjaarsborrel te gaan in onze stamkroeg. Maar ik was onrustig. Gestrest. Nerveus. Ik wist dat je er ontzettend slecht aan toe was. Dat je zoveel pijn had. Al een week geen eten binnen had gekregen. Dat de losse sondevoeding was mislukt. Dat je vrijdag het ziekenhuis had gebeld waar ze zouden proberen een rechtstreekse, vaste sonde te geven. Maar pas maandag. Met de wetenschap dat de kans enorm was, dat het een onmogelijkheid zou blijken. Ik had je niet kunnen bewegen meteen naar het ziekenhuis te gaan, maandag vond je vroeg genoeg. Dus belde ik je voor we weg zouden gaan. Zoals ik elke dag belde. Om te vragen hoe het met je was.

Je reageerde met de tyfus in. Hoe ik dacht dat het ging? Het ging klote, je verging van de pijn en werd gek van zware tinnitus. Ik schrok van de rauwe woede in je stem en wist gewoon niet wat ik tegen je moest zeggen. Alle woorden zo totaal nutteloos. Dus zei ik dat ik er niets aan kon doen. Dat ik je gewoon even had willen spreken. Of ik je vanavond zou bellen. Je kalmeerde en vond dat goed. Ik moest maar rond een uur of een ‘s nachts bellen. Dat zou ik doen en ik vertelde je dat ik ontzettend veel van je hield. Je veranderde op slag en extreem liefdevol zei je dat je ook van mij hield. Heel erg veel. Ik kreeg een dikke kus er achteraan. Eigenlijk schrok ik daar ook van, van de intensiteit waarmee je je liefde voor me uitsprak.

De hele dag bleef ik nerveus. Overwoog toch naar Almere te gaan maar verwierp het weer. Je wilde niet dat ik zou komen en ik zou niets voor je kunnen doen. Ik had het er met mijn man over. Met kennissen uit de kroeg. Ik was bang dat hij uit het leven zou stappen. Dat hij maandag het ziekenhuis in zou gaan, de ingreep om een sonde aan te brengen zou mislukken en hij er daarna uit zou stappen. Mensen reageerden zo goed als ze konden. Probeerden me op te peppen. Zeiden dat het ziekenhuis hem vast kon helpen. Zeiden dat hij hij zeker niet uit het leven zou stappen, hij had mij toch nog? “Soms is dat niet genoeg” zei ik.

Om half elf in de avond werd ik wakker van een uurtje op de bank liggen. Zonder duidelijke reden verward, boos, verdrietig en intens ongelukkig. Ik wilde je al bellen, had een ontzettende drang om je te bellen. Ik wilde je bellen maar mocht je niet bellen. Huilend zat ik op de bank wetende, dat ik je niet mocht bellen. Alsof je me stuurde eens niet tegen je in te gaan deze keer. Ik belde je niet. Ik zou wachten tot een uur ‘s nachts, zoals beloofd.

De tijd kroop voorbij. Dit wachten maakte me gek. Beter kon ik iets gaan doen. Ik haalde de was uit de machine en enigszins onstabiel begon ik shirts op het wasrek te hangen. Tien over elf ‘s avonds. Geloof dat ik sokken in mijn handen had. En ik hoorde je. In mijn hoofd. Geen gesprek, geen mooie woorden, slechts een harde schreeuw. Onmiskenbaar jouw stem. Een korte schreeuw. En toen een oorverdovende stilte en een gevoel van afschuwelijk gemis. De lijn was met jouw schreeuw abrupt doorgesneden, ik voelde je niet meer bij me. Voelde alleen de overweldigende lege plek die je achterliet. En ik wist het absoluut, absoluut zeker. Je was op dat moment dood gegaan. Straks zou ik je bellen en zou je niet opnemen. Het was teveel geworden, je had me moeten verlaten.

De was in een baal op het rek gegooid, ging ik huilend en hyperventilerend achter de computer zitten. Misschien had ik mail, misschien zat je op msn, misschien had ik het helemaal, helemaal mis. Je was er niet. Wel was er iemand anders. Iemand die ik schrijvend toeschreeuwde dat je zelfmoord had gepleegd, dat je dood was en dat ik je nog niet durfde te bellen omdat je dat niet zou willen. Het was belangrijk dat ik zou wachten tot een uur ‘s nachts, zoals je had gezegd. Diegene schrok zich rot. Probeerde me gerust te stellen. Zei dat je vast op zou nemen strakjes en dan zouden we er opgelucht om lachen. Zei dat hij voelde dat je er nog was. Absurd zeker dat hij ongelijk had, schreef ik wat beamende woorden. Degene online hielp me om mezelf nog een beetje bij elkaar te houden en daar was ik al onmetelijk dankbaar voor.

Het was tijd. Ik belde je op de vaste lijn. Je nam niet op. Ik belde je mobiel. Ook daar nam je niet op. Ik belde elke lijn nog drie keer en wat ik zo erg vreesde kwam uit, je nam niet op. Degene online bood aan naar je toe te gaan maar dat wilde ik hem niet aan doen, wetende dat hij je dan dood zou vinden. Wetende dat je niet door een voor jou vreemde gevonden zou willen worden ook. Ik belde het ziekenhuis in de hoop dat je je had laten opnemen. Een meisje aan de andere kant van de lijn hoorde mijn paniek en dacht me gerust te stellen dat je niet was opgenomen. Het stelde me juist niet gerust. Even was ik radeloos. Ik keek op naar de deuropening en daar stond je. Nonchalant tegen de deurpost geleund. Een glimlach om je lippen. En in je ogen achter je brilglazen de mededeling ‘je weet het al kleintje’. Je verdween meteen weer, misschien ben je er wel nooit geweest. Ik jankte naar een lege deuropening terwijl mijn wereld in elkaar viel.

Ik besloot te doen wat ik eerder vele keren had gedaan toen het niet goed met je ging. Wat je zou verwachten dat ik zou doen. Omdat ik ver weg zat en zij dichtbij. Ik belde je zus om te gaan kijken. Ze reageerde bijna geërgerd en durfde niet te gaan. Bang dat je boos zou zijn als ze zomaar binnen zou komen. Maar eigenlijk wist ze het zoals ik het wist. Je zou niet boos zijn. Je zou dood zijn. Ze zei toe naar je te gaan kijken en me te bellen.

Een slopende drie kwartier later belde ze me huilend op. “Ik denk dat je hierheen moet komen. Hij is dood Cin”

Iedereen was overtuigd dat mijn vader in de middag zichzelf het leven had genomen. Mijn familie, de politie en andere betrokkenen. De omstandigheden wezen daar ook op. Maar ik bleef overtuigd. Tien over elf ‘s avonds was het moment geweest. Vijf dagen later kregen we de akte van overlijden. Tijdstip van overlijden was nauwkeurig vastgesteld. Afgerond op kwart over elf ‘s avonds.

Ik heb nooit spijt gekregen dat ik niet gebeld heb. Je had niet gewild dat ik je tegen zou houden. Had ik je op tijd gebeld, had ik het je waarschijnlijk alleen maar nog moeilijker gemaakt te doen wat je zo graag wilde doen. Zoals je het ‘s middags waarschijnlijk al moeilijk vond om me te spreken. Je had vaak gezegd dat je bang was dat ik je niet zou laten gaan, als het zover moest komen. Maar dat heb ik wel gedaan lief. Al doet het me nog verschrikkelijk veel pijn. Ik mis je zo.

 

Comments (17)



Geef me de tijd

En toen was er ineens de specialist. Een sympathieke man, een geïnteresseerde man, een man met veel verstand van zaken. Die niet naar mijn dossier keek maar geheel blanco mijn verhaal wilde horen. Die zonder meer aannam wat ik hem vertelde. Die – ook al maakt het geen enkel verschil voor de weinige behandeling die rest – alles uit de kast trekt aan onderzoeken om gewoon zoveel mogelijk te weten. Die werkelijk verklaringen en uitleg kon geven voor alles wat ik in negentien jaar ben gaan mankeren. Ze bestaan dus blijkbaar toch, goede artsen.

Helaas werd het ook pijnlijk duidelijk dat het niet zo ver had hoeven komen. Slechts een beetje oplettendheid of enkele simpele testjes hadden elke arts jaren terug op het goede spoor kunnen zetten. Sommige signalen stammen al uit mijn kindertijd. Zijn altijd al gezien en altijd verkeerd geïnterpreteerd of helemaal niets mee gedaan. De klachten waren typisch, het verloop was typisch, de familiegeschiedenis sprak boekdelen, de bijkomende complicaties wezen de weg al en zelfs de beschreven bijwerkingen in de bijsluiter van medicatie die ik vanaf mijn achttiende nodig heb, was op zichzelf al voldoende geweest om uit te vinden wat ik mankeerde. De beschrijvende misdiagnoses die ik wel kreeg, had dit wat ik mankeer voor uitgesloten moeten zijn, niet gebeurd. Nog erger, ben ik acht jaar geleden al vragen in de goede richting gaan stellen en heb ik getracht het simpele, goedkope bloedtestje te krijgen wat mijn mankement zou aantonen. Zelfs dat is nagelaten. Over gelogen om me ‘gerust te stellen’.

Zeker, er zijn wel wat positieve punten te benoemen. Er is nu wel bekend wat ik mankeer. Alles word nu uiterst serieus genomen en ik zal niet meer hoeven strijden voor elk flintertje zorg. Ik ben niet in een rolstoel beland en kan vrij aardig lopen. Er is wel hoop op iets aan verbetering, al zal dat jaren in beslag gaan nemen. Er is me geleerd hoe ik mezelf kan injecteren met vitamine B12 zodat ik dat thuis kan doen. En mocht het verloop in de toekomst gaan tegenvallen, is bekend waar dat door veroorzaakt wordt.

Maar goed, dat neemt niet weg dat ik behoorlijk aangeslagen ben. ‘Het’ in ‘het had niet zover hoeven komen’, behelst zo enorm veel. Ziek en beperkt zijn maar ook verliezen van capaciteiten, verplicht opgeven van dromen en ambities en zoveel niet meemaken wat ik had willen meemaken. Bovendien komen er bakken oud zeer boven drijven. Herinneringen aan al die keren dat ik werd verweten een aansteller te zijn, niet geloofd werd, denigrerend en onbeschoft behandeld ben of er weer werd gesuggereerd dat het ‘vast psychisch’ was. Stomme, pijnlijke opmerkingen als ‘je kan wel normaal lopen hoor’ of ‘je moet dingen gewoon doen, dan kan je het heus wel’. Kan niet uitdrukken hoeveel verschillende en intense emoties hiermee gepaard zijn gegaan.

En dan is er nog mijn vader. Die hetzelfde heeft gemankeerd als ik en nog een graad erger. Die net zo weinig er van wist als ik. Net zo weinig goed is bekeken en even onder behandeld is geweest als ik. Vier januari 2009 mankeerde hij zoveel dat hij niet verder wilde lijden en uit het leven is gestapt. Hij was pas 56 jaar. En stiekem vraag ik me af hoeveel er bij hem voorkomen had kunnen worden. Of de afloop een andere had kunnen zijn.

Natuurlijk ga ik dit verwerken. Hier kom ik wel overheen. Dan laat ik los waar ik niets meer aan heb en richt mijn blik weer naar voren in plaats van naar het verleden. Ga mijn stinkende best doen te verbeteren wat kan verbeteren en te accepteren wat nu eenmaal is. Prijs me gelukkig met mijn onnoemelijk lieve man, lieve huisdieren, lieve vrienden, ons leuke nieuwe huis en andere leuke dingen in het leven. Zal me weer gaan realiseren dat ik relatief aardig wat kan, dat ik het veel slechter had kunnen treffen en dat ik er niet slechter aan toe ben dan twee weken geleden. Eigenlijk beter, omdat ik nu verder kan met de juiste behandeling zonder weerstand van anderen.

Geef me gewoon even de tijd.

Het is duidelijk geworden dat ik een vrij ernstige polyneuropathie heb, in mijn geval vooral in de voeten en onderbenen. De isolatielaag rond de zenuwbanen is kapot en een ander deel van de zenuwbanen is afgestorven. Dit zorgt voor een gebrek aan prikkels of verkeerde prikkels richting de hersenen met een rariteitenkabinet tot gevolg. Er is een sterk vermoeden dat er enige aanleg is geweest door een erfelijke aandoening, maar een ongezien vitamine B12 tekort is de grootste veroorzaker. Van polyneuropathie maar tevens een scala aan andere klachten en problemen. De zenuwbanen die afgestorven zijn is geen verbetering meer op te behalen. Op de rest wellicht wel, door langdurig (jarenlang) frequent B12 injecties te blijven nemen. Verder is er sprake van een vitamine D deficiëntie en een vitamine B6 tekort, ook hier krijg ik supplementen voor.

Comments (8)



En toen: polyneuropathie

Negentien jaar ziek, tientallen artsen die mijn klachten niet serieus namen, een arts die me voorloog waardoor de diagnose B12 tekort werd gemist en nog enkele artsen die getracht hebben de diagnose B12 tekort te ontkennen of de behandeling te stoppen. Pijnklachten worden al vijftien jaar verklaard door ‘vermoeden van beginnend atrose’.

Vanmiddag kreeg ik een EMG en scoorde ik uitermate beroerd op elk aspect van de test. Conclusie: polyneuropathie. In plat Nederlands: de zenuwbanen in voeten en onderbenen zijn naar de klote. Voor de zekerheid ben ik verwezen naar een Academisch Ziekenhuis om mogelijk erfelijke aandoeningen uit te sluiten. Maar het vermoeden is toch dat het veroorzaakt is door een ongezien en verkeerd behandeld B12 tekort. Met atrose heeft het niets maar dan ook niets te maken.

Durf gerust te zeggen dat ik tranen met tuiten heb zitten huilen vanmiddag. Omdat de uitslag een stuk slechter uitviel dan ik mezelf – ondanks alle fysieke klachten – had wijsgemaakt. Maar ook omdat het waarschijnlijk is dat het veroorzaakt wordt door het B12 tekort. Als dat zo is, betekent het simpelweg dat ik naar de klote ben geholpen omdat een rits aan artsen het niet nodig vond een simpel, goedkoop bloedtestje uit te voeren. Dat ze allemaal net even de andere kant op keken of het makkelijker vonden te stellen dat het ‘vast psychisch’ was.

En ja ik weet het wel, ik kan die gedachte beter maar snel los laten. Maar vandaag even niet ..

Comments (12)



Wilsdood

Mijn vader filosofeerde vaker over zelfdoding en verschillende methoden om uit het leven te kunnen stappen. Van vrijwel elke methode wist hij alle mogelijkheden en onmogelijkheden. Dat klinkt depressief, luguber en zwaar op de hand maar zo was het eigenlijk nooit. Als hij erover sprak was het als een gesprek over een gebeurtenis op het werk of een voorval in de supermarkt. Vrolijk, met de nodige kwinkslagen. Theoretisch. Een interessant gespreksonderwerp voor een doordeweekse avond.

Tot hij me ergens in 2008 belde. Opgewekt, enthousiast en bijna opgewonden. Hij had een weinig bekend boekje gevonden. Een praktisch boekje. Elke methode van zelfdoding was er in opgenomen. Met uitleg over de juiste aanpak, de mogelijke problemen, de duur, de kans van slagen, wat de consequenties konden zijn als het mis ging. En er was nog iets wat dit boekje in zijn ogen heel bijzonder maakte, een methode die in geen ander boek en op geen enkele website zo goed beschreven stond als hierin. Een oeroude methode, veel gebruikt ten tijde van de Griekse oudheid maar tegenwoordig weinig bekend of gebruikt. Vol lof legde hij de methode aan me uit. Je moest niet alleen de polsen, maar ook een deel van de keel doorsnijden. Als iemand echt dood wilde en de moed had dit te doen, had deze methode alleen maar voordelen. Indien de messen vlijm- en vlijmscherp zijn, is het snijden relatief pijnloos. Door het snelle en grote bloedverlies, raakt iemand binnen dertig seconden in een fijne, prettige roes. De dood treedt daarna razendsnel in, binnen enkele minuten. Helemaal enthousiast was hij over de effectiviteit van deze methode. “Al rennen er op dat moment tien mensen tegelijk binnen, dan nog kan niemand meer ingrijpen”. Succes verzekerd.

Misschien kwam het omdat hij zijn leven lang al een fascinatie had voor messen en zwaarden. Of omdat hij eerder twee samoeraizwaarden van de muur had gehaald en weggedaan, om niet in de verleiding te komen ‘iets te doen’ op een donker, moeilijk moment. Wellicht was het omdat hij zijn levenlang al zijn keuken- en zakmessen toch al absurd scherp hield en ik dat altijd al griezelig vond. Of misschien zat het gewoon in zijn toon en de manier van vertellen, bijna voorbereid en trachtend me over te halen net zo enthousiast te worden als hij. In elk geval was dit de eerste keer dat ik er niet goed tegen kon. Dat ik bevangen werd door een vage, nare onrust. Eigenlijk wilde ik het niet horen. Eigenlijk wilde ik hier niet meer over praten. En vooral wilde ik niet dat hij zo vrolijk erover was. Ik wilde een enorm nadeel benoemen zodat zijn enthousiasme zou vervagen en de kennis over deze methode in vergetelheid zou kunnen verdwijnen. Het enige wat ik kon bedenken was dat iemand die zelfdoding pleegt, gevonden moet worden. Zei tegen hem dat het voor de nabestaande die dat moest zien, toch afschuwelijk moest zijn. Maakte dat het dan geen rotmethode? Hij was het wel met me eens dat het vinden een nare aangelegenheid zou zijn. Maar was dat niet altijd zo? In elk geval werden er op deze manier geen lukraak vreemden bij betrokken, zoals het springen van een flat of voor de trein doet. En dat zag er pas verschrikkelijk uit.

Ik moest nageven dat daar een kern van waarheid in zat. Mijn poging om het onderwerp van tafel te krijgen, was dan ook grondig mislukt. Sterker, leek het bijna alsof mijn tegenwerping zijn vuur alleen maar meer aangewakkerd had. Een opening had geboden om zichzelf in het verhaal te mengen. Hij filosofeerde hoe zoiets zou zijn, alsof hij het betreurde deze fascinerende daad niet uit te kunnen proberen zolang hij nog wilde leven. Boog zich over details in de uitvoering. Langzaamaan ging het niet meer over dat kloterige rotboekje maar over hem zelf. En terwijl de koude rillingen over mijn ruggengraat liepen, kon ik alleen nog fluisteren:“Dát ga je me toch nooit aan doen lieverd? Zeg asjeblieft dat je me dat nooit aan zal doen… ”

Die verschrikkelijke nacht in zijn huis, toen duidelijk werd dat er bloed was, dat er messen op tafel lagen, viel dit gesprek als een baksteen mijn herinnering terug binnen. Hoorde ik zijn stem in mijn hoofd, enthousiast en vrolijk over de genoemde methode. En pas toen realiseerde ik me dat hij eigenlijk geen antwoord had gegeven op mijn vraag. Dat hij er zorgvuldig niet op in gegaan was. En ik me – waarschijnlijk door wishfull thinking – af had laten schepen met de lieve, geruststellende woorden. “Och kleintje, daar hoef je toch niet van te schrikken. Dat is nu toch nog niet aan de orde, ik doe momenteel alles om in leven te blijven.”

Dit is het enige wat ik lange tijd niet heb begrepen. Waar ik boos over geweest ben. Woedend zelfs. Waarom moest hij nu precies voor die ene methode kiezen, waarvan ik had gevraagd dát niet te doen?

Pas toen ik dit op schreef, realiseerde ik me dat ik in feite niet boos ben op hem. Ik ben boos op anderen. Anderen die met deze methode niet om hebben kunnen gaan en dat nog steeds niet kunnen. Ik ben kwaad op de mensen die deden alsof deze methode ‘erger’ is dan welke andere methode van zelfdoding ook. Op de mensen die over elke zelfdoding konden praten en dat ook deden, behalve deze van mijn vader. Zij gaven me het gevoel dat mijn vader een monsterlijke daad had verricht met zijn beslissing op deze manier uit het leven te stappen. Ik daarmee rechtens en verplicht een leven lang ongeloof, onbegrip en weerstand had geërfd. En overschaduwden wat mijn vader voor me heeft willen doen. Want eigenlijk heeft mijn vader me vertelt dat dit geen opwelling was, geen noodgreep of daad van pure wanhoop. Heeft hij me laten weten dat hij uit het leven is gestapt op de manier die hij het prettigst vond. En daarmee het afschuwelijke ‘waarom’  waar zoveel nabestaanden ontzettend mee worstelen, voor me weggenomen.

Comments (8)



Er wordt verder aan gewerkt

Hij heeft zeker geweten dat ik hem niet zou vinden. Hij kon niet weten dat de politie ons zou vergeten. Dat het ziekenhuis niets zou zeggen. Dat de begravenisondernemer maar zou gaan doen. Dat werkelijk niemand ons iets zou vertellen. Dat ik hem daarom in zoveel onwetendheid op zou laten baren. Om afscheid te nemen van een persoon die niet mijn vader was. Met andere gezichtstrekken, omdat leegbloeden dat doet. (Verder …)

Op vier januari 2009 pleegde mijn vader zelfdoding. Zeer onorthodox is hij rustig op de bank gaan zitten en heeft zeer beheerst zijn polsen en zijn keel doorgesneden. Voldoende reden om een trauma op te lopen.

Toch was dit niet de reden dat mijn hersenen het de afgelopen twee jaar niet meer konden bolwerken. Mijn vader stapte niet zonder reden uit het leven. Naast het grote verdriet om mijn moeder die zeven jaar daarvoor overleden was, was hij ernstig ziek en stapelden de complicaties zich op. De prognose was uiterst slecht, hij zou binnen enkele maanden zeer pijnlijk overleden zijn, had hij deze beslissing niet genomen. Hij had me ook voorbereid in de zeven jaren er voor. Ik wist hoe hij over leven en dood dacht, dat hij steeds meer verlangde naar de dood, dat de kans groot was dat hij zou kiezen om zelf uit het leven te stappen. Ik herinnerde me na zijn dood de gesprekken waarin hij indirect had verteld over deze methode. Zijn afscheidsbriefje stond vol verwijzingen naar eerdere gesprekken die alleen ik begreep en voor mij houvast boden. Het was klote, het was verdrietig, het was onrechtvaardig, het was ellendig, het was om kapot van te gaan. Maar het had niet zo’n monsterlijke, overweldigende nachtmerrie moeten zijn waar ik compleet in vast zou draaien.

Dat was het wel. Niet vanwege mijn vader zelf. Wel vanwege de opstelling van elke professional die betrokken is geweest bij mijn vaders dood. De politie die ons letterlijk vergat. Bleef vergeten. Zelfs vier maanden en een klachtenprocedure verder alleen kon melden dat er geen proces-verbaal, rapport, dossier of ook maar een letter op papier is. Alleen foto’s. Die ik wel mag zien, dan worden ze met de postbode in de brievenbus gegooid. ‘Wilt u uw grootste nachtmerrie in een envelop met postzegel bezorgd hebben?’ ‘Nou nee, doet u dat maar niet’. Slachtofferhulp die de eerste uren niet was ingeschakeld en vervolgens hulp weigerde. Zelfdoding is geen misdrijf, wij waren ‘dus’ geen slachtoffer van een misdrijf en hadden ‘dus’ geen recht op hulp. De uitvaartondernemer die voluit adviseerde mijn vaders lichaam op te laten baren om afscheid te kunnen nemen omdat dat volgens hem zo goed en mooi zou kunnen. Achteraf gaf hij toe dat hij helemaal niet had geweten of het mogelijk was. Dat hij toen hij het lichaam zag, wist dat het eigenlijk geen goed idee was. Maar het toch deed. Samen met ontelbare fouten en missers waardoor het ‘afscheid’ gewoonweg afschuwelijk werd. Geen afscheid was. De officier van justitie die na vijf maanden ontzettend lief me vrijwillig, uit persoonlijke overwegingen een gesprek aan boodt om me toch wat beetje informatie te kunnen geven. Waar ik veel aan gehad heb en de man dankbaar voor blijf. Maar waarin hij mijn vader ook een ijskoude klootzak noemde en meer van dat. De notaris die me twee maal bedroog, zijn werk niet deed en er voor zorgde dat het afhandelen van de nalatenschap begon met rechtzetten van misverstanden, klachtenprocedures, conflicten en financiële problemen die niet nodig waren geweest. En maanden later het GGZ. Waar ik heen ging om over mijn vader, mijn ervaringen en mijn verdriet te praten maar waar duidelijk werd gemaakt dat dat niet tot de mogelijkheden behoorde en ik zelfs na twee gesprekken buiten werd gezet met het verzoek nooit meer terug te komen.

Op zijn zachtst gezegd ontvingen wij dus geen enkel begrip. Maar zij eisten dit begrip wel van ons. Ontelbare keren werd mij verzocht begrip te hebben hoe de manier waarop mijn vader uit het leven was gestapt, hen had geraakt. Hoe van slag zij waren geweest. Hoeveel geestelijke bijstand zij hadden gekregen om hiermee verder te kunnen. Vertelden ze hoe egocentrisch ik in hun ogen was, dat ik dat begrip niet meer kon opbrengen omdat ik godverdomme dat begrip ook niet kreeg. Bovendien werd ik beschouwd als praatpaal. Degene waar ze de gruwelijke details waar zij moeite mee hadden, tegen konden ventileren. Snoeihard. Wist ik maanden lang niet wat zich in mijn vaders huis had afgespeeld, kreeg ik wel afschuwelijke details over zijn lichaam en horror lijkende gissingen te horen.

En dat heeft me kapot gemaakt. Emotioneel volkomen gesloopt. Het bezorgde me beelden die ik zelf niet gezien had maar waar mijn hersenen volkomen mee op de loop gingen. Het zorgde er voor dat de beelden die ik wel gezien had, werden geïntensiveerd, vertekend en vergroot tot monsterlijker dan ze in werkelijkheid waren geweest. Ze kwamen terug in mijn nachtmerries en overdag plaagden ze me in flashbacks. Groeiend tot alles wat met mijn vader te maken had, van foto’s tot herinneringen, me alleen nog naar die nacht brachten waar ik ik doods- en doodsbang voor was geworden. Tot ik alleen nog maar bezig was nergens meer aan te denken, om maar niet te hoeven voelen.

Toen ik dus enkele maanden terug schreef dat ik ‘wat gelukkig wilde worden‘, was dat een behoorlijke understatement. Ik bestond uit angst, wantrouwen, machteloosheid, frustratie, woede en verdriet. Werd tientallen keren per nacht badend van het zweet wakker uit verschrikkelijke nachtmerries. Werd overdag nog vaker opgeschrikt door flashbacks en griezelige gedachten. En het laagje ‘ik ben vrolijk en doe mijn ding’ brokkelde in snel tempo af. Er werd ernstig Post Traumatisch Stress Syndroom met vermoeden van depressie vast gesteld en ik ben in een korte, zeer heftige traumaverwerking gestapt.

Dat heeft ontzettend veel goeds gebracht. En het allerbelangrijkste, het heeft het trauma weggehaald. Het trauma wat in mijn leven alles blokkeerde, inclusief rouwen om mijn vader en verwerken wat er die nacht is gebeurd. En waar ik nu mee bezig moet maar ook kan zijn. En voor de lezer, mee bezig zal zijn voorlopig.

Met slachtofferhulp heb ik destijds gesprekken gehad over het feit dat in Nederland een totaal gebrek is aan hulp voor nabestaanden van zelfdoding, terwijl die zo ontzettend noodzakelijk en belangrijk is. Samen met politie zou er naar gekeken worden, ik heb er echter nooit meer van terug gehoord. Vanmiddag kreeg ik via via nieuws dat slachtofferhulp inmiddels bezig zou zijn een vorm van hulp op te zetten voor deze groep nabestaanden. Ik hoop dat dat werkelijk gaat gebeuren. In een land waar slachtofferhulp al geboden wordt als je fiets wordt gejat, kan het toch niet bestaan dat nabestaanden aan hun lot worden over gelaten omdat het zelfdoding betreft.

 

Comments (19)



Lieve Rinus

De woorden zijn uit mijn hoofd gevallen, maar jij was al nooit een man van veel woorden. Je liet liever in daden zien wat iemand voor je betekende. Zoals toen mijn moeder nog leefde en je haar vele ochtenden buiten het bezoekuur om kwam ‘ontvoeren’ uit haar ziekenhuiskamer. Stiekem sigaretjes roken en lekker wat kletsen. Al heb ik 38 jaar aan leuke, grappige en intense herinneringen meer, is deze herinnering aan jou me het dierbaarst. Stoere man met oh zo’n klein hartje.

Ik zal je verschrikkelijk missen lieverd …

Comments (2)



Page 2 of 3

Powered by WordPress & theme based on Lovecraft